Alle soorten › Haasachtigen

Haasachtigen | Lagomorpha

Lagomorphs | Lagomorfos

Planteneters met, anders dan de knaagdieren, twee paar snijtanden in de bovenkaak: vlak achter het grote voorste paar staat een tweede, klein paar stifttanden. Alle snijtanden groeien onbeperkt door en dragen alleen aan de voorzijde glazuur, zodat de slijtage vanzelf een beitelrand slijpt; erachter ligt een brede tandeloze ruimte en de onderkaak maalt zijwaarts over de kiezen in plaats van op en neer. De voeten hebben geen naakte kussentjes maar zijn tot op de tenen dicht behaard. De ogen staan hoog en ver opzij en overzien vrijwel de hele omtrek zonder dat de kop hoeft te draaien. Het voedsel is arm en vezelig en wordt daarom tweemaal verteerd: de zachte keutels uit de blinde darm worden rechtstreeks bij de anus opgenomen en gaan nog een keer door de maag. De dracht is kort en er volgen meerdere worpen per jaar.

Families in deze orde

  • Hazen en konijnen | Leporidae10 soortenDe oren zijn lang en dun bevlogen met bloedvaten, zodat ze niet alleen horen maar ook warmte afvoeren — hoe warmer het land, hoe groter het oor. De ogen staan hoog en zo ver opzij dat het dier ook achter zich kijkt. De achterpoten zijn veel langer dan de voorpoten en zetten bij het rennen buiten de voorvoeten neer; de zolen zijn behaard in plaats van van kussentjes voorzien, wat op sneeuw en los zand houvast geeft. Binnen de familie lopen twee levenswijzen uiteen. Hazen graven niet: ze werpen in een ondiepe legerplaats boven de grond, en de jongen komen behaard, ziend en met de nodige spierkracht ter wereld. Konijnen graven een uitgebreid gangenstelsel, leven in groepen en werpen naakte, blinde jongen in een met eigen buikwol gevoerde kraamgang. Bij beide wordt de eisprong pas door de paring uitgelokt, en volgen de worpen elkaar zo snel op dat een wijfje al drachtig kan zijn terwijl ze nog zoogt.