Alle soorten › Knaagdieren › Muizen en ratten › Zwarte rat
Zwarte rat | Rattus rattus
Black Rat | Rata negra
De zwarte rat kwam met de Romeinse scheepvaart naar Europa, was in de middeleeuwen de rat van graanzolders en havens, en werd daarna in het noorden door de bruine rat verdrongen. In Noordwest-Europa is hij nu zeldzaam en vooral te vinden in varkensstallen en oude havenwijken; rond de Middellandse Zee is hij algemeen, klimt hij in olijfbomen, pijnbomen en dakgoten, en is hij op eilanden een belangrijke predator van zeevogels en andere dieren.
Sporen
Omdat hij hoog leeft, liggen zijn sporen ook hoog, en dat is het bruikbaarste onderscheid met de bruine rat. De keutels zijn kleiner en fijner dan die van de bruine rat: negen tot vijftien millimeter lang en vier tot vijf millimeter dik, gebogen en spitser toelopend, en ze liggen niet op de vloer maar op richels, balken, muurtjes, dakplaten en boven op voorraden — keutels in een dakgoot of op een zolderbalk zijn van een zwarte rat, keutels bij een hol in een dijk van een bruine. De prenten zijn kleiner: de voorvoet ongeveer 18 tot 22 millimeter met vier tenen, de achtervoet ongeveer 40 millimeter lang en 20 tot 25 millimeter breed met vijf tenen — smaller dan bij de bruine rat. Langs vaste klimroutes ontstaan vettige veegsporen op balken, over spanten en rond doorvoeren, vaak op ooghoogte of hoger, en bij een verticale klimroute tegen een muur vormen ze een donkere verticale streep. Kenmerkend is het vraatbeeld in de zuidelijke boomgaarden: sinaasappels en citroenen die aan één kant netjes zijn uitgehold en als lege schil blijven hangen, amandelen en hazelnoten met een rond gat waarvan de rand paarsgewijze knaagstreepjes draagt, dennenappels die maar half worden afgeknaagd en voorraadplaatsen met honderden opengeknaagde pitten en zaden op één beschutte plek. Het nest is een bolvormige prop van gerafeld plantaardig materiaal, takjes, blad en textiel, hoog in een dak, een spouw, een palmkruin of een boom; geen andere rattensoort in Europa bouwt nesten in bomen.

In zijn leefgebied

Herkenning
De zwarte rat is slanker en lichter dan een bruine rat: kop-romp zestien tot vierentwintig centimeter, staart achttien tot zesentwintig, gewicht honderddertig tot tweehonderdtachtig gram. Drie kenmerken beslissen. De staart is langer dan kop en romp; dat is het betrouwbaarste kenmerk. Het oor is groot, dun en vrijwel kaal, en naar voren gelegd te trekken tot over het oog. De snuit is spits en het oog groot en donker. De vacht is fijner dan bij de bruine rat, van grijsbruin tot gitzwart, en de buik is lichter. Ondanks de naam is de soort niet altijd zwart: er bestaan drie kleurvormen, de gitzwarte rattus met grijze buik, de grijsbruine alexandrinus met grijze buik en de bruine frugivorus met een romige tot zuiver witte buik, en die laatste is rond de Middellandse Zee de gewoonste. Hij is vooral een klimmer: hij loopt over touwen, kabels, takken en richels, springt tot anderhalve meter en beweegt zich behendiger dan een bruine rat.
Gelijkende soorten
De bruine rat (Rattus norvegicus) is het enige echte verwarringsgeval, en de vergelijking loopt langs dezelfde drie punten: de bruine rat heeft een kortere staart dan kop en romp, kleine dikke behaarde oren die het oog niet halen, en een botte snuit, en hij is zwaarder en gedrongener. De plaats is bijna even informatief: de zwarte rat zit hoog en droog — daken, zolders, balken, valse plafonds, bomen — en de bruine rat laag en nat: kelders, riolen, oeverholen. Er bestaan ook zwarte bruine ratten, zodat de kleur niet beslissend is; de staartlengte wel. Een jonge bruine rat is de vergissing die het vaakst wordt gemaakt: die heeft grote voeten en een dikke, korte staart. De bosmuis en de gele halsbandmuis zijn veel kleiner, roodbruin, met zuiver witte buik en een springende gang. In Zuid-Europa is een grote, in een boom klimmende eekhoorn in het donker soms een moment verwarrend, maar diens pluimstaart en het dagritme sluiten dat meteen uit.
