Alle soorten › Eendachtigen › Eenden en ganzen

Eenden en ganzen | Anatidae

Ducks and geese | Patos y gansos

De lengte van de hals bepaalt hoe een soort aan voedsel komt: grazend op korte oevervegetatie, zevend aan het wateroppervlak, grondelend met de staart omhoog of duikend tot op de bodem — op één pan of dam staan die manieren vaak naast elkaar. Naast de eigenlijke eenden horen gansachtige vormen met lange poten en een rechtopgaande houding erbij, fluiteenden die vooral in de schemer en 's nachts actief zijn en hun naam ontlenen aan de heldere vluchtroep, dwergganzen die op drijvende waterlelies foerageren, en stijfstaarten die laag in het water liggen en met opgerichte staart baltsen. Anders dan bij de eenden van de noordelijke gematigde zone verschillen man en vrouw bij de meeste soorten hier weinig of niet en ontbreekt een eclipskleed; het onderscheid zit in snavel- en oogkleur, in de omvang van knobbel of spoor en in de tekening van de vleugelspiegel. Het broeden volgt niet een vast seizoen maar het water: na regen verplaatsen troepen zich over honderden kilometers naar vollopende pannen, waar in korte tijd grote legsels worden grootgebracht in een met eigen borstdons bekleed kuiltje, een holte of een verlaten nest. Het vrouwtje broedt vrijwel altijd alleen en leidt de donsjongen, die vanaf de eerste dag zelf voedsel opnemen.

Inheemse soorten 19 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Dendrocygna 2 soorten

Thalassornis 1 soort

Oxyura 1 soort

Plectropterus 1 soort

Sarkidiornis 1 soort

Nettapus 1 soort

Alopochen 1 soort

Tadorna 1 soort

Netta 1 soort

Spatula 4 soorten

Anas 5 soorten

Exoten 1 soort

Soorten die hier van nature niet voorkomen maar zijn ingevoerd of ontsnapt en zich sindsdien handhaven. Ze staan op volgorde van de lijst, niet per geslacht.

Dwaalgasten 1 soort

Verdwaalde vogels uit andere werelddelen. Ze hebben hier geen verspreiding en dus geen verspreidingskaart.