Alle soorten › Genten en aalscholvers › Aalscholvers › Kuifaalscholver
Kuifaalscholver | Gulosus aristotelis
European Shag | Cormorán moñudo
Een slanke, donkere zeeaalscholver van rotskusten en eilanden, die nooit ver van zout water komt. In het gidsgebied broedt hij langs de kusten van Marokko, Algerije en Tunesië, met een eigen ondersoort aan de Atlantische kust van Marokko; verder oostelijk is hij zeldzaam.
Geluid
Buiten de kolonie vrijwel stil. Mannetjes geven op het nest een klikkend, kuchend ark-ark en sissende geluiden; vrouwtjes sissen alleen.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Duidelijk kleiner en slanker dan de aalscholver, met een kortere staart en een steil, bijna hoekig voorhoofd boven een dunne, gelijkmatig smalle snavel met een fijne haak. Van de kale huid is alleen een gele mondhoek zichtbaar; een witte kinvlek ontbreekt. Volwassen vogels zijn zwart met een flessengroene glans, in de late winter en het voorjaar met een korte, naar voren gekrulde kuif. De Middellandse-Zeevorm desmarestii heeft een dunnere snavel met meer geel aan de basis en jonge vogels met een vrijwel witte buik; de Atlantische vorm riggenbachi lijkt meer op de noordelijke vogels. In vlucht laag over de golven, met snelle slagen, een rechte hals en een gedrongen silhouet; duikt met een sprongetje.
Verwarringssoorten
De aalscholver (Phalacrocorax carbo) is groter en zwaarder, met een aflopend voorhoofd, een zware wigvormige snavel, een witte kinvlek en gele keelhuid; jonge aalscholvers hebben een bruinere bovenkant en vliegen met een geknikte hals. Jonge kuifaalscholvers met lichte buik kunnen op jonge aalscholvers lijken, maar de dunne snavel en het steile voorhoofd zijn beslissend. Op zee kan een duikende vogel op afstand verward worden met een duiker of zaagbek.
Leefgebied
Strikt marien: rotskusten, kliffen en rotseilandjes met helder, niet te diep water, waar hij op de bodem jaagt op vis. Broedt op richels en in grotten en spleten van kliffen, vaak in losse groepen. Rust op rotsen aan de waterlijn en mijdt lagunes, zoet water en open zee ver uit de kust.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Marokko aan de Middellandse-Zeekust (onder meer de Chafarinaseilanden en de kust bij Al Hoceima) en, als de ondersoort riggenbachi, aan de Atlantische kust van ongeveer Casablanca tot Kaap Juby; in Algerije verspreid langs de rotskust van Oran tot Annaba, met kolonies op onder meer de Habibas-eilanden; in Tunesië op de rotseilanden van het noorden, zoals La Galite en Zembra, en langs Kaap Bon. In Libië schaars en als broedvogel niet zeker vastgesteld. In Egypte, Israël en Libanon een zeldzame dwaalgast aan de Middellandse-Zeekust; mogelijk broedde hij vroeger in Egypte. Daarbuiten broedt hij langs de kusten van IJsland, Noordwest-Europa en Noorwegen tot Noordwest-Rusland, en verspreid rond de Middellandse en Zwarte Zee.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De rotskust en eilandjes bij Essaouira en tussen Safi en Agadir zijn goede plekken voor de Atlantische vorm; in Tunesië is de kust van Kaap Bon bij El Haouaria en de ferryroute langs Zembra het proberen waard. Zoek op rotsen aan de waterlijn naar slanke, donkere vogels met een dun snaveltje.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. De Middellandse-Zeepopulatie is klein en de Noord-Afrikaanse kolonies tellen vaak niet meer dan enkele tientallen tot honderden paren. Bedreigingen zijn verdrinking in staand want en fuiken, verstoring van broedeilanden door toerisme en ratten, overbevissing en olievervuiling; in Marokko zijn bovendien weinig recente tellingen van de Atlantische ondersoort.
Wetenschappelijke naam
Gulosus aristotelis | (Linnaeus, 1761) (GBIF: Phalacrocorax aristotelis)
Linnaeus beschreef de soort in 1761 als Pelecanus aristotelis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gulosus werd in 1813 ingevoerd door Montagu. Gulosus is Latijn voor 'gulzig' of 'vraatzuchtig'. aristotelis eert de Griekse wijsgeer Aristoteles (384–322 v.Chr.), die in zijn dierkundige werk vogels beschreef. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.

