Alle soorten › Insecteneters › Egels › Erinaceus concolor

Erinaceus concolor | Erinaceus concolor

Eastern European Hedgehog | Erinaceus concolor

Erinaceus concolor is de egel van Anatolië en de Levant. Tot omstreeks 2000 omvatte deze naam ook de egel van Oost-Europa; die is sindsdien afgesplitst als Erinaceus roumanicus, en concolor omvat alleen nog de zuidoostelijke populaties. Oudere literatuur en oudere waarnemingen onder de naam concolor kunnen daardoor op roumanicus betrekking hebben.

Erinaceus concolor (Erinaceus concolor)
Foto: Jan Ebr — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Sporen

De sporen komen overeen met die van andere Erinaceus-soorten. De keutel is 3 tot 5 cm lang, ongeveer 1 cm dik, cilindrisch en aan beide uiteinden stomp, zwart en glanzend als hij vers is, en vol glanzende keverresten; hij ligt open op een pad, een tegel, een gemaaid stuk of midden op een landweg en wordt nooit begraven. In vochtig zand of modder is de prent zichtbaar: klein in verhouding tot het dier, ongeveer 2,5 tot 3 cm, met vijf tenen en scherpe, ver vooruitstekende nagels; het spoor is onregelmatig en de prenten staan ver uiteen. In kort gras en besproeide tuinen zijn snuitputjes te vinden, kegelvormige gaatjes van 1 tot 2 cm, met tientallen bij elkaar. Kenmerkend voor deze soort is het hol: anders dan de West-Europese egel, die meestal een bladernest onder een takkenhoop gebruikt, graaft concolor gangen van soms meer dan 1,5 m lang en tot 75 cm diep, en gebruikt daarnaast rotsspleten en bestaande holen. De ingang ligt vaak aan de voet van een terrasmuurtje, onder een braamstruik of in een greppelkant. Verder: platgelopen doorgangen onder gaas en hekken, en 's nachts het snuiven en ritselen van een foeragerend dier, hoorbaar tot op ongeveer tien meter. De soort eet regelmatig kleine gewervelden zoals slangen en hagedissen, maar daarvan blijven zelden sporen achter.

In zijn leefgebied

Erinaceus concolor, in droge ruigte met nachtschadebessen aan de rand van een dorp in israël — het halfopen cultuurland waar de soort in de levant het talrijkst is; de determinatie berust op de plaats, waar dit de enige egel van dit geslacht is
In droge ruigte met nachtschadebessen aan de rand van een dorp in Israël — het halfopen cultuurland waar de soort in de Levant het talrijkst is; de determinatie berust op de plaats, waar dit de enige egel van dit geslacht is · Foto: נדב קבלרציק — Public domain · Wikimedia Commons

De kop van dichtbij

Erinaceus concolor, kop recht van voren in droog gewasafval, turkije: lange spitse snuit, kleine ogen en oren die nauwelijks boven het stekelkleed uitkomen — precies het beeld dat deze soort in het veld niet van de oost-europese egel laat scheiden
Kop recht van voren in droog gewasafval, Turkije: lange spitse snuit, kleine ogen en oren die nauwelijks boven het stekelkleed uitkomen — precies het beeld dat deze soort in het veld niet van de Oost-Europese egel laat scheiden · Foto: Jan Ebr — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een stevige egel van 20 tot 26 cm, meestal 550 tot 800 gram, met enkele zware dieren tot 1,5 kg. De rugstekels zijn tot 37 mm lang, glad en geelbruin met zwart geringd. Kenmerkend is een witte vlek dwars over de borst, die afsteekt tegen het donkerbruine haar van buik en flanken. Het gezicht is donkerbruin met een lange, spitse snuit; de oren zijn klein tot middelgroot en steken in profiel nauwelijks boven de stekels uit. De achtervoet meet ongeveer 41 mm, de staart 2 tot 3 cm. In het veld is het dier bol, kortpotig en donker; de lichte onderzijde is alleen zichtbaar als het dier zich oprolt, over een rand klimt of op de zij ligt.

Gelijkende soorten

Er is in het veld geen betrouwbaar kenmerk dat deze soort van de Oost-Europese egel (Erinaceus roumanicus) onderscheidt. Beide zijn bruine egels met een lichte borst; de verschillen die in de literatuur worden genoemd, zoals de schedelvorm, de bandering van het C-heterochromatine in het karyotype en het DNA, zijn geen veldkenmerken. Het onderscheid berust op de vindplaats: roumanicus is de Europese, concolor de Anatolisch-Levantijnse soort; concolor komt voor in Turkije, de Levant en op enkele Griekse eilanden. In Turkije volgen de arealen de grens tussen de werelddelen: karyotype-onderzoek (Arslan e.a. 2008) vond roumanicus in Thracië (Europees Turkije) en concolor in Anatolië, met de Bosporus en de Dardanellen als scheiding. Een egel van het vasteland van Thracië, Grieks of Turks, is dus een roumanicus. Oudere waarnemingen uit Oostenrijk, Polen, Oekraïne en Roemenië staan in databestanden nog onder de naam concolor; ze horen bij roumanicus. De West-Europese egel komt in dit gebied niet voor. In de Levant leeft concolor naast twee egels die er duidelijk anders uitzien: de langooregel (Hemiechinus auritus), met veel langere, spitsere oren, lange poten en een egaal witte buik, en de abessijnse egel (Paraechinus aethiopicus), met grote oren, een donker masker en een brede witte voorhoofdsband. Beide zijn kleiner en lichter en leven in drogere gebieden; waar akkers en tuinen overgaan in steppe, worden zij de aanwezige egelsoorten.

