Alle soorten › Ooievaarachtigen

Ooievaarachtigen | Ciconiiformes

Storks | Cigüeñas

Grote, langpotige vogels met een lange hals en een zware, lange snavel, die hun voedsel lopend bemachtigen in ondiep water, op overstroomde vlakten, in grasland en op akkers. Ze vliegen met gestrekte hals en met de poten ver voorbij de staart, op brede vleugels met sterk gevingerde punten, en leggen grote afstanden liever zwevend op thermiek af dan op eigen vleugelslag; boven de hoogvlakten en de escarpementen van het binnenland cirkelen soms honderden dieren tegelijk in één thermiekbel. Verschillende soorten zijn niet aan één gebied gebonden maar volgen sprinkhaanzwermen, grasbranden en het front van de regens. De stemkop is sterk vereenvoudigd: volwassen vogels laten zelden en zwak geluid horen en onderhouden hun contact vooral met de snavel. De jongen komen bedonsd maar hulpeloos uit het ei en blijven weken op het nest.

Families in deze orde

  • Ooievaars | Ciconiidae8 soortenDe snavelvorm verschilt sterk per geslacht en verraadt de jachtwijze: recht en spits bij Ciconia, om in ondiep water te tasten en prooi op het droge te grijpen; zwaar en licht omlaag gebogen bij Mycteria, die er met halfopen snavel mee door troebel water veegt en dichtklapt zodra hij een vis raakt; met een blijvende spleet tussen de sluitende snavelhelften bij Anastomus, waarmee de schelp van waterslakken wordt opengewrikt; enorm en opgezet bij Ephippiorhynchus en Leptoptilos. Bij het nest klepperen de vogels met de snavel, met de kop ver naar achteren gelegd; dat klepperen neemt de plaats in van zang, want de volwassen vogels zijn vrijwel stemloos. Ze poepen op hun eigen poten om af te koelen, waardoor die vaak wit belopen lijken in plaats van rood of zwart. Bij de aasetende maraboe zijn kop en hals kaal en hangt een lange, met lucht vulbare keelzak op de borst. Het nest is een omvangrijke takkenhoop in een hoge boom, op een rots of op een mast, die jarenlang opnieuw wordt gebruikt; de jongen worden gevoerd doordat de ouders het voedsel op de nestbodem uitbraken.