Alle soorten › Zangvogels › Vlekkeeltjes › Buulbuullijster

Buulbuullijster | Arcanator orostruthus

Dapple-Throat | Tordina Manchada

De buulbuullijster is een schuwe, lijsterachtige bodemvogel van natte bergbossen, de enige soort in het geslacht Arcanator. De Engelse naam verwijst naar de fijn zwart-wit gespikkelde keel. Binnen het gebied is hij alleen bekend van enkele geïsoleerde bergmassieven in het noorden van Mozambique.

Van deze soort bestaat geen foto van een levende wilde vogel met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Geluid

De zang is een reeks heldere, fluitende tonen, vaak vanuit dekking gebracht in de schemering; daarnaast een scherp, krassend alarm en een zacht tsip als contactroep. Veel vogels worden eerder gehoord dan gezien.

Luister: ZangXC394602

Opname: Raphaël Jordan — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 18 cm, gedrongen, met een vrij korte staart, sterke poten en een recht, donker snaveltje. De bovendelen zijn warm olijfbruin, de stuit en staart roodbruiner. Het gezicht is grijsachtig met een donkere teugel. Keel en bovenborst zijn wit met dichte zwarte vlekjes, wat een fijn gestippeld slabbetje oplevert; aan de borstzijden zit een geeloranje vlek, de buik is olijfgrijs. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer, met een minder scherp getekende keel. Beweegt laag in de ondergroei en hipt veel over de strooisellaag.

Verwarrings­soorten

De witborstalethe (Chamaetylas fuelleborni) is groter, heeft zuiver witte onderdelen zonder vlekken en een donkerder kop. Jonge sterrenpaapjes (Pogonocichla stellata) zijn geelachtig gevlekt maar kleiner, met gele vlekken in de staart. De Natallijster (Geokichla guttata) heeft grote zwarte druppels over de hele onderzijde en witte vleugelstrepen. Gurneys lijster (Geokichla gurneyi) is oranje onder. De combinatie van een gespikkelde keel en een oranjegele borstzijde is kenmerkend.

Leefgebied

Vochtig, altijdgroen bergbos, vooral ondergroei met gemberachtigen en varens langs beekjes, globaal tussen 1.200 en 2.000 m. Zoekt op de grond en in de onderste strooisellaag naar insecten, spinnen en andere ongewervelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Binnen het gebied alleen in het noorden van Mozambique, op de bergbossen van Mount Namuli, Mount Mabu en het Njesi-plateau in Niassa; hier is een aparte ondersoort beschreven. Daarbuiten komt de soort alleen voor in de Usambara- en Udzungwabergen van Tanzania.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een van de moeilijkste vogels van het gebied, zowel om er te komen als om hem te zien. Ga vroeg in de ochtend zitten langs een beekje in het bos van Namuli of Mabu en luister naar fluitende zang en geritsel in het strooisel. Geduld op één plek levert meer op dan rondlopen.

Staat van instandhouding

Gevoelig. Het leefgebied is klein en versnipperd, en de bergbossen worden aangetast door landbouw, houtkap en branden. De Mozambikaanse populaties zijn slecht onderzocht; Namuli en Mabu zijn pas sinds kort beter bekend en genieten weinig formele bescherming.

Wetenschappelijke naam

Arcanator orostruthus | (Vincent, 1933)

Vincent beschreef de soort in 1933 als Phyllastrephus orostruthus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Arcanator werd in 1986 ingevoerd door Irwin & Clancey. Arcanator komt van het Latijnse arcanus, 'geheim, verborgen', en verwijst naar de verwarde en duistere taxonomische geschiedenis van deze soort (Irwin & Clancey, 1986). orostruthus komt van het Griekse oros, 'berg', en strouthos, 'mus, vogeltje' — een 'bergvogeltje', naar de bergbossen waar de soort leeft. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Namuli-berg, Mozambique.