Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Ralreiger

Ralreiger | Ardeola ralloides

Squacco Heron | Garcilla cangrejera

Een kleine, okerkleurige reiger die zittend opgaat in het riet en in vlucht verrassend wit oplicht. In het gidsgebied broedt hij in de moerassen van de Maghreb, de Nijldelta, de Levant en Zuid-Irak, en op trek steekt hij in groten getale de Sahara en het Arabisch schiereiland over.

Ralreiger (Ardeola ralloides)
Foto: Andy Morffew from Itchen Abbas, Hampshire, UK — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Weinig te horen. Bij opvliegen of in de kolonie een schor, eendachtig karr of kaa-kaa, vooral in de schemering.

Luister: VluchtroepXC1180912

Opname: Xavier Riera — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Klein en gedrongen, met een korte, dikke hals en in zit warm okerbruin, waarbij de witte vleugels grotendeels verborgen zijn. Bij opvliegen worden vleugels, stuit en staart helder wit. In broedkleed zijn kop en hals bleek oker met fijne donkere strepen en lange, zwart-wit gestreepte kuifveren op het achterhoofd, de rug warm okerkleurig met lange mantelveren; de snavel is blauwachtig met een zwarte punt en de poten zijn roze tot rood. Buiten de broedtijd is de kop zwaarder gestreept, de rug doffer bruin en de snavel groengeel met donkere punt. Jonge vogels zijn bruiner en sterker gestreept.

Verwarrings­soorten

De Indische ralreiger (Ardeola grayii) van Oost-Arabië is in winterkleed nauwelijks te scheiden; in broedkleed heeft die een donker kastanjebruine rug en geen gestreepte kuif. De koereiger (Ardea ibis) is ook in zit geheel wit. Het woudaapje (Botaurus minutus) is kleiner en heeft in vlucht een opvallend bleek vleugelveld op een donkere vleugel, maar geen witte vleugels en staart. De kwak (Nycticorax nycticorax) in jeugdkleed is groter, bruin met witte druppelvlekken en heeft bruine vleugels.

Leefgebied

Rietmoerassen, wilgen- en tamariskstruweel langs water, rijstvelden, irrigatiekanalen, visvijvers en de oevers van rivieren en meren. Broedt in kolonies, vaak samen met andere reigers, in struiken en bomen boven water of in het riet. Op trek ook op kleine wateren in oases en bij waterzuiveringen midden in de woestijn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedt in Marokko in de merja's van de Atlantische kust (Merja Zerga, Bas Loukkos) en de Moulouya, in Noordoost-Algerije (El Kala, Lac Tonga, Lac Fetzara) en plaatselijk in Tunesië. In Egypte is hij talrijk in de Nijldelta en langs de Nijl tot Aswan en het Nassermeer, en daar ook in de winter aanwezig. In het oosten broedt hij in Israël (Hula-vallei en kustvlakte), Syrië en vooral in de moerassen van Zuid-Irak, waar ook vogels overwinteren. Op trek in het hele gebied: over de Sahara (Libië, Algerije), door de Jordaanvallei en langs Eilat, en verspreid over Saoedi-Arabië, de Golfstaten, Oman en Jemen; enkelingen overwinteren in Zuidwest-Arabië. Daarbuiten broedt hij in Zuid-Europa en van Turkije tot Centraal-Azië, en in Afrika ten zuiden van de Sahara en op Madagaskar; de Palearctische vogels overwinteren in tropisch Afrika.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In mei en juni in de Nijldelta en bij Merja Zerga vrijwel gegarandeerd. Op trek, in april en september, loont het om waterzuiveringen en oases in de woestijn te bekijken, zoals bij Eilat, in de Arava en in de Emiraten: daar duiken ralreigers soms op onverwachte plekken op. Let op opvliegende vogels die plotseling wit worden.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In Noord-Afrika gaan broedgebieden verloren door drooglegging van merja's, waterwinning en verstoring; de Irakese populatie leed zwaar onder de drooglegging van de moerassen in de jaren negentig en herstelde deels na het opnieuw onder water zetten. De vogels die de Sahara oversteken zijn kwetsbaar voor droogte in de Sahel.

Wetenschappelijke naam

Ardeola ralloides | (Scopoli, 1769)

Scopoli beschreef de soort in 1769 als Ardea ralloides; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ardeola werd in 1822 ingevoerd door Boie. Ardeola is Latijn, een verkleinwoord van ardea 'reiger', dus 'reigertje'. ralloides is gevormd uit Latijn rallus 'ral' en Grieks -oides 'gelijkend op'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Krain in Slovenië.