Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Socotradwergooruil

Socotradwergooruil | Otus socotranus

Socotra Scops Owl | Autillo de Socotora

Een kleine dwergooruil die alleen op het eiland Socotra voorkomt en daar de enige uil is die algemeen is. Hij werd lang als ondersoort van de Afrikaanse dwergooruil gezien, maar verschilt in verenkleed en vooral in zang; genetisch staat hij dichter bij de Oriëntaalse dwergooruil.

Socotradwergooruil (Otus socotranus)
Foto: Kerrtu — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een laag, hol woek-woek of kroe-roek, in een regelmatige reeks herhaald; heel anders dan het snorren van de Arabische en Afrikaanse dwergooruil, en meer als dat van de Oriëntaalse dwergooruil.

Luister: RoepXC1091773

Opname: Mischa Keijmel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Heel klein, met korte oorpluimen en een rond hoofd. Het verenkleed is licht grijsbruin met fijne vermiculatie en dunne donkere schachtstrepen, minder contrastrijk dan bij de Arabische dwergooruil. Het gezicht is bleek grijs met een smalle donkere rand, de ogen zijn geel. Overdag rust hij in holtes, rotsspleten of dicht blad.

Verwarrings­soorten

Op Socotra komt geen andere dwergooruil voor; dwalende dwergooruilen (Otus scops) op trek zijn veel zeldzamer en groter, met een fluitende zang. De kerkuil (Tyto alba) van Socotra is veel groter, met een wit hartvormig gezicht.

Leefgebied

Rotsachtig halfwoestijnland met verspreide bomen en struiken, wadi’s met vijgen en tamarisken, dadelpalmtuinen en de hellingen van het Haggeher-gebergte. Het talrijkst waar oude palmen staan. Komt voor op meer dan de helft van het eiland, van de kust tot in het bergland. Nestelt vermoedelijk in natuurlijke holtes; eieren worden vroeg in het jaar gelegd, rond januari.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Endemisch voor Socotra (Jemen), waar hij over een groot deel van het eiland voorkomt, van de kustvlakten en palmtuinen bij Hadibu tot de hellingen van de Haggeher en het plateau van Homhil. Niet vastgesteld op de kleinere eilanden van de archipel (Abd al Kuri, Samha en Darsa). Komt nergens anders voor.

  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De palmtuinen rond Hadibu en de wadi’s van Homhil en Dixam zijn goede plekken; de zang klinkt kort na zonsondergang en de vogel komt vaak goed op een lage tak of palmblad zitten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd volgens de Rode Lijst, maar met een klein, geïsoleerd verspreidingsgebied kwetsbaar voor veranderingen op het eiland: overbegrazing door geiten, het kappen van oude palmen en bomen, wegenaanleg en tropische stormen.

Wetenschappelijke naam

Otus socotranus | (Ogilvie-Grant & Forbes, 1899)

Ogilvie-Grant & Forbes beschreef de soort in 1899 als Scops socotranus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Otus werd in 1769 ingevoerd door Pennant. Otus is Latijn voor 'ooruil', ontleend aan het Griekse ōtos, bij ous 'oor'. socotranus verwijst naar Socotra, het eiland waar de soort voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Socotra in Jemen.