Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Damaragierzwaluw
Damaragierzwaluw | Apus bradfieldi
Bradfield's Swift | Vencejo de Namibia
De Damaragierzwaluw is een grote, bleke gierzwaluw van de droge bergen en kloven van het zuidwesten van Afrika. Hij is bijna een endemische soort van Namibië en het aangrenzende westen van Zuid-Afrika en broedt in spleten van rotswanden.
Geluid
Doordringende, ijle gilreeksen, sriiiii, vooral bij de broedkolonie, waar groepen met hoge snelheid langs de rotswand scheren. Buiten de kolonie meestal stil.
Opname: Craig Robertson — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
17–18 cm, spanwijdte 40–44 cm. Vrij licht grijsbruin, met een kleine vuilwitte keel en lichte randjes op de veren van buik en onderstaartdekveren, zodat de onderzijde bij goed licht geschubd lijkt. De binnenvleugel is van onderen bleker dan de buitenste handpennen, en van boven contrasteren de lichtere armpennen met de donkerder rug. De staart is matig diep gevorkt. De seksen zijn gelijk. Vliegt krachtig en snel, met lange glijvluchten langs kliffen en kloven.
Verwarringssoorten
De Kaapse gierzwaluw Apus barbatus is donkerder, bijna zwart, met minder contrast in de vleugel en een minder geschubde buik; de verspreidingsgebieden raken elkaar in het westen van Zuid-Afrika. De gierzwaluw Apus apus is als zomergast eveneens in Namibië aanwezig, is donkerder en egaler en heeft een scherper afgetekende witte keel. Veldkenmerken zijn subtiel; bleekheid en broedplaats in droog rotsgebied helpen het meest.
Leefgebied
Droge, rotsige bergen, kloven en kliffen van het escarpement en de halfwoestijn, van de Namib-rand tot de Karoo; jaagt boven open vlakten, rivierbeddingen en woestijn. Broedt in nauwe spleten in rotswanden, soms ook in gebouwen. Voedt zich met vliegende insecten en volgt onweersbuien over grote afstanden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Vooral in Namibië, van het Kaokoveld over het centrale hoogland tot het zuiden, verder in het zuidwesten van Angola en in het westen van Zuid-Afrika (Namakwaland, Boesmanland en de westelijke Karoo tot de Noord-Kaap). Zwerft buiten de broedtijd naar het zuidwesten van Botswana. Komt buiten het gebied niet voor.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek hem bij kliffen en kloven in het centrale hoogland van Namibië, bijvoorbeeld rond Windhoek, de Naukluft en de Spitzkoppe, in de vroege ochtend of vlak voor een onweersbui wanneer groepen laag jagen. Let bij goed licht op de bleke, grijsbruine tint en de contrasterende binnenvleugel.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; binnen het kleine verspreidingsgebied plaatselijk algemeen. Er zijn geen duidelijke bedreigingen bekend; het droge, rotsige leefgebied staat weinig onder druk.
Wetenschappelijke naam
Apus bradfieldi | (Roberts, 1926)
Roberts beschreef de soort in 1926 als Micropus bradfieldi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Apus werd in 1777 ingevoerd door Scopoli. Apus is Latijn voor 'gierzwaluw', van Grieks a- 'zonder' en pous 'voet': de ouden hielden de vogel voor een zwaluw zonder poten. bradfieldi eert Rupert Dudley Bradfield (1882–1949), Zuid-Afrikaanse boer, natuuronderzoeker en verzamelaar in het huidige Namibië. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Quickborn, ten noorden van Okahandja, Namibië.


