Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Gabonnachtzwaluw

Gabonnachtzwaluw | Caprimulgus fossii

Square-Tailed Nightjar | Chotacabras de Fosse

De Gabonnachtzwaluw is de nachtzwaluw van zandige grond in het warme laagland: rivieroevers, kustduinen en open bosveld op zand. Zijn langgerekte, van toonhoogte wisselende snorren klinkt als een motorfiets die in de verte schakelt.

Gabonnachtzwaluw (Caprimulgus fossii)
Foto: Bernard DUPONT from FRANCE — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lang aangehouden snorren, trrrrrrrrr, dat telkens abrupt van toonhoogte wisselt, alsof een motor van versnelling verandert; vaak minutenlang zonder onderbreking. Roept vanaf de grond, vooral in de schemering en bij maanlicht.

Luister: ZangXC610921

Opname: Magnus Wadstein — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–26 cm. Een middelgrote, vrij langgerekte nachtzwaluw met een recht afgesneden staart. De bovenzijde is grijsbruin met fijne vermiculatie en weinig contrast; opvallend is een lichte, zandkleurige band over de vleugeldekveren en een rij lichte vlekken langs de schouder. De roestbruine nekband is smal en onduidelijk, de keel heeft een witte vlek. Het mannetje heeft witte vlekken op de vier buitenste handpennen en een witte buitenrand over de volle lengte van de buitenste staartpen, met witte punten aan de volgende; bij het vrouwtje zijn deze tekeningen bleek geelbruin.

Verwarrings­soorten

De roodwangnachtzwaluw (Caprimulgus rufigena) heeft alleen witte staarthoeken, geen witte buitenrand, en leeft in het droge westen. De roesthalsnachtzwaluw (Caprimulgus pectoralis) is warmer, met een brede roestkraag en roestbruine borst. De moerasnachtzwaluw (Caprimulgus natalensis) is kleiner, korter gestaart en contrastrijker gevlekt. Het wit langs de hele staartrand en de lichte vleugelband zijn het beste kenmerk, samen met het geluid.

Leefgebied

Open bosveld en savanne op zandgrond, zandige rivieroevers en zandbanken, randen van overstromingsvlakten, kustduinen en open plekken in kustbos. Rust overdag op zand of tussen strooisel, en jaagt laag boven open grond en water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het noorden en oosten van het gebied: Angola, Zambia, Malawi, Mozambique, Zimbabwe, het noorden en oosten van Botswana, het noordoosten van Namibië (Kavango en Zambezi-regio) en in Zuid-Afrika het laagveld van Limpopo en Mpumalanga en de kustvlakte van KwaZulu-Natal; ook Eswatini. In het zuiden deels een zomergast. Verder noordwaarts tot Gabon, Congo-Kinshasa, Tanzania en het zuiden van Kenia.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best langs zandige rivieroevers, zoals aan de Zambezi, de Okavango of de Limpopo, of op de kustduinen van Mozambique, op een windstille avond. Het motorachtige snorren verraadt de vogel; met een zaklamp is hij op een zandbank of zandweg te vinden, en in de vlucht valt de witte staartrand op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd en in geschikt habitat vrij algemeen. Plaatselijke bedreigingen zijn kustontwikkeling, verstoring van zandbanken en verkeersslachtoffers op zandwegen. Er zijn geen aanwijzingen voor grote afnames.

Wetenschappelijke naam

Caprimulgus fossii | Hartlaub, 1857

Hartlaub beschreef de soort in 1857 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Caprimulgus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Caprimulgus is Latijn, van capra 'geit' en mulgere 'melken', naar het oude volksgeloof dat nachtzwaluwen 's nachts geiten leegzogen. fossii eert W. Fosse (actief rond 1856), een Franse verzamelaar in tropisch Afrika. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Gabon.