Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Witwangfluiteend
Witwangfluiteend | Dendrocygna viduata
White-Faced Whistling Duck | Suirirí cariblanco
Een rechtop staande, langhalzige fluiteend met een wit gezicht op een zwarte kop, die in Afrika ten zuiden van de Sahara en in Zuid-Amerika in grote, luid fluitende troepen leeft. In Noord-Afrika en het Midden-Oosten is hij een uitzonderlijke dwaalgast, waarbij aan een ontsnapping uit gevangenschap altijd gedacht moet worden.
Geluid
Een helder, hoog en driedelig fluiten, swie-swie-swieoe, dat dag en nacht klinkt, in vlucht en bij het landen. Een troep roept door elkaar, zodat een fluitend koor ontstaat dat ver over het water draagt.
Opname: Romuald Mikusek — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
43–48 cm, met lange hals, lange grijze poten en een rechte, gans-achtige houding. Gezicht en voorkant van de kop wit, achterhoofd en achterhals zwart; het wit kan door ijzerhoudend water roestig verkleurd zijn. Hals en borst warm kastanjebruin, flanken fijn zwart-wit gebandeerd, buik zwart, rug bruin met lichte randjes. Snavel zwartgrijs. In vlucht egaal donkere, brede vleugels zonder spiegel, met uitstekende poten en een licht gebogen hals. Seksen gelijk; jonge vogels hebben een vuil grijsbruin gezicht.
Verwarringssoorten
De rosse fluiteend (Dendrocygna bicolor) heeft dezelfde bouw, maar een okerbruine kop en onderzijde met een donkere streep in de achterhals, roomwitte flankveren en in vlucht een witte U op de stuit. De Indische fluiteend (Dendrocygna javanica) is kleiner en heeft een bruinachtige kop met roodbruine bovenvleugeldekveren. Jonge witwangfluiteenden met een grijsbruin gezicht verraden zich door de gebandeerde flanken en de zwarte buik.
Leefgebied
Ondiepe zoete meren, moerassen met open water, rivierarmen, rijstvelden en overstroomde graslanden. Foerageert vooral in de schemering en ’s nachts, grondelend en duikend naar zaden en waterplanten, en rust overdag dicht opeen op oevers en zandbanken. Een dwaalgast in het gebied kan op elk geschikt zoet water opduiken, ook op stuwmeren en waterzuiveringsvijvers.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen enkele dwaalgasten, gemeld uit Irak en Jemen. Daarbuiten wijdverbreid in Afrika ten zuiden van de Sahara, noordwaarts tot de Sahel, Soedan en Ethiopië, op Madagaskar en de Comoren, en in tropisch Zuid-Amerika en het zuiden van Midden-Amerika. Plaatselijk trekt de soort met de regentijd mee, maar zij steekt de Sahara zelden over.
Hoe en wanneer kijken
Een witwangfluiteend in het gebied is een echte zeldzaamheid. Noteer of de vogel schuw is en tussen wilde eenden verblijft, en controleer op ringen en beschadigde handpennen: de soort wordt veel in watervogelcollecties gehouden en ontsnapte vogels liggen voor de hand. Meld elke waarneming met foto’s bij de nationale zeldzaamhedencommissie.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en over het grote areaal talrijk. In het gebied een dwaalgast met slechts enkele gevallen in Irak en Jemen; de herkomst van zulke vogels is niet altijd zeker, omdat ontsnappingen uit gevangenschap voorkomen.
Wetenschappelijke naam
Dendrocygna viduata | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Anas viduata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dendrocygna werd in 1837 ingevoerd door Swainson. Dendrocygna komt van het Griekse dendron, 'boom', en het Latijnse cygnus, 'zwaan' — 'boomzwaan', omdat sommige fluiteenden in bomen rusten of broeden. viduata is Latijn voor 'in de rouw, verweduwd' — naar de witte kop en het zwarte achterhoofd, die aan rouwkledij deden denken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cartagena, Colombia.

