Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Westelijke rifreiger

Westelijke rifreiger | Egretta gularis

Western Reef Heron | Garceta dimorfa

Een kustreiger met twee kleurvormen, wit en donker leigrijs, die langs vrijwel alle kusten van het Arabisch Schiereiland, de Rode Zee en de Perzische Golf de algemeenste kleine reiger is. In de Maghreb is hij zeldzaam.

Westelijke rifreiger (Egretta gularis)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil; bij verstoring en in de kolonie een schor, laag kraak of gaark.

Luister: RoepXC988665

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Een slanke reiger ter grootte van de kleine zilverreiger, maar met een zwaardere, licht gebogen snavel die geelbruin tot oranjebruin is. De donkere vorm is leigrijs met een witte keel, de witte vorm geheel wit, en er zijn gevlekte tussenvormen. De poten zijn donker tot groenachtig met gele tenen; het geel loopt vaak een eind langs de tarsus omhoog. In de broedtijd twee lange nekpluimen en fijne rugpluimen. In het oosten van het gebied gaat het om de ondersoort schistacea met lichte snavel; in Marokko en Tunesië verschijnt ook de nominaatvorm gularis met donkerdere snavel, die meer op die van de kleine zilverreiger lijkt.

Verwarrings­soorten

Kleine zilverreiger (Egretta garzetta) heeft een dunnere, rechtere, zwarte snavel, zwarte poten met scherp afgezette gele tenen en een slankere bouw; bij witte vogels zijn snavelkleur en -vorm doorslaggevend, en in Tunesië komen hybriden voor. Grote zilverreiger (Ardea alba) is veel groter, met een gele snavel en lange geknikte hals. Middelste zilverreiger (Ardea intermedia) heeft een korte gele snavel en zwarte poten zonder gele tenen. De zwarte reiger (Egretta ardesiaca) is kleiner en zwarter, met een zwarte snavel en zonder witte keel.

Leefgebied

Getijdenvlakten, rotskusten en koraalriffen bij laagwater, mangroven, lagunes, havens en zoutpannen; minder op zoet water landinwaarts. Jaagt actief, vaak rennend met half gespreide vleugels door ondiep water. Broedt in kolonies in mangroven en op eilandjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Algemene jaarvogel langs de Rode Zeekust van Egypte (inclusief de Sinaï en de Golf van Suez), Saoedi-Arabië en Jemen, rond Socotra en langs de Golf van Aden; langs de hele kust van Oman (onder meer Barr al Hikman en Masirah) en in de Perzische Golf in de Emiraten, Qatar, Bahrein, Oost-Saoedi-Arabië, Koeweit en Zuid-Irak (Shatt al-Arab). In de Golf van Aqaba geregeld bij Eilat en Aqaba; schaarser aan de Israëlische Middellandse Zeekust en in de Nijldelta. In Tunesië al decennia een schaarse gast, met broedgevallen in gemengde paren met kleine zilverreigers bij Thyna (Sfax) in 1993, 1996, 1998 en 2002. In Marokko zeldzaam, maar de laatste jaren vaker gemeld (onder meer langdurig bij Essaouira in 2010), en schaars aan de kust van de Westelijke Sahara; in Algerije in 2018 voor het eerst vastgesteld (moerassen van Mekhada, El Tarf). Daarbuiten broedt de nominaatvorm langs de West-Afrikaanse kust van Mauritanië tot Gabon en schistacea van Oost-Afrika tot West-India en Sri Lanka.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Eilat en Aqaba zijn beide kleurvormen van dichtbij te zien langs de noordkust; in de Emiraten en Oman foerageren ze bij laagwater op elke getijdenvlakte en zelfs in havens. In Barr al Hikman en op Socotra jagen ze tussen de krabplevieren. In de Maghreb loont het om elke kleine zilverreiger met een lichte of zware snavel goed te bekijken.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in het gebied talrijk. Kustontwikkeling, aanleg van jachthavens en de kap van mangroven verminderen broedplaatsen, maar de soort past zich goed aan havens en kunstmatige kusten aan.

Wetenschappelijke naam

Egretta gularis | (Bosc, 1792)

Bosc beschreef de soort in 1792 als Ardea gularis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Egretta werd in 1817 ingevoerd door Forster. Egretta komt van het Provençaalse aigrette, de naam voor de kleine zilverreiger, een verkleinvorm van aigron 'reiger'. gularis is Latijn voor 'van de keel', van gula 'keel', naar de witte keel die het donkere kleed onderbreekt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Senegalrivier.