Alle soorten › Buideldieren met twee snijtanden
Buideldieren met twee snijtanden | Diprotodontia
Diprotodonts | Diprotodontos
Buideldieren waarbij de onderkaak maar één paar snijtanden draagt: lang, naar voren gericht en tegen de snijtanden van de bovenkaak werkend als een tang die gras en blad afknijpt. Hoektanden ontbreken beneden, en achter de snijtanden ligt een tandeloze ruimte vóór de malende kiezen. Even kenmerkend is de achtervoet: de tweede en de derde teen zijn tot in de nagels in één huidschede samengegroeid en vormen zo een dubbele kam waarmee het dier zijn vacht uitkamt. Vrijwel de hele orde leeft van plantaardig voedsel. Het jong komt na een zeer korte dracht ter wereld, nauwelijks groter dan een boon en met alleen de voorpoten ontwikkeld; het klimt op eigen kracht naar de buidel, zuigt zich aan een tepel vast en groeit daar maandenlang verder.
Families in deze orde
- Kangoeroes en wallaby's | Macropodidae1 soortAlles aan deze dieren is op springen gebouwd. De achtervoet is lang en smal en steunt vooral op de vierde teen; in het onderbeen liggen zware, veerkrachtige pezen die bij elke landing worden gespannen en bij de afzet hun energie teruggeven, zodat sneller hupsen nauwelijks meer inspanning kost dan langzamer. De staart is zwaar, spits toelopend en dient als tegenwicht in de lucht; bij stapvoets bewegen wordt hij als vijfde poot op de grond gezet terwijl de achterbenen naar voren worden gehaald. De voorpoten zijn kort en worden gebruikt om te grijpen en te graven. De kiezen schuiven met het ouder worden naar voren door de kaak en vallen er vooraan uit zodra ze zijn versleten. De buidel opent naar voren; een wijfje kan tegelijk een rustende kiem, een jong aan de tepel en een uitgegroeid jong naast zich hebben. In Europa staat één uitgezette wallabysoort in vochtig bos en heide.