Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Zwartkopmeeuw
Zwartkopmeeuw | Ichthyaetus melanocephalus
Mediterranean Gull | Gaviota cabecinegra
Een stevige, bleke 'kokmeeuw' met spierwitte vleugels en in broedkleed een gitzwarte kap. Hij broedt vooral rond de Zwarte Zee en overwintert in groten getale langs de Middellandse Zee, waar hij aan de kusten van Tunesië, Libië, Egypte en de Levant 's winters een van de kenmerkende meeuwen is.
Geluid
Een opvallend nasaal, miauwend kjauw of jèh-ah, heel anders dan het geschreeuw van de kokmeeuw; groepen op trek roepen veel.
Opname: Christian Kerihuel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Iets groter en forser dan de kokmeeuw, met een ronde kop, een dikke, stompe snavel en vrij lange poten. Volwassen vogels hebben een zeer bleke, zilvergrijze mantel en geheel witte vleugeltoppen zonder zwart, waardoor de vleugels in vlucht helder wit ogen. In broedkleed een zwarte kap die tot ver op de achterkop reikt, met dikke witte oogleden, en een bloedrode snavel met een zwartgeel bandje; de poten zijn rood. In winterkleed een witte kop met een donker, verwaaid masker achter het oog. Eerstejaars hebben een zwarte staarteindband, een bleke grijze binnenhand en een donkere snavel; tweedejaars hebben nog zwarte streepjes in de vleugeltop.
Verwarringssoorten
De kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus) is slanker, heeft een dunnere snavel, een bruine kap en zwarte vleugeltoppen met een witte voorrand. De reuzenzwartkopmeeuw (Ichthyaetus ichthyaetus) heeft ook een zwarte kap, maar is veel groter, met een gele snavel. Jonge vogels kunnen op jonge stormmeeuwen (Larus canus) lijken, maar hebben een bleke binnenvleugel, een zwaardere, zwarte snavel en een donker masker.
Leefgebied
Kusten, havens, stranden en ondiepe kustzeeën, ook lagunes en riviermondingen; foerageert 's winters ook op akkers en vuilnisbelten dicht bij de kust. Zelden ver landinwaarts.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Overwintert in groten getale langs de Middellandse Zeekust van Noord-Afrika, het talrijkst van Tunesië tot de Nijldelta, en verder langs de kust van Algerije en Marokko (ook aan de Atlantische kust zuidwaarts tot Agadir en schaars daarbuiten). In het oosten een algemene wintergast aan de kust van Israël, Libanon en Syrië. Op de Rode Zee schaars (onder meer bij Eilat en in de Golf van Suez) en in de Perzische Golf, Oman en Irak een zeldzame dwaalgast; in Jemen nauwelijks bekend. Broedt niet in het gebied. Daarbuiten broedt hij vooral aan de noordkust van de Zwarte Zee (Oekraïne) en verspreid in Turkije, Griekenland en West- en Midden-Europa, en overwintert hij ook langs de Atlantische kust van West-Europa.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Langs de Tunesische, Libische en Egyptische kust in de winter vaak in groepen van honderden in havens en op stranden; in Israël goed te zien bij de visvijvers van Ma'agan Michael en de havens van Haifa en Tel Aviv. In maart dragen veel vogels al een zwarte kap.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. De broedpopulatie rond de Zwarte Zee schommelt sterk, maar het verspreidingsgebied is in Europa uitgebreid. In het gidsgebied bedreigd door vervuiling en olie langs de kust en door bijvangst in de visserij.
Wetenschappelijke naam
Ichthyaetus melanocephalus | (Temminck, 1820)
Temminck beschreef de soort in 1820 als Larus melanocephalus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ichthyaetus werd in 1829 ingevoerd door Kaup. Ichthyaetus is Grieks, van ikhthus 'vis' en aetos 'arend', dus 'visarend'. melanocephalus is Grieks, van melas 'zwart' en -kephalos '-koppig', naar de zwarte kap van het zomerkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de kust van de Adriatische Zee.

