Alle soorten › Eendachtigen › Eenden en ganzen › Kaapse slobeend

Kaapse slobeend | Spatula smithii

Cape Shoveler | Cuchara del Cabo

De Kaapse slobeend is een bijna-endemische eend van zuidelijk Afrika: een donker gespikkelde grondeleend met de karakteristieke, lepelvormige snavel waarmee hij plankton en kleine ongewervelden van het wateroppervlak zeeft. Het is de enige slobeend die hier algemeen broedt.

Kaapse slobeend (Spatula smithii)
Foto: Dan Vickers — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Vrij stil. Het mannetje geeft een schor, raspend rrap-rrap, het vrouwtje een reeks harde, aflopende kwaakjes, kwek-kwek-kwek, vooral bij verstoring en in de balts.

Luister: RoepXC1169106

Opname: African Bioacoustics Community — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

51–53 cm. Het mannetje is grijsbruin met fijne donkere vlekken over het hele lichaam, een bleker gespikkelde grijze kop, een geel oog, een grote, zwarte, spatelvormige snavel en fel oranje poten. Het vrouwtje is donkerder en bruiner, met een donker oog en doffere poten. In de vlucht bij het mannetje een lichtblauwe voorvleugel, een witte streep en een groene spiegel; bij het vrouwtje zijn deze kleuren gedempter. Zwemt laag met de voorkant naar beneden, zodat de zware snavel steeds dicht bij het water blijft.

Verwarrings­soorten

Het vrouwtje en het eclipsmannetje van de slobeend Spatula clypeata, hier een zeldzame gast, zijn bleker en warmer bruin, met oranje snijranden aan de snavel en een lichtere staart. De geelsnaveleend Anas undulata en de Afrikaanse zwarte eend Anas sparsa hebben een gewone snavel. De roodbekpijlstaart Anas erythrorhyncha en de Kaapse taling Anas capensis zijn lichter en kleiner, met een smallere snavel.

Leefgebied

Ondiepe, voedselrijke wateren: rioolwaterbekkens, brakke en zoute pannen, kustlagunes en vleien, boerendammen en zoutpannen. Zeeft al zwemmend het oppervlak af, vaak in groepjes die in kringetjes achter elkaar aan zwemmen om voedsel op te woelen. Het voedsel bestaat uit zoöplankton, waterinsecten, kreeftachtigen en zaden. Nestelt in dichte grasvegetatie, meestal niet ver van het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Vrijwel beperkt tot het gebied: het talrijkst in de Westkaap en op het hoogveld van Zuid-Afrika, verder in de Oost- en Noordkaap, Lesotho en Eswatini, in Namibië vooral in het centrum en langs de kust bij Walvisbaai, en in Botswana op de pannen van de Makgadikgadi; schaars in Zimbabwe en als dwaalgast in Angola, Zambia en Mozambique. Buiten het gebied vrijwel geen waarnemingen.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Rioolwaterzuiveringen zijn verreweg de beste plekken: daar zwemmen de vogels, vaak in paren, dicht bij de dijken. Let op de groepjes die met de snavel door het water ploegen en in cirkels ronddraaien. Het gele oog en de oranje poten van het mannetje zijn bij een landende vogel het best te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; de soort heeft sterk geprofiteerd van de aanleg van rioolwaterbekkens en dammen. Door het kleine areaal wel gevoelig voor lokaal verlies van wetlands en voor botulisme bij hoge temperaturen in voedselrijk water.

Wetenschappelijke naam

Spatula smithii | Hartert, 1891

Hartert beschreef de soort in 1891 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Spatula werd in 1822 ingevoerd door Boie. Spatula is Latijn voor 'lepel' of 'spatel', naar de brede, lepelvormige snavel van de slobeend. smithii is een eerbetoon aan de Schotse legerarts en zoöloog Andrew Smith (1797–1872), die veel Zuid-Afrikaanse soorten beschreef. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaapprovincie.