Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Raaf

Raaf | Corvus corax

Northern Raven | Cuervo grande

De grootste zangvogel van het gebied, in de Maghreb en het noordelijk Midden-Oosten een vogel van bergen, steppen en kustkliffen. Naar het zuiden wordt hij aan de rand van de woestijn afgelost door de bruinnekraaf, en juist in die overgangszone is het onderscheid tussen beide het lastigst.

Raaf (Corvus corax)
Foto: MilanIlic553 — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een diepe, sonore, ver dragende kronk-kronk of prruk, veel lager en voller dan de roep van de bruinnekraaf; daarnaast een klokkend klonk, een houten geratel en zachte keelgeluiden bij het nest.

Luister: RoepXC1186070

Opname: Scott Crabtree — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

Groot en geheel zwart met een blauwpaarse glans, met een zware, hoge snavel met sterk gebogen bovenlijn en dikke neusveerborstel, en ruige, uitstaande keelveren die als een baard afsteken. In de vlucht een lang uitgestoken kop, lange vingervleugels en een duidelijke wigstaart met spitse middenpunt; zeilt en buitelt veel, ook op de rug. De Noord-Afrikaanse vorm tingitanus is wat kleiner, met kortere vleugels en een vettige, sterk glanzende tint; de vorm laurencei in de Levant en Irak heeft een iets bruiner getinte nek, wat verwarring met de bruinnekraaf kan geven. Jonge vogels zijn doffer, met een kortere baard.

Verwarrings­soorten

De bruinnekraaf (Corvus ruficollis) is slanker, met een langere, slankere en rechtere snavel, een gladde keel, een bruine waas over kop en nek, een minder spitse wigstaart en een hogere, nasale roep. De waaierstaartraaf (Corvus rhipidurus) is kleiner en heeft een zeer korte staart. De zwarte kraai (Corvus corone) is kleiner en heeft een afgeronde staart; in het gebied is hij bovendien vrijwel steeds grijs-zwart. Bij twijfel geven de wigstaart, de baard en de diepe stem de doorslag.

Leefgebied

Bergen met rotswanden, kloven, de Atlas en de Rif, hoogvlakten en alfa-steppe, cederbossen, kustkliffen en open cultuurland met verspreide bomen; in de Levant ook heuvels en steppe aan de woestijnrand. Komt naar vuilstorten en slachtplaatsen. Nestelt op een rotsrichel, in een hoge boom of op een mast.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Marokko in de Rif, de Middel- en Hoge Atlas, op de hoogvlakten en langs de Atlantische kust zuidwaarts tot ongeveer de Souss; in Noord-Algerije in de Tell, de Atlas en op de Hoge Plateaus, in Noord- en Midden-Tunesië en in Libië in de Jebel Nafusa en de Jebel Akhdar in Cyrenaica. In het oosten in Libanon, West- en Noord-Syrië, Noord- en Midden-Israël (Galilea, Golan, de Karmel, het heuvelland van Samaria en Judea en de noordelijke Negev), in West-Jordanië en in Noord-Irak (Koerdistan). In Egypte, op het Arabisch schiereiland en in de diepe woestijn ontbreekt hij en neemt de bruinnekraaf zijn plaats in. Daarbuiten over vrijwel het hele noordelijk halfrond: Europa, Azië en Noord-Amerika, zuidwaarts tot de Canarische Eilanden, Iran en de Himalaya.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Let in het Marokkaanse binnenland, aan de zuidrand van de Atlas en in de Negev-hooglanden bij elke grote zwarte vogel op de snavel en de roep: hier kunnen raaf en bruinnekraaf op een dag allebei voorkomen. De cederbossen rond Ifrane en de kloven van de Todra en de Dadès zijn goede plekken voor de Noord-Afrikaanse vorm.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in het gidsgebied tamelijk algemeen in de bergen van de Maghreb en het noordelijk Midden-Oosten. Plaatselijk afgenomen door vergiftiging en vervolging; elders profiteert hij van afval.

Wetenschappelijke naam

Corvus corax | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Corvus voerde hij in datzelfde werk in. Corvus is het Latijnse woord voor 'raaf'. corax is de gelatiniseerde vorm van het Griekse korax 'raaf', zodat de naam in beide talen hetzelfde zegt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.