Alle soorten › Zangvogels › Klauwieren › Langstaartklauwier

Langstaartklauwier | Lanius schach

Long-Tailed Shrike | Alcaudón schach

Een grote, langstaartige klauwier uit Zuid- en Centraal-Azië, die het gidsgebied alleen als zeldzame gast bereikt. De westelijke ondersoort erythronotus broedt tot in het zuidoosten van Iran en Pakistan; van daaruit zwerven elk jaar of om het jaar enkele vogels naar Oman en de Emiraten, waar sommige maandenlang op dezelfde boerderij of in hetzelfde park overwinteren.

Langstaartklauwier (Lanius schach)
Foto: Davidvraju — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Overwinteraars roepen af en toe een schor, nasaal tsjèèk of een krassend ratelen. De zang, ook in de winter soms zacht te horen, is een gevarieerd gebabbel met veel nabootsingen van andere vogels.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

24–27 cm, waarvan bijna de helft staart. Kruin, nek en bovenmantel zijn grijs; de ondermantel, schouders en stuit zijn helder roestoranje. Een breed zwart masker loopt van de snavel tot achter het oog en bij volwassen vogels als smal zwart bandje over het voorhoofd. De vleugels zijn zwart met een klein wit vlekje aan de handpenbasis, de lange, sterk getrapte staart is zwart met roestbruine of bleke randen. De onderzijde is wit met warm roestgele flanken en onderstaart. Jonge vogels zijn bruiner en geschubd, met een bruin masker, maar hebben al de lange staart en de roestige stuit.

Verwarrings­soorten

De bruinrugklauwier (Lanius vittatus) is veel kleiner, met een kastanjebruine mantel, een breed zwart voorhoofd, een witte stuit en een zwart-witte staart. De kleine klapekster (Lanius minor) heeft een grijze rug, een zwart voorhoofd en een grote witte vleugelvlek, zonder roestkleur. De Turkestaanse klauwier (Lanius phoenicuroides) is kleiner en kortstaartiger, met een roodbruine kruin en een rode staart. Ontsnapte of verkeerd gedetermineerde jonge vogels kunnen op een jonge grauwe klauwier (Lanius collurio) lijken; let op de verhouding van staart en lichaam.

Leefgebied

In het gidsgebied vooral in cultuurland met bomen en hagen: boerderijen, kwekerijen, irrigatielandbouw, parken en golfbanen; ook in struweel van acacia's en prosopis aan de rand van het cultuurland. Zit opvallend op draden, hekken en boomtoppen, vanwaar hij op de grond jaagt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Oman: zeldzame doortrekker en wintergast, vooral in het noorden en in Dhofar. Verenigde Arabische Emiraten: in 2021 waren negen gevallen aanvaard, meest overwinteraars op boerderijen en in kwekerijen, waarvan sommige maanden bleven. Koeweit: twee gevallen, in oktober 2004 en van oktober 2007 tot april 2008. Saoedi-Arabië: één geval, Dhahran, februari–april 2015. Bahrein: eerste gevallen in oktober 2021 en oktober 2022 bij Barbar en Galali, mogelijk dezelfde vogel. Verder enkele meldingen uit Qatar en Israël. Niet bekend uit Noord-Afrika. Daarbuiten broedt erythronotus van Turkmenistan en Oezbekistan door Afghanistan en Pakistan tot Noordwest-India en in het zuidoosten van Iran; andere ondersoorten bewonen India, China en Zuidoost-Azië tot Nieuw-Guinea. In Europa een zeldzame dwaalgast.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in de winter op boerderijen en in kwekerijen in de Emiraten en Noord-Oman, waar zeldzame klauwieren vaak lang verblijven; volg de meldingen van lokale vogelaars. Een klauwier op een draad met een opvallend lange zwarte staart en roestoranje stuit is hier vrijwel zeker deze soort.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). Wijd verbreid en talrijk in Azië. In het gidsgebied een zeldzame gast die in de laatste decennia vaker wordt gezien, mogelijk door meer waarnemers en meer groen in de Golfstaten.

Wetenschappelijke naam

Lanius schach | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Lanius voerde hij in datzelfde werk in. Lanius is Latijn voor 'slager', naar de gewoonte van klauwieren om prooien op doorns en prikkeldraad te spietsen. De herkomst van schach is onzeker: het is waarschijnlijk een klanknabootsing, mogelijk van een Chinese naam voor de vogel; ook het Perzische shāh 'koning' is geopperd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guangzhou (Kanton) in China.