Alle soorten › Pelikaanachtigen
Pelikaanachtigen | Pelecaniformes
Pelicans, herons and ibises | Pelícanos, garzas e ibis
Deze orde staat vooral op moleculaire gegevens bij elkaar; uiterlijk lopen de leden ver uiteen, tot en met de manier waarop ze in de vlucht de hals dragen. Naast pelikanen, reigers, ibissen en lepelaars hoort ook de hamerkop hier thuis, die in oudere indelingen bij de ooievaars werd geplaatst. Wat ze delen: het zijn vogels van ondiep water die vis en ander waterdier vangen met een zwaar gebouwde, sterk gespecialiseerde snavel op een lange hals, en die op brede vleugels traag en veel zeilend vliegen. Ze broeden in kolonies in bomen, riet of op eilandjes in pannen en riviermondingen, leggen doorgaans twee tot vijf eieren en bebroeden die met beide ouders; in het binnenland zijn die kolonies vaak kortstondig en verschuiven ze met de waterstand. De jongen komen naakt en hulpeloos uit het ei en worden weken- tot maandenlang met opgebraakt voedsel gevoerd.
Families in deze orde
- Hamerkop | Scopidae1 soortEén soort van middelmatig formaat, geheel dofbruin met een paarse glans op de rug en een vaag gebandeerde staart, waarvan het silhouet wordt bepaald door de zware, zijdelings afgeplatte en aan de punt licht gehaakte snavel en de brede nekkuif die daar recht tegenover staat — samen de hamerkop waaraan de vogel zijn naam dankt. Moleculair onderzoek plaatst deze monotypische familie bij de pelikanen, reigers en schoenbekooievaar in de Pelecaniformes, niet langer bij de ooievaars, waar ze op grond van uiterlijk lang werd ondergebracht. Hij foerageert alleen of in tweetallen in ondiepten van rivieren, vleien, veepoelen en riviermondingen, en zoekt al lopend met korte schuifpassen, waarbij hij de bodem met een voet beroert en de vleugels soms als schaduwscherm uitspreidt; het voedsel bestaat vooral uit kikkers en visjes. Het nest is voor de omvang van de vogel buitensporig: een gewelfde koepel van duizenden takken, riet en modder van anderhalve meter doorsnee in een boomvork of op een rotsrichel, met een nauwe ingang aan de onderzijde en een binnenkamer waarin de drie tot zeven eieren liggen. Eén paar bouwt er meerdere per jaar; verlaten nesten worden door uilen, ganzen, genetkatten en slangen betrokken.
- Reigers | Ardeidae19 soortenIn het midden van de hals staan verkorte wervels, waardoor de hals tot een Z gevouwen kan worden en in één beweging vooruit kan schieten; de rechte, spitse snavel werkt daarbij als speer of pincet. Ze jagen staand of langzaam lopend in ondiep water op vis, amfibieën, insecten en kleine zoogdieren, en vliegen als enige langpotige waadvogels met de hals ingetrokken tussen de schouders en de poten achter de staart uit. Op borst en flanken zitten plekken poederdons dat voortdurend afbrokkelt; met de kamvormig gezaagde nagel van de middelste teen kammen ze dat poeder door het verenkleed om slijm en vislijm te binden. Het nest is een platform van takken of riet, meestal in een kolonie; er worden drie tot zes eieren gelegd en er wordt vanaf het eerste ei gebroed, zodat de jongen om de dag uitkomen en sterk in grootte verschillen.
- Pelikanen | Pelecanidae2 soortenAlle vier de tenen zijn met zwemvlies verbonden — zware, uitstekende zwemmers op korte poten. Onder de ondersnavel hangt een rekbare keelzak die geen voorraadkast is maar een schepnet: de kop gaat onder water, het water loopt langs de snavelranden weg en de vis wordt meteen doorgeslikt; op ondiepe plekken drijven groepen de vis daarbij gezamenlijk op. Onderhuidse luchtzakken houden het lichaam hoog op het water, en met zeer lange brede vleugels klimmen ze zeilend op thermiek en trekken ze in formatie. Ze broeden dicht opeen in kolonies, leggen twee of drie krijtwitte eieren die op de zwemvliezen worden bebroed, en de jongen komen naakt uit het ei.
- Ibissen en lepelaars | Threskiornithidae6 soortenDeze vogels voelen hun voedsel in plaats van het te zien. De snavel is lang en zit vol tastlichaampjes: bij de ibissen omlaag gebogen om in modder, ondiep water en tussen graspollen te sonderen, bij de lepelaars aan het eind verbreed tot een spatel die zijwaarts door het water wordt gemaaid en dichtklapt zodra er iets tegenaan komt. Daardoor kunnen ze foerageren in troebel water en in het donker. Het gezicht is deels of geheel onbevederd, ze vliegen met gestrekte hals in linies of schuine formaties en wisselen daarbij klapperen en glijden af, en ze broeden in kolonies in bomen of riet, met twee tot vijf eieren en naakte jongen die het voedsel uit de keel van de ouder halen.
- Schoenbekken | Balaenicipitidae1 soortEen familie met één soort, de Schoenbekooievaar (Balaeniceps rex). Hij leeft in uitgestrekte papyrus- en rietmoerassen van Zuid-Soedan tot Zambia, waar de Bangweulu-moerassen het zuidelijkste bolwerk vormen. De vogel is tot anderhalve meter hoog en heeft een spanwijdte van ruim twee meter. Het meest opvallende is de enorme, opgeblazen snavel in de vorm van een klomp. Die snavel eindigt in een scherpe haak en heeft messcherpe randen, waarmee prooien worden gegrepen, onthoofd en van waterplanten ontdaan. De Schoenbekooievaar jaagt alleen en is een uitgesproken hinderlaagjager. Roerloos als een standbeeld wacht hij, soms urenlang, aan de rand van open water of op drijvende vegetatie. Dan stort hij zich met gespreide vleugels voorover en klapt zijn snavel dicht over prooi en planten tegelijk. Het hoofdvoedsel is longvis, meerval en tilapia, aangevuld met waterslangen, kikkers, jonge krokodillen en varanen. In de vlucht wordt de hals ingetrokken, zoals bij pelikanen. De soort is grotendeels stil, maar klepperen met de snavel is een belangrijke begroeting bij het nest. Het nest ligt op een platform van drijvende planten en bevat één tot drie eieren. Meestal overleeft slechts één jong, want het oudste jong doodt of verdringt vaak zijn broertjes en zusjes. De systematische plaats is lang omstreden geweest, tussen ooievaars, reigers en pelikanen. Tegenwoordig wordt de soort bij de pelikanen ingedeeld, met de hamerkop als naaste verwant.