Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers en tapuiten › Boswaaierstaart

Boswaaierstaart | Tychaedon leucosticta

Forest Scrub Robin | Alzacola Selvático

De boswaaierstaart is een schuwe, donkere waaierstaart van de bosbodem, die in het gebied alleen in de bossen van het westen van Angola leeft. Hij is veel vaker te horen dan te zien: de heldere zang klinkt uit dicht onderhout, terwijl de vogel zelf over het strooisel hipt.

Boswaaierstaart (Tychaedon leucosticta)
Foto: Irene — CC0 1.0 · iNaturalist

Geluid

De zang is een lieflijke, hoge reeks heldere fluittonen en trillers, die telkens herhaald wordt met kleine variaties, vooral in de schemering van ochtend en avond. De roep is een zacht, raspend tsjrr en een fijn tsiep.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

Een kleine, compacte waaierstaart van 15 cm. De bovenzijde is warm donkerbruin, met een rossige stuit. De vleugeldekveren hebben witte toppen die twee rijen witte stippen vormen, waaraan de wetenschappelijke naam leucosticta ('witgestippeld') refereert. De kop toont een witte wenkbrauwstreep boven een donkere oogstreep, een witte keel en een zwarte baardstreep. De borst en flanken zijn warm oranjebruin, de buik wit. De staart is donker met witte toppen. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De baardwaaierstaart (Tychaedon barbata) leeft in Angola in open miombo in plaats van in dicht bos, en mist de duidelijke rijen witte stippen op de vleugel. De witbrauwwaaierstaart (Cercotrichas leucophrys) heeft een gestreepte borst en leeft in savanne. Bocages janfrederik (Sheppardia bocagei) en de Gabela-akalat (Sheppardia gabela) delen het bos, maar hebben geen wenkbrauwstreep, geen witte vleugelstippen en geen witte staarttoppen. Let vooral op habitat en zang.

Leefgebied

Dichte onderbegroeiing van droog en vochtig laaglandbos en escarpmentbos, vaak in bosranden, galerijbos en oude secundaire begroeiing. Foerageert op de grond en in lage struiken op insecten en andere kleine ongewervelden, en wipt en spreidt daarbij de staart.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen in het westen van Angola, waar de ondersoort reichenowi leeft in de bossen langs de westelijke escarpment, vooral in Cuanza Norte. Buiten het gebied verspreid in West-Afrika (Sierra Leone tot Ghana) en in centraal Afrika (Centraal-Afrikaanse Republiek, noordoosten van Congo-Kinshasa en westen van Oeganda).

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een zeldzaam doelwit op vogelreizen naar Angola. Ga bij zonsopkomst in de bossen van de noordelijke escarpment op de zang af en wacht stil aan de rand van een open plek in het onderhout; de vogel hipt dan soms even over het bospad. Afspelen van de zang kan helpen, maar gebruik het spaarzaam.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd op wereldschaal. De Angolese ondersoort is klein van verspreiding en weinig onderzocht; kap van escarpmentbos en de omzetting in koffie- en andere landbouw bedreigen haar leefgebied.

Wetenschappelijke naam

Tychaedon leucosticta | (Sharpe, 1883)

Sharpe beschreef de soort in 1883 als Cossypha leucosticta; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tychaedon werd in 1917 ingevoerd door Richmond. Tychaedon combineert het Griekse tukhē, 'toeval, geluk', met aēdōn, 'nachtegaal, zangeres'; de naam verving in 1917 het al vergeven Aedonopsis. leucosticta combineert het Griekse leukos, 'wit', met stiktos, 'gevlekt' — naar de witte vlekjes in vleugel en staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Accra, Ghana.