Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Savanneleeuwerik

Savanneleeuwerik | Calendulauda africanoides

Fawn-Colored Lark | Alondra Leonada

De savanneleeuwerik is de leeuwerik van het Kalahari-zand: een slanke, zandkleurige tot roestbruine leeuwerik met een witte wenkbrauwstreep en een zuiver witte onderzijde. Hij zingt vaak vanaf de top van een boom of struik, wat voor een leeuwerik ongewoon hoog is, en laat een drukke, rammelende zang horen.

Savanneleeuwerik (Calendulauda africanoides)
Foto: Derek Keats — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snelle, rammelende en wat schorre reeks tjilpende tonen, eindigend in een zoemende triller, tsjip-tsjip-tsjrrrrr-tsjieuw, gezongen vanaf een boom- of struiktop of in een korte zangvlucht waarbij het mannetje omhoog fladdert en zich daarna laat vallen. Roep: een droog tsjiet.

Luister: ZangXC1175708

Opname: Campbell Fleming — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–16 cm. Bovendelen zandbruin tot roestbruin, in de Kalahari opvallend rossig, in het oosten grijzer, met fijne donkere streping. Duidelijke witte wenkbrauwstreep, donkere oogstreep en lichte wang. Van onderen wit, op de bovenborst een okerkleurige waas met fijne, korte streepjes; de rest van de onderzijde ongestreept. Weinig roestkleur in de vleugel. De snavel is vrij slank, de staart relatief lang.

Verwarrings­soorten

De sabotaleeuwerik Calendulauda sabota is bruiner en minder rossig van boven, heeft een sterker gestreepte borst en leeft op hardere, stenige grond; hij bootst veel andere vogels na. De roodnekleeuwerik Corypha africana is forser, met een kuifje en roestrode vleugels. De rode leeuwerik Calendulauda burra van Boesmanland is groter en effen roodbruin met een zwaardere snavel.

Leefgebied

Open bosveld en doornveld op diep, los zand, vooral het Kalahari-zand met verspreide bomen, struiken en pollen gras; ook open miombo op zand. Zoekt voedsel onder struiken en tussen gras op de grond, en vliegt bij verstoring naar een boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied in Botswana, Namibië (vooral het noorden, oosten en de Kalahari), het zuiden en oosten van Angola, het westen van Zambia, het westen en zuiden van Zimbabwe, het zuidwesten van Mozambique en het noorden van Zuid-Afrika (Noord-Kaap, Noordwest en Limpopo). Daarbuiten geïsoleerde populaties in Oost-Afrika (Kenia, Tanzania), die soms als aparte soort Calendulauda alopex worden behandeld.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Jaarrond. In de Kalahari, bijvoorbeeld in het Kgalagadi-grenspark en het Central Kalahari-reservaat, vaak op boomtoppen langs de wegen te zien. Luister naar de rammelende zang met de zoemende afsluiting, en let op de zuiver witte buik; de sabotaleeuwerik zit meestal op lagere struiken op hardere grond.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd; algemeen in geschikt leefgebied. Verstruiking door overbeweiding in de Kalahari verandert het leefgebied, maar de soort verdraagt dat redelijk.

Wetenschappelijke naam

Calendulauda africanoides | (Smith, 1836)

Smith beschreef de soort in 1836 als Mirafra africanoides; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calendulauda werd in 1855 ingevoerd door Blyth. Calendulauda is een samenvoeging van twee andere leeuweriknamen: Calendula en Alauda, het Latijnse woord voor 'leeuwerik'. africanoides betekent 'lijkend op africana' (Grieks -oidēs, 'gelijkend') — naar de gelijkenis met de roodnekleeuwerik, Corypha africana. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit oostelijk deel van de Kaapkolonie en het land richting Latakoo, Zuid-Afrika.