Alle soorten › Duifachtigen
Duifachtigen | Columbiformes
Pigeons and doves | Palomas y tórtolas
Compact gebouwde vogels met een kleine kop, een korte hals, korte poten en een slanke snavel waarvan de basis zacht is en met een gezwollen washuid is bedekt waarin de neusgaten liggen. Ze drinken met de snavel in het water en de kop omlaag, in één zuigende teug, wat hen van vrijwel alle andere landvogels onderscheidt. Het voedsel is nagenoeg geheel plantaardig — zaden, vruchten en knoppen — en wordt opgeslagen in een ruime, tweelobbige krop en vermalen in een dikwandige spiermaag; de wand van diezelfde krop levert in de broedtijd bij beide ouders een eiwitrijke voedingsbrij. De borstspieren zijn zwaar en de vleugels betrekkelijk kort en gepunt, gebouwd op een snelle start en een rechte ontsnappingsvlucht. Het verenkleed zit los in de huid en laat bij de minste greep bij bosjes los, zodat een aanvaller met dons achterblijft.
Families in deze orde
- Duiven | Columbidae17 soortenDe familie loopt hier uiteen van kleine bosduifjes met metaalglanzende vlekken op de vleugel en langstaartige woestijnsoorten tot forse rots- en bergduiven en groene vruchtenduiven die in vijgenbomen klauteren en daar met de kop omlaag aan de trossen hangen. Het nest is een losse, vaak doorschijnende schotel van twijgen in een struik, op een richel of in een boomvork, met vrijwel altijd twee witte eieren; beide ouders broeden en voeren de jongen de eerste dagen uitsluitend kropmelk, zodat er ook buiten de regentijd wordt gebroed en legsels elkaar snel opvolgen. De roep is een dof koeren met gesloten snavel en opgeblazen keel, per soort in een vast ritme: een aanhoudend driedelig motief, een reeks die versnelt en in toonhoogte wegzakt, of een korte, hard herhaalde frase. Veel soorten hebben een baltsvlucht waarin steil wordt opgestegen met klappende vleugels, gevolgd door een glijvlucht op geheven vleugels en gespreide staart. Zaadetende soorten foerageren op de grond en verzamelen zich in troepen bij drinkplaatsen; de vruchtenduiven blijven in het kronendak en verplaatsen zich met de vruchtdracht mee.