Alle soorten › Zangvogels › Graszangers › Krekelprinia

Krekelprinia | Spiloptila clamans

Cricket Warbler | Prinia charlatana

De krekelprinia is een klein, bleek, langstaartig zangvogeltje van de Sahel dat net de zuidrand van het gidsgebied bereikt. Sinds 2007 broedt hij in een droge acaciawadi in het zuiden van West-Sahara, en in 2022 werd hij ook in het uiterste zuiden van Algerije broedend gevonden. Een van de felst begeerde soorten voor wie de Westelijke Sahara bezoekt.

Krekelprinia (Spiloptila clamans)
Foto: Francesco Veronesi — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoge, ijle, insectachtige triller, tsirrrrr, waaraan hij zijn naam dankt, en een herhaald, scherp tsiep-tsiep. Paartjes en familiegroepjes roepen vrijwel onophoudelijk tijdens het foerageren.

Luister: ZangXC398752

Opname: Bram Piot — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm. Zeer bleek zandgrijs boven, met een lange, getrapte, zwarte staart die vaak gewipt of waaiervormig gespreid wordt en brede witte toppen heeft. De vleugeldekveren zijn zwart met brede witte randen en toppen, wat een opvallend zwart-wit vleugelpatroon geeft; de stuit is warm roestbruin. Onderdelen wit met een zachtbeige zweem op de flanken. Het mannetje heeft een donkere, wit gespikkelde voorkruin, het vrouwtje een warm roodbruine voorkruin. Snavel fijn, ogen licht.

Verwarrings­soorten

De westelijke gestreepte prinia (Prinia gracilis) komt in hetzelfde gebied niet voor; hij is gestreept boven en mist het zwart-witte vleugelpatroon en de roestbruine stuit. De maquiszanger (Scotocerca inquieta) heeft een gestreepte kruin, een donkere oogstreep en een effen grijsbruine vleugel. De Afrikaanse woestijngrasmus (Curruca deserti) is zandkleurig met een roestige staart en een geel oog, maar zonder witte vleugeltekening.

Leefgebied

Open, droog Sahelstruweel op zand: acaciawadi's met verspreide Leptadenia-, Panicum- en andere woestijnstruiken. Foerageert laag in struiken en op de grond, in paartjes of kleine groepjes. Eet kleine insecten en zaden. Bouwt een bolvormig nest laag in een struik of aan de voet van een acacia.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in het uiterste zuiden: in West-Sahara (Marokko) in de omgeving van Oued Jenna bij Aousserd, waar sinds 2007 broedende paren bekend zijn (eerste broedgeval van de West-Palearctis), en in Algerije bij Timiaouine in het uiterste zuiden, waar in oktober 2022 broeden werd vastgesteld. Daarbuiten van Mauritanië en Noord-Senegal door de Sahel van Mali, Niger en Tsjaad tot Soedan en Eritrea.

  • Jaarrond
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De bekende plek is de wadi bij Oued Jenna aan de weg naar Aousserd in West-Sahara, vaak bezocht in combinatie met Afrikaanse woestijngrasmus en andere Sahelsoorten. Luister in de vroege ochtend naar het hoge, krekelachtige getjirp en let op de wippende staart met witte toppen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een zeer kleine, geïsoleerde broedpopulatie aan de noordrand van het areaal, waarschijnlijk deels afhankelijk van regenrijke jaren; overbegrazing van het woestijnstruweel is een mogelijke bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Spiloptila clamans | (Cretzschmar, 1826)

Cretzschmar beschreef de soort in 1826 als Malurus clamans; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Spiloptila werd in 1872 ingevoerd door Sundevall. Spiloptila is Grieks, van spilos 'vlek' en ptilon 'veer'. clamans is Latijn voor 'roepend', van clamare 'roepen, schreeuwen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nubië in Soedan.