Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Saunders' dwergstern

Saunders' dwergstern | Sternula saundersi

Saunders's Tern | Charrancito de Saunders

De dwergstern van de warme Arabische kusten, de Rode Zee en de Golf van Aden, die hier de gewone dwergstern als broedvogel grotendeels vervangt. Hij lijkt er sterk op en wordt soms als ondersoort ervan beschouwd; alleen in broedkleed en met goed zicht op stuit en vleugels is hij met zekerheid te herkennen.

Saunders' dwergstern (Sternula saundersi)
Foto: hungryholobiont — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, kort kiet of tsjiet en een droog gekwetter; volgens sommige waarnemers iets lager en raspender dan bij de dwergstern.

Luister: VluchtroepXC1152134

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Klein en slank, lichtgrijs van boven en wit van onder. In de broedtijd zwarte kap met een kleine, rechthoekige witte voorhoofdsvlek die niet tot achter het oog doorloopt. Stuit en middelste staartpennen grijs, even licht als de rug. De drie à vier buitenste handpennen zijn zwartachtig met donkere schachten en vormen een duidelijke donkere wig aan de vleugelpunt. Snavel geel met een zwarte punt, vaak wat donkerder dan bij de dwergstern; poten dof bruinig, olijf- of oranjebruin. Buiten de broedtijd is het voorhoofd wit en de snavel donker, en is hij vrijwel niet van de dwergstern te onderscheiden.

Verwarrings­soorten

De dwergstern (Sternula albifrons) heeft een witte stuit en staart, een witte voorhoofdsvlek die als een spits tot achter het oog reikt, slechts twee à drie donkere buitenste handpennen met lichte schachten en heldere oranjegele poten; de roep is wat hoger. De Arabische stern (Sterna repressa) en andere sterns in het gebied zijn veel groter.

Leefgebied

Zandstranden, schelpenbanken, kale zandplaten en zandige eilandjes aan warme zeekusten, ook sebkha's achter de kust en kreken bij mangrove. Foerageert boven ondiep, helder water bij de kust en in lagunes. Broedt in kleine, losse kolonies, vaak samen met andere sterns of plevieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedt langs de kusten van het Arabisch Schiereiland: in de Perzische Golf (Koeweit, Bahrein, Qatar, de oostkust van Saoedi-Arabië en de Emiraten), langs de Golf van Oman en de Arabische Zee van Oman, in Jemen, op Socotra en langs de Saoedische en Jemenitische Rode Zeekust. In Egypte pas sinds 2014–2015 als broedvogel bekend, bij Ras Sudr in de Golf van Suez en op het eiland Ras Matarma; deze populatie lijkt toe te nemen. Zeldzaam in de Golf van Akaba (Eilat). De meeste vogels verlaten het gebied in de winter, maar enkele blijven aan de Rode Zee en de Arabische Zee. Daarbuiten broedt hij langs de Rode Zeekust van Soedan en Eritrea, in Somalië, Pakistan en West-India, en overwintert hij langs de Oost-Afrikaanse kust zuidwaarts tot Mozambique.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De kust van Barr al Hikman en het eiland Masirah in Oman, de zandplaten van Khor Kalba en Abu Dhabi in de Emiraten en de stranden van Bahrein zijn goede plekken in mei en juni. Kijk in gemengde groepen naar de stuit: grijs bij Saunders, wit bij de dwergstern.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar de aantallen zijn slecht bekend, mede door de lastige determinatie. De broedplaatsen op stranden en zandplaten worden bedreigd door kustontwikkeling, terreinwagens op stranden, recreatie en verstoring door honden en katten.

Wetenschappelijke naam

Sternula saundersi | (Hume, 1877)

Hume beschreef de soort in 1877 als Sterna Saundersi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sternula werd in 1822 ingevoerd door Boie. Sternula is een Latijnse verkleinvorm van Sterna en betekent dus 'sterntje'. saundersi eert de Britse ornitholoog Howard Saunders (1835–1907), specialist in meeuwen en sterns. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Karachi, Sindh, Pakistan.