Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Marmereend

Marmereend | Marmaronetta angustirostris

Marbled Teal | Cerceta pardilla

Een kleine, bleke zandkleurige eend met een donker oogmasker, die zich graag verschuilt in de oevervegetatie. De moerassen van Mesopotamië in Zuid-Irak herbergen een groot deel van de wereldpopulatie; de Maghreb is het tweede bolwerk van het gebied. Het aantal schommelt sterk met de regenval: in natte jaren duiken broedparen op plaatsen op waar de soort jaren ontbrak.

Marmereend (Marmaronetta angustirostris)
Foto: jjulio2000 — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een stille soort. Het mannetje laat in de balts een zacht, nasaal piepje horen, jiep, het vrouwtje een dunne, tweelettergrepige roep. Groepjes zijn vaak alleen te horen als ze opvliegen.

Luister: VluchtroepXC1098259

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 40 cm, slank en langhalzig, met een vrij lange donkere snavel. Het hele verenkleed is grijsbruin met crèmekleurige vlekken, die de vogel een gemarmerd uiterlijk geven. Een donkere vlek loopt van het oog naar achteren en contrasteert met de bleke kop; het mannetje heeft een ruige, iets hangende kuif op het achterhoofd. Geen gekleurde spiegel: in vlucht zijn de vleugels egaal bleek met lichtere armpennen. De seksen lijken op elkaar; het vrouwtje heeft een kortere kuif en jonge vogels zijn minder duidelijk gevlekt.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje van de zomertaling (Spatula querquedula) heeft een gestreepte kop met lichte wenkbrauwstreep en een grijsgroene spiegel, het vrouwtje van de wintertaling (Anas crecca) een groene spiegel en een witte streep langs de staart. Het vrouwtje van de krakeend (Mareca strepera) is groter, heeft een oranje snavelrand en een witte spiegel. Geen andere eend in het gebied combineert de bleke gevlekte tekening met het donkere oogmasker en de vleugels zonder spiegel.

Leefgebied

Ondiepe zoete tot brakke wateren met veel oever- en drijfvegetatie: riet- en biezenranden, tijdelijk overstroomde laagten, kustlagunes en de moerassen van grote rivieren. Buiten de broedtijd ook op open meren, stuwmeren en zoutmeren, vaak in groepen. Grondelt en kiept in het ondiepe water naar zaden, waterplanten en ongewervelden; duikt zelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Marokko broedt de soort vooral in de wetlands langs de Atlantische kust (onder meer Sidi Bou Ghaba en de monding van de Oued Massa), in de Souss en bij de monding van de Moulouya, met in natte jaren ook broedgevallen op meren van de Midden-Atlas. In Algerije op de meren in het noordoosten bij El Kala, op de Hauts Plateaux en in de wetlands van de noordelijke Sahara. In Tunesië schaars en onregelmatig; in Egypte en Israël tegenwoordig zeldzaam, al broedde de soort vroeger in de Nijldelta en de Hulavallei. Het zwaartepunt van het Midden-Oosten ligt in de moerassen van Zuid-Irak langs Eufraat en Tigris, waar de soort broedt en overwintert; in Syrië, Koeweit, Saoedi-Arabië en de Golfstaten een zeldzame gast. Daarbuiten in Spanje, Turkije, Iran en Centraal-Azië tot Pakistan; overwinteraars uit West-Afrika bereiken de Sahel.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Marokko is Sidi Bou Ghaba bij Kenitra de bekendste plek, vooral in de nazomer en herfst, wanneer families en groepjes langs de rietkraag zwemmen. Kom vroeg op de dag en zoek de schaduwrand van de vegetatie af: de bleke vogels vallen pas op als ze bewegen. In Irak zijn de Centrale Moerassen en de Hawizeh-moerassen de plaatsen met de grootste aantallen.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De soort is in de twintigste eeuw sterk achteruitgegaan door het droogleggen van moerassen, en in Irak verdween het grootste deel van het leefgebied in de jaren negentig. Na het herstel van delen van de Mesopotamische moerassen na 2003 namen de aantallen daar weer toe, maar droogte, stuwdammen stroomopwaarts, jacht en verstoring blijven bedreigingen. In de Maghreb hangt het broedsucces sterk af van het waterpeil in het voorjaar.

Wetenschappelijke naam

Marmaronetta angustirostris | (Ménétries, 1832)

Ménétries beschreef de soort in 1832 als Anas angustirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Marmaronetta werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Marmaronetta is Grieks, van marmaros 'marmer' en netta 'eend', naar het gemarmerde verenkleed. angustirostris is Latijn, van angustus 'smal' en rostrum 'snavel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Lenkoran in Azerbeidzjan.