Alle soorten › Trapachtigen
Trapachtigen | Otidiformes
Bustards | Avutardas
Middelgrote tot zeer grote loopvogels van open vlakten, met een zware romp, een lange hals en lange poten met drie brede tenen en geen achterteen, zodat zitten op een tak onmogelijk is. De bovenzijde is zand- tot okerkleurig met fijne zwarte golflijnen en sluit naadloos aan bij kale grond en droog gras: stilstaan is de eerste verdediging, weglopen de tweede, en pas daarna volgt de vlucht. Gevlogen wordt er met trage, diepe slagen en gestrekte hals op lange brede vleugels, waarin bij de meeste soorten grote witte vlakken oplichten; enkele soorten behoren tot de zwaarste vogels die nog opstijgen. Een stuitklier ontbreekt, en het kleed wordt onderhouden met dicht poederdons. Het voedsel is gemengd: bladeren, bloemen, zaden en peulen naast sprinkhanen, kevers, termieten en kleine gewervelden. Er is geen paarband — de mannetjes, bij de meeste soorten groter dan de vrouwtjes, tonen zich op vaste plaatsen en hebben geen aandeel in nest of jongen.
Families in deze orde
- Trappen | Otididae11 soortenDe familie loopt in dit gebied uiteen van de zwaarste nog vliegende vogel ter wereld tot korhanen ter grootte van een hoen, en de baltsvormen lopen even ver uiteen. De grootste soort zet hals-, keel- en onderstaartveren op tot een witte bal, laat de vleugels hangen en produceert een dof, ver dragend boemen; de kuifkorhaan stijgt steil op tot boven de struiklaag en laat zich dan met ingetrokken vleugels als een steen vallen, om vlak boven de grond af te remmen; de zwarte korhanen roepen luid en raspend vanaf een pol of in een fladderende vlucht waarin de witte handpennen oplichten; en de soorten van de droge westelijke vlakten roepen in duet, waarbij man en vrouw hun noten zo strak afwisselen dat het één vogel lijkt. Het nest is niet meer dan een kale plek grond met één tot drie gevlekte, olijf- tot bruinkleurige eieren; het vrouwtje broedt alleen en leidt de jongen, die meelopen maar nog weken door haar worden gevoerd. De soorten van halfwoestijn en droge vlakten volgen de regenval en verplaatsen zich daarbij over honderden kilometers, vaak in de nacht en dan te herkennen aan de roep; de soorten van vochtig grasland en open savanne blijven het hele jaar in hetzelfde gebied.