Alle soorten › Papegaaiachtigen
Papegaaiachtigen | Psittaciformes
Parrots | Loros y cotorras
De snavel is kort, hoog en sterk gehaakt, en de bovensnavel is met een scharnier aan de schedel verbonden zodat hij zelfstandig kan bewegen; aan de basis ligt een wasachtige huid met de neusgaten. De voet heeft twee tenen naar voren en twee naar achteren en wordt als een hand gebruikt: het voedsel wordt opgepakt en naar de snavel gebracht, en daar gepeld en gekraakt in plaats van heel doorgeslikt. Het rood en geel in het verenkleed komt van pigmenten die alleen bij deze groep voorkomen; samen met de blauwe weerkaatsing van de verenstructuur leveren die het bekende groen op. Het zijn holenbroeders met witte, bijna ronde eieren en naakte, hulpeloze jongen; ze worden oud, leven in groepen en hebben luide roepen en een groot vermogen tot nabootsen. In zuidelijk Afrika broeden ze vrijwel uitsluitend in natuurlijke rottingsholten en oude spechtenholten van zware, oude bomen, en de orde beweegt zich dagelijks over grote afstand tussen slaapplaats en vruchtdragende bomen.
Families in deze orde
- Papegaaien | Psittacidae6 soortenDe papegaaien van Afrika en die van de Nieuwe Wereld vormen samen deze familie; in zuidelijk Afrika wordt zij vertegenwoordigd door Poicephalus, een geslacht van gedrongen papegaaien met een grote kop, een korte, recht afgesneden staart en een zware, grijszwarte tot hoornkleurige snavel. Het verenkleed is overwegend groen, met een bruine, grijze of zwartige kop die scherp van de romp afsteekt, en met geel of rood op vleugelboeg, dijen, kruin of stuit; bij enkele soorten verschilt het vrouwtje van het mannetje in de kleur van kruin of voorhoofd. De snavel kraakt de harde pitten van marula, mopane en andere hardhoutvruchten, en het vruchtvlees wordt daarbij vaak niet opgegeten; ook bloesem, nectar en onrijpe zaden worden genomen. De vlucht is snel en recht, met stijve, ondiepe slagen onder de romplijn en een schril, ver hoorbaar geroep dat de vogels vrijwel altijd verraadt voordat ze zichtbaar zijn. Ze leven in paren en kleine troepen die zich 's ochtends en tegen de avond tussen vaste slaapbomen en voedselbomen verplaatsen, en broeden in een onbeklede rottingsholte of oude spechtenholte, waar het vrouwtje alleen broedt en door het mannetje wordt gevoerd.
- Halsbandparkieten | Psittaculidae5 soortenDeze familie verzamelt de papegaaien van de Oude Wereld en berust vooral op moleculaire gegevens; in uiterlijk lopen de leden ver uiteen. Gemeenschappelijk zijn een klein tot middelgroot formaat, een overwegend groen verenkleed en bij veel soorten een lange, trapsgewijs toelopende staart met smalle, spitse vleugels, wat een snelle en rechtlijnige vlucht oplevert. Ze foerageren in de kruinen op vruchten, knoppen, bloesem en zaden en laten daarbij veel vallen; buiten de broedtijd slapen ze met velen in dezelfde hoge bomen, luid roepend bij aankomst en vertrek. In de boomholte broedt het vrouwtje alleen en wordt zij door het mannetje gevoerd.