Leefgebied
De leefwijze van de zwarte rat verschilt per klimaatzone. In Noordwest-Europa is hij vrijwel volledig aan gebouwen gebonden en zit hij op de droge, hoge plekken binnen: varkensfokkerijen, pluimvee- en veestallen, zolders, valse plafonds, pakhuizen en oude binnensteden. In het Middellandse Zeegebied leeft hij het hele jaar buiten: in olijf- en amandelgaarden, wijngaarden, citrusaanplant, maquis, altijdgroen eikenbos, pijnbossen, rietkragen, duinstruweel, ruïnes en droge muren, en op de kliffen en eilandjes van zeevogelkolonies. Hij leeft er zowel in de kroon van een pijnboom als in een dakgoot.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
De zwarte rat is van oorsprong een dier van het Indisch subcontinent en Zuidoost-Azië; zijn naaste verwant is de Aziatische huisrat Rattus tanezumi, waarvan hij zich ongeveer 120 000 jaar geleden in Zuidwest-Azië afsplitste. Met de handel bereikte hij het Nabije Oosten en Egypte en vervolgens het hele Romeinse Rijk, met vondsten in Groot-Brittannië al in de eerste eeuw; rond de zesde eeuw liep die eerste populatie terug, en in de middeleeuwen nam een genetisch andere lijn haar plaats in. Nu is hij wereldwijd verspreid. In Europa is hij algemeen rond de Middellandse Zee en op vrijwel alle eilanden, en schaars en plaatselijk in het noorden, waar hij na de komst van de bruine rat uit de meeste steden is verdwenen. In Spanje komt hij voor op het hele vasteland, op de Balearen en de Canarische Eilanden, in dorpen, boerderijen en opslagplaatsen en ook in het open veld: olijfgaarden, citrusaanplant, mediterraan struweel en vooral de eilandjes voor de kust, waar zijn aanwezigheid bepalend is voor het voortbestaan van stormvogeltjes, pijlstormvogels en meeuwen. In Nederland komt hij vooral voor in Noord-Brabant en Limburg, met geïsoleerde stadspopulaties in Amsterdam en Rotterdam, en breidt hij zich langzaam noordwaarts uit. In Groot-Brittannië is hij tot enkele havens en eilandjes teruggedrongen en bijna verdwenen; op Lundy is hij in 2006 uitgeroeid en op de Shiant Isles in 2016.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
De zwarte rat is nachtactief en een uitgesproken klimmer, die zich veel meer in de hoogte beweegt dan onder de grond. Hij is een alleseter met een voorkeur voor granen, graanproducten, zaden en vruchten, verder insecten, slakken, vis, eieren en kuikens; hij eet ongeveer vijftien gram per dag en drinkt ongeveer vijftien milliliter. Hij leeft in groepen van twintig tot zestig dieren met één dominant mannetje. In Europa loopt de voortplanting van half maart tot half november; na eenentwintig tot drieëntwintig dagen dracht worden ongeveer zeven jongen geboren, met drie tot zes worpen per jaar, en een vrouwtje is rond negentig gram geslachtsrijp. Hij houdt geen winterslaap. In het wild leeft hij ongeveer een jaar, in gevangenschap tot vier. Hij is schuwer en behoedzamer dan de bruine rat en klimt bij gevaar omhoog in plaats van het water in.
Waar en wanneer kijken
De zwarte rat is het gemakkelijkst te vinden in Zuid-Europa, en dan in de hoogte. Na zonsondergang zijn in Spaanse, Italiaanse of Griekse dorpen dakranden, goten, klimplanten, kabels en de takken van moerbeibomen of platanen geschikt om te bekijken; een rat met een lange staart en grote oren die over een telefoonkabel loopt, is deze soort. In olijf- en citrusgaarden wijzen de uitgeholde vruchten en de keutels op de muurtjes op zijn aanwezigheid. In Noordwest-Europa is de kans klein en leeft hij op weinig bezochte plekken: hoog in een varkensstal, in een vals plafond boven een keuken of op een oude pakhuiszolder; mensen die er werken en veegsporen op de balken geven de beste aanwijzingen. Op mediterrane eilandjes waar sterns of stormvogeltjes broeden, is een waarneming van de zwarte rat een signaal voor directe beschermingsmaatregelen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC, 2016); wereldwijd een van de talrijkste zoogdieren, en tegelijk in Noordwest-Europa een dier dat op nationale rode lijsten staat. In Nederland geldt hij op de Rode Lijst van 2020 als bedreigd, en in Groot-Brittannië is hij tot enkele tientallen dieren teruggebracht. Die situatie verdient uitleg. Zijn achteruitgang in het noorden is niet door de mens gepland maar door de bruine rat veroorzaakt, die groter en agressiever is, beter tegen koude en tegen steen en beton kan en een breder menu heeft; waar die kwam, verdween de zwarte rat uit de steden. Zijn terugval is dus geen natuurbeschermingsvraag maar een verschuiving tussen twee ingevoerde soorten. De soort wordt als wilde soort behandeld en niet als huisdiervorm, om dezelfde reden als de huismuis en de bruine rat: Rattus rattus is een wilde soort met een eigen natuurlijk areaal in Zuid- en Zuidoost-Azië, die zich nooit heeft laten domesticeren en die rond de Middellandse Zee volledig buiten de mens om leeft, in maquis, boomgaard en duinstruweel. Zijn plaats in de geschiedenis is niettemin die van een plaagdier: hij was de klassieke gastheer van de rattenvlo en daarmee lang de hoofdverdachte van de pest, al wijst recent onderzoek erop dat andere Aziatische knaagdieren het reservoir vormden en dat de mens zelf bij de verspreiding een grotere rol speelde dan gedacht. Waar hij vandaag werkelijk het meeste kwaad doet is op eilanden: hij klimt in bomen en struiken, plundert nesten die voor een bruine rat onbereikbaar zijn, en is op eilanden wereldwijd verantwoordelijk voor het uitsterven van talloze vogels, reptielen en planten. De uitroeiingscampagnes op eilanden voor de Schotse, Italiaanse, Spaanse en Franse kust zijn dan ook op hem gericht, en ze zijn in dit werelddeel de belangrijkste maatregel die er voor zeevogels bestaat.
Wetenschappelijke naam
Rattus rattus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Mus Rattus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Rattus is het middeleeuws-Latijnse woord voor 'rat'. Verwante vormen staan naast elkaar in het Germaans, het Romaans en het Keltisch; hoe ze samenhangen en waar het woord uiteindelijk vandaan komt is onbekend. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.






