Alle soorten › Toerakoachtigen
Toerakoachtigen | Musophagiformes
Turacos | Turacos
Een orde die uitsluitend in Afrika bezuiden de Sahara voorkomt: middelgrote tot grote boombewoners met een lange staart, korte ronde vleugels, een korte gewelfde snavel en bij vrijwel alle soorten een opzetbare kuif. De buitenste teen kan zijwaarts en naar achteren worden gedraaid, zodat de voet zich aan takken van uiteenlopende dikte aanpast; de vogels bewegen zich vooral rennend en springend door het kronendak en vliegen kort, met enkele slagen gevolgd door een glijvlucht op vlakke vleugels. Het groen en het rood in het kleed berusten niet op structuurkleur maar op twee koperhoudende pigmenten die bij geen andere vogelgroep bekend zijn: het groene turacoverdine in het lichaamskleed en het karmijnrode turacine in de slagpennen, dat pas bij het openen van de vleugel oplicht. Het voedsel bestaat overwegend uit vruchten, aangevuld met bladeren, bloemen en knoppen, die heel worden doorgeslikt. De nestjongen dragen op de vleugelboeg klauwtjes waarmee ze het nest klauterend verlaten ruim voordat ze kunnen vliegen.
Families in deze orde
- Toerako's | Musophagidae10 soortenTwee gedaanten in dit gebied: bosbewonende toerako's, grasgroen tot violet met wit getekende kop, een hoge kuif en karmijnrode slagpennen die pas bij het openen van de vleugel oplichten, en de geheel grijze soort van droge savanne en doornbos, met een losse, spitse kuif en een lange staart. De bostoerako's houden zich op in kloofbos, kustbos en bergwoud en verraden zich door een diep, blaffend koor dat versnelt en door meerdere vogels tegelijk wordt overgenomen; de grijze soort roept een luid, nasaal en scherp afgebeten geluid vanaf een open takpunt en wordt daardoor vrijwel altijd eerder gehoord dan gezien. Het foerageren is stil en behendig: de vogels lopen over horizontale takken, hangen aan vruchttrossen en slikken vijgen en bessen in hun geheel door. Oversteken van een open plek gebeurt laag en met tegenzin, in een korte reeks slagen gevolgd door een glijvlucht waarbij het rood in de vleugel volop zichtbaar is. Het nest is een doorschijnend plateau van dunne twijgen in dicht bladerdek; beide ouders broeden twee tot drie eieren en voeren de jongen met opgebraakte vruchtenbrij.