Alle soorten › Knaagdieren › Woelmuizen en hamsters › Dinaromys longipedis
Dinaromys longipedis | Dinaromys longipedis
Western Dinaric Vole | Dinaromys longipedis
Dinaromys longipedis is in 2022 afgesplitst van de balkansneeuwmuis en vormt de noordwestelijke lijn van het geslacht Dinaromys, een oude relictgroep, in het gebied van de Dinara en het karstland van Dalmatië en Zuidwest-Bosnië. De soort heeft geen volksnaam in het Nederlands, Engels of Spaans, er is geen foto met vrije licentie bekend, en veldmaten zijn niet gepubliceerd.
Van deze soort bestaat geen foto van een levend wild dier met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.
Sporen
Over de sporen van deze soort is niets afzonderlijk gepubliceerd; er zijn geen aanwijzingen dat ze verschillen van die van de balkansneeuwmuis. Waarschijnlijk zijn ze gelijk: geen holen en geen aardhopen, omdat de soort in spleten en holten in de kalksteen leeft, maar wel latrines onder overhangende blokken en in beschutte spleten, met tientallen tot honderden donkere, cilindrische keutels van zes tot negen millimeter, die jarenlang op dezelfde plek worden gebruikt; en voorraadjes van afgesneden grassen, kruiden en naaldtakjes in een spleet, met de stengels in één richting. Sporen op de Dinara of in de Velebit worden aan deze soort toegeschreven op grond van de vindplaats, niet op grond van het spoor zelf.
Herkenning
Uiterlijk is hij niet van de balkansneeuwmuis te onderscheiden: dezelfde lange, zijdeachtige, donker blauwgrijze vacht, dezelfde lichtere onderzijde, dezelfde grote, uitstekende oren en dezelfde lange, tweekleurige staart van meer dan de helft van de kop-romplengte. Het kenmerk waarop Đulić en Vidinić hun beschrijving in 1967 baseerden, zit in de naam: longipedis, langvoetig, naar de langere achtervoet van de dieren van de Dinara. Dat is een gemiddeld verschil in een reeks gemeten exemplaren en geen kenmerk dat bij een levend dier te zien is. Voor deze soort zijn geen gepubliceerde maten van kop-romplengte, staartlengte en gewicht gevonden. Ze verschillen vermoedelijk weinig van die van de balkansneeuwmuis, maar dat is niet gemeten.
Gelijkende soorten
De soort is in het veld niet te determineren. Van de balkansneeuwmuis, waarvan hij is afgesplitst, is hij alleen te onderscheiden op grond van DNA en vindplaats: D. longipedis behoort tot de noordwestelijke lijn, in Dalmatië en Zuidwest-Bosnië, D. bogdanovi tot de zuidoostelijke, van Montenegro tot Noord-Macedonië; waar de grens precies loopt, is niet vastgesteld. Van de sneeuwmuis (Chionomys nivalis), die in dezelfde rotsgebieden leeft, is hij op dezelfde punten te onderscheiden als de zustersoort: donkerder en blauwer, groter, met een langere staart en grotere oren. Andere verwarringssoorten zijn er niet. Een grote, donkere, langstaartige woelmuis in de Kroatische of Bosnische karst kan alleen als Dinaromys worden genoteerd.
Leefgebied
Dezelfde kalksteenkarst als bij de balkansneeuwmuis: rotsplaten, blokvelden, puinhellingen en de open kruidenrijke plekken daartussen, rond en boven de boomgrens. De typelocatie ligt op de Dinara op 1420 meter, in het toenmalige Joegoslavië en het huidige Kroatië: kale karst hoog op de berg, waar de spleten diep genoeg zijn voor beschutting en een gelijkmatig microklimaat.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Volgens de Mammal Diversity Database Kroatië en Bosnië en Herzegovina, het noordwestelijke deel van het vroegere verspreidingsgebied van Dinaromys. Het zwaartepunt ligt bij de Dinara, de berg waarnaar het Dinarisch Gebergte is genoemd, met daaromheen het karstland van Dalmatië en Zuidwest-Bosnië. Waar de grens met D. bogdanovi ligt, is niet vastgesteld, en er is geen reden om aan te nemen dat die samenvalt met een landsgrens. Het areaal is zeer klein, veel kleiner dan dat van de zustersoort, en bestaat evenals bij die soort uit geïsoleerde gebieden met geschikte karst.
Levenswijze
Over de levenswijze van deze soort is niets afzonderlijk bekend. Wat over Dinaromys bekend is, is onderzocht bij de zuidoostelijke populaties en beschreven voor de balkansneeuwmuis: nachtactief, geen winterslaap, in de zomer groene plantendelen en in de winter naaldknoppen en de eigen voorraad, en een uitzonderlijk lage voortplantingssnelheid van één of hooguit twee jongen per jaar, bij dieren die pas in hun tweede jaar geslachtsrijp worden en tot vier jaar oud kunnen worden. Er zijn geen aanwijzingen dat dit bij D. longipedis anders is, maar er zijn ook geen waarnemingen die het bevestigen.
Waar en wanneer kijken
Waarnemen is even moeilijk als bij de balkansneeuwmuis, en ook bij een waarneming is de soort in het veld niet vast te stellen. Zoek op de Dinara, in de Kroatische Velebit of in de karst van Zuidwest-Bosnië boven de boomgrens naar blokvelden met verse latrines en opgeslagen graspakketjes, en noteer vondsten met een nauwkeurige plaatsbepaling. Bij een pas afgesplitste soort heeft een goed gedocumenteerde waarneming met foto en coördinaten wetenschappelijke waarde, ook als de determinatie tot het geslacht beperkt blijft. Meld waarnemingen bij een nationale zoogdierwerkgroep of een waarnemingenportaal; het onderzoek naar de grens tussen de twee soorten loopt nog.
Staat van instandhouding
Niet beoordeeld (NE). De IUCN heeft deze soort niet afzonderlijk beoordeeld, omdat ze pas recent als soort wordt erkend; de beoordeling op de Rode Lijst betreft Dinaromys bogdanovi in de oude, brede zin, en luidt kwetsbaar. De factoren die de balkansneeuwmuis kwetsbaar maken, gelden hier voor een nog kleiner gebied, omdat de afsplitsing een toch al beperkt areaal in tweeën deelt: een klein en versnipperd areaal, kleine populaties, een lage voortplantingssnelheid waardoor verliezen moeilijk worden gecompenseerd, het dichtgroeien van de karst na het wegvallen van traditionele begrazing, steengroeven en skigebieden, en klimaatverandering waardoor het geschikte gebied naar hogere delen van de bergen verschuift. De soort heeft een areaal van slechts enkele berggebieden en geen afzonderlijke beoordeling; haar status is onbekend.
Wetenschappelijke naam
Dinaromys longipedis | (Đulić & Vidinić, 1967)
Đulić & Vidinić beschreef de soort in 1967 als Dolomys bogdanovi longipedis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Dinaromys is genoemd naar het Dinarisch gebergte, met het Griekse mys 'muis' erachter: de woelmuis van de Dinariden. longipedis hoort bij longipes 'langvoetig', van longus 'lang' en pes (pedis) 'voet'; de gekozen vorm is de genitief en als soortnaam ongebruikelijk. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kroatië, Dinara.



