Alle soorten › Zangvogels › Graszangers › Oostelijke gestreepte prinia

Oostelijke gestreepte prinia | Prinia lepida

Delicate Prinia | Prinia delicada

De oostelijke gestreepte prinia is de oostelijke tweelingsoort van de westelijke gestreepte prinia, pas recent op grond van DNA en zang als aparte soort erkend. In het gidsgebied leeft hij in Mesopotamië en rond de Perzische Golf, waar hij zich in enkele decennia sterk heeft uitgebreid en nu talrijk is in de tuinen en parken van Koeweit, Qatar en de Emiraten.

Oostelijke gestreepte prinia (Prinia lepida)
Foto: Dûrzan — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een snelle, raspende reeks, zrit-zrit-zrit-zrit, met vier à vijf frasen per seconde en een zoemerig vulgeluid, als een doorlopend ratelend rad. De roepen, een droog tsjit en een snorrend trrrt, zijn gelijk aan die van de westelijke gestreepte prinia.

Luister: ZangXC688131

Opname: Gregory Askew — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Bleek grijsbruin tot zandkleurig boven met fijne donkere strepen op kruin en mantel, vuilwit onder met warmbeige flanken; Golfvogels zijn vaak lichter en warmer getint dan Iraakse. Lange, getrapte staart, van boven meestal duidelijk fijn gebandeerd, van onderen met smalle, vage donkere bandjes vóór de witte toppen. Kop vrij effen met lichte teugel en oranjegeel oog. Seksen gelijk.

Verwarrings­soorten

De westelijke gestreepte prinia (Prinia gracilis) is in het veld nauwelijks te onderscheiden: hij heeft van onderen grotere, donkerder, ronde staartvlekken, een vaak minder gebandeerde staartbovenkant en een tragere, ritmischere zang; beide soorten ontmoeten elkaar in Oost-Saoedi-Arabië en Qatar. De graszanger (Cisticola juncidis) is zwaarder gestreept met een korte staart.

Leefgebied

Riet en tamarisk langs rivieren, kanalen en moerassen, akkers en dadelpalmtuinen, en in de Golfstaten vooral bevloeide tuinen, parken, golfbanen en bermen in de steden; ook mangrove en kuststruweel. Eet kleine insecten. Het bolvormige nest hangt laag in een struik of graspol.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Talrijk in Irak in Mesopotamië en het marsgebied, langs de Eufraat ook in Oost-Syrië. Koloniseerde Koeweit in de jaren 1990 en verspreidde zich langs de Golfkust naar Noordoost-Saoedi-Arabië (Khafji, Jubail, Qatif tot Dhahran). Talrijk in de Verenigde Arabische Emiraten en Noord-Oman (een eigen ondersoort), en in het oosten en midden van Qatar. Daarbuiten in Zuidoost-Turkije, Iran, Turkmenistan, Afghanistan, Pakistan en Noordwest-India.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In vrijwel elk stadspark of bevloeid groen in Dubai, Abu Dhabi, Doha of Koeweit-stad te vinden. Neem de zang op: het snelle, raspende ritme is het beste kenmerk ten opzichte van de westelijke gestreepte prinia.

Staat van instandhouding

Door de IUCN (nog) niet als aparte soort beoordeeld; de BirdLife-taxonomie rekent hem tot de westelijke gestreepte prinia, die niet bedreigd is. In het gidsgebied talrijk en in opmars door aanleg van groen en irrigatie.

Wetenschappelijke naam

Prinia lepida | Blyth, 1844

Blyth beschreef de soort in 1844 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Prinia werd in 1821 ingevoerd door Horsfield. Prinia komt van prinya, de Javaanse naam voor Prinia familiaris, de prinia van dat eiland. lepida is Latijn voor 'sierlijk, bevallig'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sindh in Pakistan.