Alle soorten › Ooievaarachtigen › Ooievaars

Ooievaars | Ciconiidae

Storks | Cigüeñas

De snavelvorm verschilt sterk per geslacht en verraadt de jachtwijze: recht en spits bij Ciconia, om in ondiep water te tasten en prooi op het droge te grijpen; zwaar en licht omlaag gebogen bij Mycteria, die er met halfopen snavel mee door troebel water veegt en dichtklapt zodra hij een vis raakt; met een blijvende spleet tussen de sluitende snavelhelften bij Anastomus, waarmee de schelp van waterslakken wordt opengewrikt; enorm en opgezet bij Ephippiorhynchus en Leptoptilos. Bij het nest klepperen de vogels met de snavel, met de kop ver naar achteren gelegd; dat klepperen neemt de plaats in van zang, want de volwassen vogels zijn vrijwel stemloos. Ze poepen op hun eigen poten om af te koelen, waardoor die vaak wit belopen lijken in plaats van rood of zwart. Bij de aasetende maraboe zijn kop en hals kaal en hangt een lange, met lucht vulbare keelzak op de borst. Het nest is een omvangrijke takkenhoop in een hoge boom, op een rots of op een mast, die jarenlang opnieuw wordt gebruikt; de jongen worden gevoerd doordat de ouders het voedsel op de nestbodem uitbraken.

Inheemse soorten 8 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Mycteria 1 soort

Anastomus 1 soort

Ciconia 4 soorten

Ephippiorhynchus 1 soort

Leptoptilos 1 soort