Alle soorten › Eendachtigen › Eenden en ganzen › Rosse fluiteend

Rosse fluiteend | Dendrocygna bicolor

Fulvous Whistling Duck | Suirirí Bicolor

De rosse fluiteend is een warm okerbruine, langhalzige eend met de rechtopstaande houding en lange poten van de fluiteenden. Hij is schaarser en onregelmatiger dan de witwangfluiteend en verkiest dieper water met veel begroeiing, waar hij eerder zwemt en duikt dan op de oever rust.

Rosse fluiteend (Dendrocygna bicolor)
Foto: JeffreyGammon — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een dunne, piepende en tweedelige fluittoon, tie-wieoe, zachter en minder helder dan het driedelige fluiten van de witwangfluiteend; vaak in de vlucht en 's nachts.

Luister: VluchtroepXC1176305

Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

45–53 cm. De kop, hals en onderzijde zijn rijk okerbruin tot oranjebruin, met een smalle zwartachtige streep over de achterhals en een lichte, fijn gestreepte vlek aan de zijkant van de hals. De rug is donkerbruin met roestbruine randen, zodat een geschubd patroon ontstaat, en langs de flanken lopen lange roomwitte veren als een lichte streep. De snavel en poten zijn blauwgrijs. In de vlucht zijn de vleugels donker en valt de witte U-vormige band op de stuit op, tegen de zwarte staart. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer met minder duidelijke flankstrepen.

Verwarrings­soorten

De witwangfluiteend Dendrocygna viduata heeft een wit gezicht op een zwarte kop, een zwarte buik en fijn zwart-wit gestreepte flanken, en mist de witte stuit. Jonge witwangfluiteenden met een vuile grijsbruine kop zijn aan de gestreepte flanken te herkennen. Vrouwtjes van de Kaapse casarca Tadorna cana zijn groter en roestbruiner, met een witte kop en een wit vleugelvlak.

Leefgebied

Diepere zoete wateren met veel riet, biezen en drijvende planten: vleien, moerassen, overstroomde graslanden, dammen met randbegroeiing en rijstvelden. Foerageert meer dan de witwangfluiteend zwemmend en duikend, vaak 's nachts, naar zaden, knollen en waterplanten. Nestelt in dichte vegetatie boven of vlak naast het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Plaatselijk en onregelmatig in het oosten en noorden van het gebied: de Okavango, de Zambezi- en Chobevlakten, Zimbabwe, Zambia, Malawi, Mozambique en Angola, en in Zuid-Afrika op het hoogveld van Gauteng en Mpumalanga en in KwaZulu-Natal; zeldzaam in Namibië buiten de Zambezistrook en in de Kaap. Buiten het gebied in tropisch Afrika, op Madagaskar, in Zuid-Azië en in Noord- en Zuid-Amerika.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in de zomer op begroeide vleien en dammen van het hoogveld en in de Okavango, vaak tussen groepen witwangfluiteenden. Let bij opvliegende groepen op de witte stuit, die de soort ook in slecht licht verraadt, en op het zachtere, tweedelige fluiten.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; wereldwijd een van de meest verspreide eenden. In het gebied beïnvloeden het droogleggen en overbegrazen van vleien de aantallen plaatselijk, terwijl irrigatie en rijstbouw hem elders nieuw leefgebied geven.

Wetenschappelijke naam

Dendrocygna bicolor | (Vieillot, 1816)

Vieillot beschreef de soort in 1816 als Anas bicolor; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dendrocygna werd in 1837 ingevoerd door Swainson. Dendrocygna komt van het Griekse dendron, 'boom', en het Latijnse cygnus, 'zwaan' — 'boomzwaan', omdat sommige fluiteenden in bomen rusten of broeden. bicolor is Latijn voor 'tweekleurig', naar het contrast tussen het roodbruine lichaam en de donkere rug. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.