Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Poelsnip

Poelsnip | Gallinago media

Great Snipe | Agachadiza real

Een zware, gedrongen snip die tussen zijn broedgebieden in Noordoost-Europa en West-Siberië en zijn wintergebied in tropisch Afrika in één ruk over het gidsgebied heen trekt. Hij wordt daardoor alleen schaars en onregelmatig opgemerkt, vooral in het voorjaar in Egypte, de Levant en Arabië.

Poelsnip (Gallinago media)
Foto: christoph_moning — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil bij het opvliegen; hooguit een zacht, laag etsj of uk, veel minder schor dan de watersnip. De baltsgeluiden op de lekplaatsen klinken niet in het gebied.

Luister: ZangXC1133855

Opname: János Schadl — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Iets groter en vooral zwaarder dan de watersnip, met een kortere, aan de basis dikkere snavel en een bollere borst. De flanken en buik zijn tot ver naar achteren dicht zwart gebandeerd, zonder de witte buik van de watersnip. Op de vleugeldekveren staan rijen witte toppen die in rust duidelijke witte streepjes vormen. In vlucht toont hij een donkere vleugel met witte randen langs de grote dekveren en veel wit in de buitenste staartpennen; de vlucht is rechter, trager en lager dan die van de watersnip, vaak met een korte afstand voor hij weer invalt.

Verwarrings­soorten

De watersnip (Gallinago gallinago) heeft een langere snavel, een witte buik, een duidelijke witte achterrand aan de vleugel en vliegt zigzaggend en hoog weg. Het bokje (Lymnocryptes minimus) is veel kleiner, met een korte snavel en zonder middenkruinstreep. De stekelstaartsnip (Gallinago stenura) mist de witte vleugelstrepen en heeft weinig wit in de staart.

Leefgebied

Op trek in drogere delen van moerassen dan de watersnip: natte graslanden, rietranden, ondergelopen velden, rijstvelden en bevloeide luzerne- en voedergewassen, in Arabië ook geïrrigeerde boerderijen en gazons van irrigatieprojecten. Rust overdag verscholen in dichte vegetatie.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Trekt in een breed front over het oosten van het gebied. In Egypte schaars in de Nijlvallei en -delta en op de Sinaï; in Israël en Jordanië een schaarse doortrekker, vooral in april en mei in de Jordaan- en Beit Shean-vallei en bij Eilat. In Irak schaars in het zuiden en in de moerassen. Op het Arabisch schiereiland een zeldzame tot schaarse doortrekker in Koeweit (geïrrigeerde boerderijen bij Jahra), Saoedi-Arabië, Bahrein, de Emiraten, Oman en Jemen. In Libanon en Syrië weinig waarnemingen. In de Maghreb zeer zeldzaam. Daarbuiten broedt hij in Scandinavië, de Baltische staten en Polen tot West-Siberië en overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans is in de tweede helft van april en in mei in natte velden in de Jordaanvallei en bij Eilat, en op bevloeide percelen op Arabische boerderijen. Loop natte randen langzaam af: een snip die laag en recht wegvliegt en snel weer invalt, met wit in de staart, verdient een tweede blik.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De populatie is in de twintigste eeuw sterk gekrompen door ontwatering en intensivering van hooilanden in Oost-Europa. Op de trek is hij afhankelijk van natte graslanden en bevloeide velden; in het gebied speelt ook jacht een rol.

Wetenschappelijke naam

Gallinago media | (Latham, 1787)

Latham beschreef de soort in 1787 als Scolopax Media; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gallinago werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Gallinago is Neolatijn voor 'snip', gevormd uit het Latijnse gallina 'hen' en het achtervoegsel -ago 'gelijkend op'. media is Latijn voor 'middelste': de vogel houdt in grootte het midden tussen de houtsnip en de watersnip. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Engeland.