Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers en tapuiten › Bergdrongovliegenvanger

Bergdrongovliegenvanger | Melaenornis fischeri

White-Eyed Slaty Flycatcher | Papamoscas de Fischer

De bergdrongovliegenvanger is een grijze, vrij langstaartige vliegenvanger van Oost-Afrikaanse bergbossen. In het gebied komt hij alleen voor op het Nyika-plateau op de grens van Malawi en Zambia, waar de plaatselijke ondersoort nyikensis leeft.

Bergdrongovliegenvanger (Melaenornis fischeri)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Weinig opvallend. Een ijl, hoog tsiep als contactroep en een korte, krassende zang van hoge fluittonen en schrapende noten, tsie-tsjurr-tsie, waarin ook nabootsingen voorkomen.

Luister: ZangXC811249

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm, een grote, slanke vliegenvanger met een lange staart. Kop, bovendelen en onderdelen zijn leigrijs, de onderdelen iets lichter en de buik witachtig; vleugels en staart zijn donkergrijs. De vogels in het noorden van het areaal hebben een brede, opvallend witte oogring, maar de ondersoort nyikensis heeft slechts een smalle, grijzige oogring. Snavel en poten zijn zwart. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn bruiner met lichte vlekken boven en donkere schubben onder. Zit rechtop op een open tak of paaltje en duikt naar de grond, vaak in paren.

Verwarrings­soorten

De Kaapse vliegenvanger (Muscicapa adusta) is kleiner en bruiner, met vage streping op de borst en een kort staartje. De blauwgrijze vliegenvanger (Fraseria caerulescens) is blauwer grijs, met een witte teugelstreep en een witte keel, en leeft in laaglandbos en rivierbos. De vale vliegenvanger (Agricola pallidus) is zandbruin en leeft in laag bosveld, niet in de bergen. Andere grijze vliegenvangers zijn op het Nyika-plateau niet te verwachten.

Leefgebied

Randen van afromontaan bos, bosopeningen, bosjes in montaan grasland en struikgewas langs beken, op het Nyika-plateau vooral boven 1800 m. Vangt insecten op de grond en in de lucht vanaf een lage uitkijkpost, en bezoekt ook kampementen en tuinen rond gebouwen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op het Nyika-plateau in het noorden van Malawi en het aangrenzende noordoosten van Zambia (ondersoort nyikensis), die ook in de hooglanden van het zuidwesten van Tanzania voorkomt. Daarbuiten in de bergen van Oost-Afrika, van Kenia, Oeganda, Rwanda en het oosten van Congo-Kinshasa tot Tanzania.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op het Nyika-plateau is hij gemakkelijk te zien rond Chelinda, langs bosranden en bij de kampementen, waar hij op paaltjes en lage takken zit. Verwacht geen opvallende witte oogring: de vogels hier hebben slechts een smal, grijs ringetje, zodat ze meer op een grote, grijze Kaapse vliegenvanger lijken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in geschikt bergbos; het Nyika-plateau is grotendeels beschermd als nationaal park, al blijft het bos daar gevoelig voor branden.

Wetenschappelijke naam

Melaenornis fischeri | (Reichenow, 1884)

Reichenow beschreef de soort in 1884 als Dioptrornis Fischeri; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melaenornis werd in 1840 ingevoerd door Gray. Melaenornis combineert het Griekse melas, vrouwelijk melaina, 'zwart', met ornis, 'vogel' — naar het geheel zwarte verenkleed van de typesoort. fischeri eert de Duitse arts en ontdekkingsreiziger Gustav Fischer (1848–1886), die in Oost-Afrika vogels verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mount Meru, Tanzania.