Alle soorten › Klipdassen
Klipdassen | Hyracoidea
Hyraxes | Hiracoideos
Gedrongen, kortstaartige planteneters ter grootte van een konijn, met korte poten en een voetzool die eruitziet en aanvoelt als rubber: klieren houden hem vochtig en spieren trekken het midden van de zool omhoog, zodat de voet zich als een zuignap aan gladde rots hecht. De tenen dragen platte, hoefachtige nagels, op één gebogen klauw aan de binnenste achterteen na, die voor het verzorgen van de vacht dient. In de bovenkaak groeien twee snijtanden onbeperkt door tot korte slagtandjes. Blad, gras en twijgen worden in een maag met meer dan één afdeling en in twee ruime blinde darmen door bacteriën afgebroken; herkauwen doen ze niet. De warmtehuishouding is slecht geregeld, zodat de ochtend zonnend wordt doorgebracht en de nacht dicht opeengekropen. Hun naaste verwanten zijn, ondanks het formaat, de olifanten en de zeekoeien.
Families in deze orde
- Klipdassen | Procaviidae1 soortRotsbewoners door en door. De vochtige, rubberachtige voetzolen en de vermogen om het midden ervan in te trekken geven grip op steil en glad gesteente, en de dieren klimmen daarmee ook in bomen. Ze leven in kolonies in spleten en steenhopen, met vaste zonneplekken waar de hele groep zich 's ochtends opwarmt en waar één dier de omgeving in de gaten houdt en bij naderend gevaar een scherpe blafroep geeft. Er wordt gemeenschappelijk gemest: eeuwenlang gebruikte latrines onder overhangende rots laten dikke, harde lagen achter waarin de plantengeschiedenis van een streek bewaard blijft. Midden op de rug ligt een klierveld dat door een kraag van oprichtbaar, afwijkend gekleurd haar wordt omsloten en bij opwinding zichtbaar wordt. De dracht duurt voor zo'n klein dier zeer lang — ruim een half jaar — en de jongen zijn bij de geboorte behaard, ziend en beweeglijk. In het gebied van deze gids alleen aan de zuidoostrand.