Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Wintertaling

Wintertaling | Anas crecca

Eurasian Teal | Cerceta común

De kleinste grondeleend van het gidsgebied, een snelle, wendbare eend die in strakke groepjes laag over het riet zwenkt. 's Winters is hij een van de talrijkste eenden van het gebied, van de merja's van Marokko tot de moerassen van Zuid-Irak.

Wintertaling (Anas crecca)
Foto: Andreas Trepte — CC BY-SA 2.5 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje geeft een helder, kort en klokkend fluitje, krik of prrit, dat in groepen als een rinkelende bel klinkt en tot ver draagt. Het vrouwtje kwaakt hoog, dun en nasaal. Vaak te horen van onzichtbare vogels in het riet.

Luister: ZangXC1168468

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Zeer kleine, kortnekkige eend met een smalle donkere snavel. Het mannetje heeft een kastanjebruine kop met een brede groene, geel omzoomde oogvlek, fijn grijs gevermiculeerde flanken met een witte horizontale streep boven de vleugel en een geel driehoekje onder de zwarte staart. Het vrouwtje is bruingespikkeld met een donkere oogstreep en vaak een lichte vlek bij de staartbasis. Beide geslachten tonen een groene spiegel met een brede witte voorrand en een smalle witte achterrand. Vliegt snel en zwenkend, en springt bijna loodrecht van het water op.

Verwarrings­soorten

De zomertaling (Spatula querquedula) heeft bij het vrouwtje een sterker getekende kop met een lichte vlek aan de snavelbasis en een lichte wenkbrauwstreep, en in vlucht een blauwgrijze vleugelvoorrand; ze trekt vooral in maart en september door, als wintertalingen schaars zijn. De marmereend (Marmaronetta angustirostris) is groter, bleek zandkleurig gevlekt en heeft geen spiegel. Het formaat en de snelle vlucht sluiten de grotere eenden uit.

Leefgebied

Ondiep zoet en brak water met begroeide oevers: rietmoerassen, overstroomde weiden, oeverzones van stuwmeren, visvijvers, rijstvelden, waterzuiveringen en kustlagunes. Foerageert grondelend en filterend in heel ondiep water en op slik, vooral op zaden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Wintergast in het hele gebied waar water ligt. In het westen op de wetlands van Marokko (Merja Zerga, Sidi Bou Ghaba, de Moulouya, Souss-Massa), van Noordoost-Algerije (El Kala, Guerbes) en van Tunesië (Ichkeul, Kelbia); verder op de deltameren en langs de Nijl in Egypte en schaars in Libië. In het oosten zeer talrijk in de moerassen van Zuid-Irak, verder in Syrië, Libanon, Israël en Jordanië, en in kleinere aantallen in Koeweit, de Golfstaten, Saoedi-Arabië, Oman en Jemen. Op trek ook bij oases, wadi-poelen en stuwmeren midden in de woestijn. Broedt van IJsland en Europa tot Oost-Siberië; overwintert verder tot in de Sahel, Oost-Afrika en Zuid-Azië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in de winter rustig de rietkragen en ondergelopen randen van stuwmeren en visvijvers af; groepjes wintertalingen liggen vaak dicht onder de oever en worden pas zichtbaar als ze opspringen. Let op het rinkelende fluiten van de mannetjes: dat verraadt een groep lang voordat je hem ziet.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en wijdverspreid. In het gidsgebied wordt hij op grote schaal bejaagd en met netten gevangen, vooral in Egypte en Irak, en leidt hij onder het droogvallen van wetlands; de afhankelijkheid van ondiep water maakt hem gevoelig voor droge jaren.

Wetenschappelijke naam

Anas crecca | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Anas voerde hij in datzelfde werk in. Anas is het Latijnse woord voor 'eend'. crecca gaat terug op kricka, de Zweedse naam van de vogel, een klanknabootsing van de roep van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.