Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Noordse pijlstormvogel
Noordse pijlstormvogel | Puffinus puffinus
Manx Shearwater | Pardela pichoneta
De klassieke zwart-witte pijlstormvogel van de Noord-Atlantische Oceaan, die op weg van en naar zijn winterkwartieren voor Zuid-Amerika ook langs de Atlantische kust van Marokko trekt. In het gidsgebied is hij vooral een vogel van de winterse zeetrek bij Agadir en Tarfaya; in de Middellandse Zee wordt hij overvleugeld door de yelkouanpijlstormvogel en is hij een uitzondering.
Geluid
Op zee vrijwel altijd stil. In de broedkolonie 's nachts een schor, kokhalzend gekraai in een vast ritme, kah-kah-koeroe, uit holen en in de vlucht; in het gidsgebied hoor je hem niet.
Opname: Anthony McGeehan — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Middelgroot en slank, met lange, smalle en rechte vleugels en een korte staart. Van boven egaal zwart, van onderen helderwit, met een scherpe grens die op de kop onder het oog doorloopt, zodat het gezicht donker oogt; achter de hals buigt het wit iets omhoog. De ondervleugel is wit met een smalle, scherpe donkere rand en donkere punt, de oksels zijn wit en de onderstaartdekveren zuiver wit. Snavel dun en donker, poten roze. De vlucht bepaalt het beeld: een paar snelle, stijve slagen en dan een lange glijvlucht vlak boven de golven, waarbij de vogel kantelt en beurtelings de zwarte boven- en de witte onderzijde toont.
Verwarringssoorten
De yelkouanpijlstormvogel (Puffinus yelkouan) is de belangrijkste verwarringssoort: de westelijke vorm (vale pijlstormvogel), die voor de Marokkaanse Atlantische kust veel talrijker is, is bruiner van boven en vuil bruinwit van onderen, met donkere oksels, een donkere onderstaart en een vage kop-keelgrens; de oostelijke vorm in de Middellandse Zee is bruiner van boven, heeft een bredere donkere ondervleugelrand en vliegt met snellere slagen en kortere glijfases. De kleine pijlstormvogel (Puffinus baroli) is veel kleiner, met een wit gezicht rond het oog, korte ronde vleugels en een ratelende vlucht. Scopoli's pijlstormvogel (Calonectris diomedea) is veel groter en bruingrijs, met een gele snavel en een loom zeilende vlucht. De grauwe pijlstormvogel (Ardenna grisea) is geheel donker met een zilverige ondervleugelbaan.
Leefgebied
Open zee boven het continentaal plat en de rand daarvan, ook dicht onder de kust in baaien en bij kapen, vooral bij sterke aanlandige wind. Foerageert op kleine scholvissen zoals sardines en ansjovis, door van het oppervlak weg te duiken of al zwemmend onder water te gaan. Broedt in holen op eilanden buiten het gebied.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Marokko: geregelde doortrekker en wintergast voor de Atlantische kust, van de Straat van Gibraltar zuidwaarts tot Tarfaya en de wateren van de Westelijke Sahara, het meest van september tot april; in de baai van Agadir 's winters vaak groepjes van tien tot twintig vogels. In de Straat van Gibraltar en langs de Marokkaanse Middellandse Zeekust schaars. Algerije, Tunesië en Libië: in de Middellandse Zee van het gebied uitzonderlijk, met slechts enkele waarnemingen. Israël: één aanvaarde waarneming, bij Eilat in juni 2014. Niet vastgesteld in de andere landen van het gebied. Daarbuiten broedt hij op eilanden in de Noord-Atlantische Oceaan, het talrijkst op de Britse Eilanden en in Ierland, verder op IJsland, de Faeröer, in Bretagne, op de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden en in kleine aantallen in Noordoost-Amerika; hij overwintert voor de kust van Zuid-Amerika, vooral bij Zuid-Brazilië en Argentinië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek hem in de winter in de baai van Agadir, waar hij vanaf de haven en vanaf boten in groepjes te zien is; zeetrek bij de haven van Tarfaya levert in het najaar ook vogels op. Let op het scherpe zwart-wit en de witte onderstaart om hem te scheiden van de veel talrijkere vale vorm van de yelkouanpijlstormvogel.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd; het grootste deel van de wereldpopulatie broedt op een handvol eilanden voor de Britse en Ierse kust. Bedreigingen zijn ingevoerde ratten en andere predatoren op de broedeilanden, kunstlicht dat jonge vogels desoriënteert, bijvangst in visserijtuig en olievervuiling. In het gidsgebied zelf zijn geen bijzondere bedreigingen bekend.
Wetenschappelijke naam
Puffinus puffinus | (Brünnich, 1764)
Brünnich beschreef de soort in 1764 als Procellaria puffinus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Puffinus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Puffinus komt van het Engelse puffin en varianten daarvan, de naam voor het gezouten jong van de pijlstormvogel, vroeger een lekkernij. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Faeröer en Noorwegen.
