Alle soorten › Zangvogels › Kwikstaarten en piepers › Witte kwikstaart

Witte kwikstaart | Motacilla alba

White Wagtail | Lavandera blanca

De witte kwikstaart is in de winter de meest verspreide kwikstaart van het gidsgebied: hij loopt over gazons in Riyad, kades langs de Nijl, akkers in de Maghreb en parkeerplaatsen in Dubai. In Marokko leeft daarnaast het hele jaar de opvallende Marokkaanse vorm subpersonata, met een zwart masker.

Witte kwikstaart (Motacilla alba)
Foto: Stephan Sprinz — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een helder, tweelettergrepig tsli-wiet of tsjissik, vaak in de golvende vlucht. De zang is een levendig gekwetter van zulke roepjes met korte trillers, vooral in het voorjaar vanaf daken.

Luister: RoepXC1185670

Opname: Clément Bruneau — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16,5–19 cm, een slanke, langstaartige kwikstaart in grijs, zwart en wit, met zwarte poten. De nominaatvorm alba heeft in zomerkleed een wit gezicht, een zwarte kruin en achterhals, een zwarte keel en borst, een grijze rug, een zwarte vleugel met twee witte banden en een zwarte staart met witte buitenste staartpennen. In winterkleed zijn keel en kin wit en blijft alleen een zwarte borstband over. De Marokkaanse vorm subpersonata heeft een zwart masker door het oog dat aansluit op de zwarte keel, met alleen een witte wenkbrauwstreep en een witte halszijvlek. De vorm personata (maskerkwikstaart), uit Centraal-Azië, heeft een geheel zwarte kop met alleen een wit voorhoofd en gezicht rond het oog. Jonge vogels zijn grijzer en vlekkeriger, met een vaag grijs borstschild en een gelige zweem op het gezicht.

Verwarrings­soorten

De Afrikaanse bonte kwikstaart (Motacilla aguimp), alleen in Zuid-Egypte, is groter en zwart van boven met een grote witte vleugelvlek. Jonge witte kwikstaarten in het najaar kunnen aan een jonge citroenkwikstaart (Motacilla citreola) doen denken, maar die is kleiner, korter van staart, mist de donkere borstband en heeft een bleke omlijsting rond het oorveld. De rouwkwikstaart (Motacilla alba yarrellii), een Britse vorm met een zwarte rug, is in het gebied hooguit een schaarse wintergast in Marokko.

Leefgebied

Vrijwel elk open terrein met kort gras of kale grond nabij water: rivier- en kanaaloevers, akkers en irrigatievelden, gazons, golfbanen, parken, parkeerplaatsen, haventerreinen en stranden. In de winter vormt hij grote slaapplaatsen in rietvelden, bomen en zelfs in verlichte bomen in steden. Broedt in holtes in gebouwen, bruggen, rotsen en oevers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

De nominaatvorm broedt in de Maghreb (vooral het noorden van Marokko, Algerije en Tunesië), in Libanon, Syrië, het noorden van Israël en Noord-Irak, en plaatselijk in Egypte. De vorm subpersonata is een standvogel in Marokko, vooral in de Atlantische laagvlakte, de Atlas en de oases langs de woestijnrand. In de winter en op de trek talrijk door het hele gebied, van de Sahara-oases en de Nijlvallei tot in heel Arabië, Irak en de Golfstaten; in Oost-Arabië en Irak overwinteren ook dukhunensis en schaarse personata. Daarbuiten broedt de soort door heel Europa en Azië tot Alaska, en overwintert hij tot in tropisch Afrika, India en Zuidoost-Azië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter eigenlijk overal: kijk op elk gazon, elke parkeerplaats of kade. De Marokkaanse vorm is het makkelijkst te vinden bij Marrakech, in de Ourika-vallei en bij de oases van de Drâa en het Ziz-dal; hij loopt vaak tam rond op terrassen en daken. Op de Golfstaten loont het om tussen de winterse groepen naar een zwartkoppige personata te zoeken.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in het gebied zeer algemeen. Profiteert van bebouwing, irrigatielandbouw en gazons, zodat het aantal wintergasten in de Golfstaten en Arabië met de aanleg van parken en golfbanen is toegenomen.

Wetenschappelijke naam

Motacilla alba | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Motacilla voerde hij in datzelfde werk in. Motacilla was bij de Romeinen de naam van de kwikstaart; het is eigenlijk een verkleinvorm van motare 'heen en weer bewegen', maar sinds de middeleeuwen werd -cilla ten onrechte als 'staart' opgevat. alba is Latijn voor 'wit', naar het zwart-witte verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.