Alle soorten › Steltloperachtigen › Jagers › Zuidpooljager
Zuidpooljager | Stercorarius maccormicki
South Polar Skua | Págalo polar
Een grote jager van Antarctica die in onze winter broedt en in de noordelijke zomer de evenaar overtrekt. In het gidsgebied verschijnt hij in de moessonmaanden voor de kust van Oman en Jemen, waar het koude, voedselrijke opwellingswater van de Arabische Zee veel zeevogels trekt.
Geluid
Op zee stil; alleen in de Antarctische broedkolonies klinkt een schor, lachend gekrijs.
Opname: steve — CC BY-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Groot en compact, met brede vleugels, een korte stompe staart en een zware zwarte snavel, iets slanker dan bij de grote jager. Er is een lichte en een donkere vorm met overgangen. Lichte vogels hebben een opvallend lichte, grijsbeige kop, hals en onderkant die scherp afsteken tegen de egaal donkere, vrijwel onbevlekte bovendelen en ondervleugels, vaak met een fijne lichte kraag; donkere vogels zijn egaal koudbruin zonder warme tinten. In alle vormen een witte vlek aan de basis van de handpennen, boven en onder. Jonge vogels zijn grijzer en effener, met een blauwgrijze snavelbasis.
Verwarringssoorten
De bruine jager (Stercorarius antarcticus), die ook in de Arabische Zee voorkomt, is forser en warmer bruin, met roestige vlekken en streepjes op de bovendelen en zonder contrast tussen lichaam en vleugel. De grote jager (Stercorarius skua) heeft warme roodbruine en gouden streping, maar is uit Arabië niet met zekerheid bekend. Donkere middelste jagers (Stercorarius pomarinus) zijn slanker, met een langere staart en een kleinere witte vlek.
Leefgebied
Open oceaan, vooral boven de koele, voedselrijke opwellingswateren van de Arabische Zee in de zomermoesson. Volgt vissersboten en groepen pijlstormvogels; komt zelden dicht onder de kust.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Oman: schaarse maar vermoedelijk jaarlijkse gast in mei – oktober, vooral tijdens de moesson voor de kust van Dhofar, bij Masirah en Ras al Hadd, met enkele gevallen tot bij Muscat; in totaal enkele tientallen meldingen van grote jagers, waarvan een deel bruine jagers. Jemen: in dezelfde periode in de Golf van Aden en de wateren rond Socotra. Emiraten: één niet tot op soort gebrachte grote jager vanaf de kust in januari 2000. Uit de Rode Zee, de Perzische Golf en de Middellandse Zee zijn geen zekere gevallen bekend. Broedt langs de kusten van Antarctica; trekt in de zuidelijke winter naar het noorden van de Grote, de Atlantische en de Indische Oceaan.
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste kans is een pelagische tocht in juli – september voor de kust van Dhofar of Masirah, al maken de hoge golven van de moesson dat lastig. Let op een grote, egaal donkere jager met een contrasterend lichte kop tussen de grauwe pijlstormvogels.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd; de populatie op Antarctica telt naar schatting enkele duizenden paren en lijkt stabiel. In het gidsgebied zijn geen bedreigingen bekend; de soort wordt hier zo weinig gezien dat zijn werkelijke aantal in de Arabische Zee onbekend is.
Wetenschappelijke naam
Stercorarius maccormicki | Saunders, 1893
Saunders beschreef de soort in 1893 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Stercorarius werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Stercorarius is Latijn voor 'van de mest', van stercus 'mest': het voedsel dat opgejaagde zeevogels uitbraakten werd vroeger voor uitwerpselen aangezien. maccormicki eert de Britse marinearts en natuuronderzoeker Robert McCormick (1800–1890), die met James Clark Ross naar Antarctica voer. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Possession Island, Victorialand, Antarctica.
