Alle soorten › Uilen
Uilen | Strigiformes
Owls | Rapaces nocturnas
Jagers met een grote, brede kop waarin beide ogen naar voren staan, zodat de gezichtsvelden elkaar overlappen en de vogel diepte ziet; de ogen zijn buisvormig en zitten vast in hun kas, en daarom draait een uil de hele kop mee — veertien halswervels maken ruim een halve slag mogelijk. Rond elk oog ligt een schijf van korte, stugge veertjes die geluid naar de oorspleten leidt, en bij een deel van de soorten zitten die spleten op ongelijke hoogte, waardoor een geluid ook in de hoogte te plaatsen is en er in volstrekt donker geslagen kan worden. Het verenkleed is zacht en donzig en de buitenste handpen draagt een kamvormige voorrand, zodat de vleugelslag vrijwel geen geluid maakt; de buitenste teen is omkeerbaar en de nagels zijn lang en sterk gekromd. De prooi gaat in zijn geheel naar binnen en wat niet verteert — botjes, haar, veren, kevervleugels — komt als braakbal weer naar buiten; de witte, bijna ronde eieren liggen zonder eigen nestbouw in een holte, een rotsspleet of een verlaten nest, en omdat er vanaf het eerste ei wordt gebroed verschillen de jongen van een legsel sterk in grootte. In zuidelijk Afrika staan twee families naast elkaar: de kerkuilen, met een hartvormige schijf en lange, dun bevederde poten, en de echte uilen, met een ronde schijf.
Families in deze orde
- Echte uilen | Strigidae11 soortenDe gezichtsschijf is rond en de ogen zijn groot, met een iris die van geel tot vrijwel zwart loopt; verschillende soorten dragen op de kop twee oprichtbare veerpluimen die niets met het gehoor te maken hebben maar wel de omtrek van de kop breken. De binnenteen is korter dan de middenteen en de middennagel is glad. Binnen deze ene familie loopt het formaat in zuidelijk Afrika uiteen van een dwergooruil van zestig gram tot een oehoe van ruim drie kilo, met tenen die hier doorgaans onbevederd of alleen beborsteld zijn. De visuil wijkt op vrijwel alle punten af: poten en tenen zijn kaal, de voetzool is bezet met scherpe stekeltjes die glibberige vis tegenhouden, en de geluiddempende kam op de buitenste handpen ontbreekt, omdat een vis onder water het naderen toch niet hoort. De stem bestaat uit doffe, ver dragende tonen, ratels of heldere fluitreeksen waarmee het territorium ook buiten de broedtijd wordt bezet, en is meestal het eerste waaraan de soort te herkennen valt. Er wordt gebroed in een boomholte, een oud nest van een kraai of roofvogel, op een rotsrichel of gewoon op de grond; het vrouwtje broedt en dekt de jongen, het mannetje voert al het voedsel aan.
- Kerkuilen | Tytonidae2 soortenDe gezichtsschijf is hartvormig en loopt onderaan in een smalle punt uit; de ogen zijn naar uilenmaat klein en donker, de kop is smal en de poten zijn lang en tot op de tenen bevederd. De binnenteen is even lang als de middenteen, en de nagel van die middenteen draagt een rij fijne tandjes waarmee de schijf wordt schoongekamd; het borstbeen is met de vorkvormige sleutelbeenderen vergroeid. Geroep in de vorm van holle tonen ontbreekt: deze vogels sissen, snorken en gillen. Ze jagen laag en zoekend boven open, ruig land, vrijwel uitsluitend op muizen en spitsmuizen, en broeden in een donkere holte in gebouw, rots of boom; de legselgrootte volgt de muizenstand, zodat een goed jaar twee broedsels kan opleveren en een slecht jaar geen enkel.