Leefgebied

Loofbos en bosranden, struweel en maquis, droge graslanden en bergland tot de boomgrens; uitgestrekt naaldbos wordt gemeden. Daarnaast door mensen gevormde terreinen: boomgaarden, olijf- en amandelgaarden, akkerland, tuinen, parken, golfbanen en dorpsranden. In Turkije leeft de soort vooral in gemengd cultuurland, in Israël in tuinen en aan de randen van de bebouwing. Hij zwemt en klimt goed, wat hem in terrassenlandschap met muurtjes van pas komt. In echt droge gebieden ontbreekt hij en komen de langooregel en de abessijnse egel voor.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Anatolië, en van daaruit oostwaarts tot de zuidelijke Kaukasus (Georgië, Armenië, Azerbeidzjan) en zuidwaarts tot Noordwest-Iran, Noord-Irak, Syrië, Libanon, Israël en Jordanië. Binnen Europa in strikte zin is hij beperkt tot enkele Griekse eilanden voor de Turkse kust: Chios, Samos, Kos en Rodos. De soort is monotypisch. Verreweg de meeste waarnemingen komen uit Israël en Turkije, gevolgd door Griekenland; de meldingen die GBIF onder deze naam uit Oostenrijk, Oekraïne, Polen en Roemenië bevat, horen bij de Oost-Europese egel en stammen uit de vroegere, ruime soortopvatting. In Turkije scheiden de Bosporus en de Dardanellen roumanicus (Thracië) van concolor (Anatolië) (Arslan e.a. 2008); of de twee elders ergens contact maken of overlappen, is niet onderzocht.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Nachtactief; overdag ligt hij onder takkenhopen, in een bladernest in een rotsspleet of in een zelfgegraven hol. Hij legt per nacht ongeveer 300 m af, een kleine afstand voor een egel, en beweegt zich meestal langzaam, maar kan snel wegrennen. Het leefgebied beslaat 1 tot 6 ha. Het voedsel is gevarieerder dan dat van de West-Europese egel: naast insecten en andere ongewervelden eet hij kikkers, slangen, hagedissen, jonge vogels en muizen, en daarnaast plantaardig materiaal, paddenstoelen en aas; in dorpen zoekt hij voedsel in afval. De voortplanting valt in het zuiden van maart tot mei en in het noorden van april tot juli. Na een draagtijd van 31 tot 36 dagen worden vijf of zes jongen geboren (spreiding drie tot acht), die 12 tot 16 gram wegen; de ogen gaan open na 14 tot 18 dagen en de tanden breken door na drie weken. In het wild worden dieren zes tot acht jaar oud, in gevangenschap tien. Hij houdt winterslaap, in de hoogste en koudste delen van Anatolië en de Kaukasus enkele maanden, in de warme kustzone van de Levant veel korter.

Waar en wanneer kijken

In Israël is de soort 's avonds een van de meest waargenomen zoogdieren: loop een half uur na zonsondergang door een park, een kibboetstuin of langs een akkerrand en luister naar gesnuif in de beplanting. In Turkije werkt dezelfde methode in boomgaarden en langs dorpsranden in Anatolië, het best in april en mei en opnieuw in september. Op Chios, Samos, Kos en Rodos is een avondwandeling door de olijfgaarden geschikt. Gebruik een zaklamp met rood filter en laat een opgerold dier met rust: het blijft minutenlang zitten en loopt pas verder als het stil is. Noteer bij een waarneming de exacte plaats en fotografeer zo mogelijk de onderzijde; omdat de grens met de Oost-Europese egel niet bekend is, zijn nauwkeurige coördinaten voor deze soort van belang.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC, 2021), zowel wereldwijd als in de Europese beoordeling. In het Europese deel van het areaal, de Griekse eilanden, geldt hij als algemeen; de belangrijkste bedreiging is het verkeer. In delen van het Midden-Oosten wordt hij gevangen voor consumptie. Voor de Europese egels als groep geldt dat de kennis beperkt is. Van deze soort zijn geen tellingen over meerdere jaren beschikbaar, en de gegevens over voedsel, dichtheid en trends in handboeken berusten op weinig onderzoek. Genetisch onderzoek is nodig om vast te stellen hoe ver het areaal van concolor reikt en of het ergens overlapt met dat van de Oost-Europese egel; zolang dat ontbreekt, is de beoordeling van de toestand in Europa gebaseerd op een areaal waarvan de grenzen niet vastliggen.

Wetenschappelijke naam

Erinaceus concolor | W. C. L. Martin, 1838

W. C. L. Martin beschreef de soort in 1838 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Erinaceus is het Latijnse woord voor 'egel'. concolor is Latijn voor 'eenkleurig, van gelijke kleur', van con- 'samen' en color 'kleur', naar de egaal gekleurde onderzijde zonder lichte borstvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Turkije, Trabzon.