Alle soorten › Evenhoevigen › Holhoornigen › Spaanse steenbok

Spaanse steenbok | Capra pyrenaica

Spanish Ibex | Cabra Montesa

De Spaanse steenbok (Capra pyrenaica) is een wilde geit die alleen op het Iberisch Schiereiland voorkomt. Van de vier beschreven ondersoorten zijn er twee uitgestorven: de Portugese in 1892 en de Pyrenese, de bucardo, in januari 2000. De twee overige ondersoorten zijn in de twintigste eeuw sterk toegenomen, en de soort is sindsdien teruggebracht in Portugal, Galicië en de Franse Pyreneeën.

Spaanse steenbok (Capra pyrenaica)
Foto: Thomas Holbach — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

De prent is tweetenig en blokvormig, met een harde hoefrand en een zachte zool, en gelijkt op die van een huisgeit. De keutels zijn kleine, donkere bolletjes in hoopjes op richels en bij rustplaatsen. Onder overhangende rotsen liggen rustplaatsen met keutels en haren, die lang in gebruik blijven.

Herkenning

Een geitachtige met een kop-romplengte van ongeveer 120 cm bij de geit en tot 148 cm bij de bok, een schouderhoogte van 60 tot 77 cm en een gewicht van 30 tot 45 kg bij de geit en tot 120 kg bij de bok. De vacht is bruin tot kaneelkleurig. Volwassen bokken hebben zwarte vlekken op de voorkant van de poten, die zich kunnen uitbreiden over flanken, schouders en buik, en een donkere geitenbaard. De hoorns van de bok zijn ongeveer drie keer zo lang als die van de geit; ze buigen eerst naar buiten en omhoog en daarna naar achteren en naar binnen, in een vorm die per ondersoort verschilt. De geit is effen bruin, zonder baard, met korte hoorns. De staart is zwart en 12 tot 13 cm lang.

Gelijkende soorten

Vrijlopende en verwilderde huisgeiten zijn de gewoonste verwarring; ze zijn vaak bont, wit of zwart en hebben een ander hoornpatroon. In het zuidoosten van Spanje leeft het manenschaap in dezelfde gebergten; dat is egaal zandbruin, heeft een lange keelfranje en hoorns die in een halve cirkel opzij en naar achteren buigen. De Pyrenese gems is kleiner en slanker, met een gezichtstekening en kleine haakhoorns. De moeflon heeft een lichte zadelvlek en gekrulde hoorns.

Leefgebied

Rotsige gebergten met kliffen, puinhellingen en kloven, van zeeniveau tot in het hooggebergte, met mediterraan struweel, garrigue, dennen- en eikenbos en in de hoogste gebergten alpiene graslanden. De soort is overal gebonden aan steil, rotsig terrein in de buurt van voedsel.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

De Spaanse steenbok komt voor in Spanje, met grote populaties in de Sierra de Gredos (ondersoort victoriae, ongeveer 10.000 dieren), de Sierra Nevada, de Sierra de Cazorla en het gebergte van Tortosa en Beceite (ondersoort hispanica), en verder in veel gebergten van het oosten en zuiden. De Portugese ondersoort lusitanica stierf in 1892 uit in de Serra do Gerês en Galicië. De laatste bucardo (C. p. pyrenaica) stierf in januari 2000 in Ordesa; een gekloond dier dat in juli 2003 werd geboren, stierf enkele minuten na de geboorte. Uitzettingen hebben de soort teruggebracht in Galicië (sinds 2003), in het Cantabrisch Gebergte vanuit Riaño en in de Franse Pyreneeën (sinds 2014); vanuit Galicië bereikte zij opnieuw Portugal. De totale populatie wordt geschat op ongeveer 50.000 dieren.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

De Spaanse steenbok is overdag actief. Buiten de bronst leven bokken en geiten in gescheiden groepen. Hij is een gemengde eter die, afhankelijk van het aanbod, zowel grassen als bladeren en twijgen van struiken eet. De bronst valt in november en december; de jongen worden in mei geboren, meestal één, soms twee.

Waar en wanneer kijken

In de Sierra de Gredos zijn steenbokken rond de Laguna Grande en de Circo de Gredos aan wandelaars gewend en van dichtbij te zien. Andere geschikte gebieden zijn de Sierra Nevada, de Sierra de Cazorla, Els Ports en het massief van Montserrat bij Barcelona. Kom in november of december voor de bronst, wanneer de bokken hun hoorns tegen elkaar slaan; het geluid is over grote afstand hoorbaar.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2021). De soort is in de twintigste eeuw sterk hersteld, maar twee van de vier ondersoorten zijn uitgestorven. Sarcoptesschurft is in veel populaties de belangrijkste destabiliserende factor en kan het aantal plaatselijk sterk doen dalen; de ziekte treft bokken en geiten ongelijk en beperkt de voortplanting.

Wetenschappelijke naam

Capra pyrenaica | H. R. Schinz, 1838

H. R. Schinz beschreef de soort in 1838 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Capra is het Latijnse woord voor 'geit'. pyrenaica betekent 'van de Pyreneeën', waar Schinz het dier vandaan beschreef. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Pyreneeën.