Alle soorten › Insecteneters

Insecteneters | Eulipotyphla

Hedgehogs, shrews and moles | Eulipotiflos

Kleine, kortpotige zoogdieren met een lange, spitse en beweeglijke snuit die het werk doet dat bij andere ordes de ogen doen: het zicht is zwak en de oriëntatie loopt via reuk en tast, met dichte bundels snorharen op de snuit. De kiezen dragen hoge, scherpe punten die in een W- of V-vormig patroon tegen elkaar sluiten en het chitinepantser van insecten en het lijf van regenwormen doorsnijden; bij de meeste groepen zijn de voorste snijtanden tot een grijptang vergroot. Het verbruik is hoog en veel soorten moeten om de paar uur eten. De winter wordt daarom niet overal op dezelfde manier overbrugd: de egels houden op najaarsvet een echte winterslaap, de mollen graven dieper, en de spitsmuizen blijven het hele jaar door actief. De worp is groot en de jongen komen naakt en blind ter wereld.

Families in deze orde

  • Egels | Erinaceidae7 soortenDe stekels zijn omgevormde haren: elke stekel is van binnen door lengterichels verstevigd en zit met een dunne, buigzame hals in de huid, zodat een klap wordt opgevangen in plaats van doorgegeven. Onder de stekelhuid loopt langs de hele omtrek van het lichaam een ringvormige spier die als een beurskoord wordt aangetrokken; kop, poten en de zachte, behaarde buik verdwijnen daarbij onder de dichtgetrokken stekelmantel. De snuit is lang en beweeglijk, en het dier vertrouwt op reuk en gehoor. De kiezen dragen brede, stompe knobbels waarmee kevers, wormen en slakken worden geplet. Bij een sterke geur maken ze schuimend speeksel aan dat met de tong over de stekels wordt uitgestreken. De noordelijke soorten houden op najaarsvet een echte winterslaap; de woestijnsoorten doen dat niet, maar hebben zeer grote oren en lange poten die het lichaam van het hete zand houden.
  • Spitsmuizen | Soricidae25 soortenZeer kleine zoogdieren met een lange, spitse snuit vol snorharen, minuscule ogen en een verbruik dat zo hoog ligt dat de meeste soorten om de paar uur moeten eten of sterven. De tandpunten zijn scherp en snijdend; bij de bos- en waterspitsmuizen zijn ze roodbruin gekleurd door ijzer dat in het glazuur van de punten is ingebouwd en dat het slijten vertraagt. Op de flanken liggen klieren met een muskusachtige geur die de dieren voor veel roofdieren oneetbaar maakt — een kat doodt ze wel, maar eet ze niet op. De waterspitsmuizen zwemmen met franjes van stijve haren langs voeten en staart en verlammen prooi met giftig speeksel. Verscheidene soorten krimpen in de herfst: gewicht, organen en zelfs de hersenen nemen af en groeien in het voorjaar deels terug. De worpen volgen elkaar snel op, en bij sommige soorten trekken de jongen achter de moeder aan in een sleep, elk zich vastbijtend in de vacht van de voorganger.
  • Mollen en desmans | Talpidae9 soortenEén familie, twee manieren om onzichtbaar te leven. De mollen zijn walsvormig, met een korte vacht die rechtop in de huid staat en naar beide kanten kan liggen, zodat het dier in zijn gang ook achteruit kan lopen zonder de haren tegen de draad in te schuren. De voorpoot is naar buiten gedraaid en aan het lichaam vastgezet vlak achter de kop, de hand is breed als een schop, en een sikkelvormig extra botje aan de pols verbreedt de handpalm nog eens. De ogen zijn minuscuul en vaak met huid overgroeid, uitwendige oren ontbreken, en het jagen gaat op de tast: de snuit is bezet met dichte velden zeer gevoelige tastorgaantjes, en een vast gangenstelsel wordt afgepatrouilleerd omdat regenwormen erin vallen. Die wormen worden bij de kop verlamd en levend in voorraadkamers opgeslagen. De desmans hebben dezelfde familietrekken maar leven in koud stromend water, met een lange, afgeplatte en zeer beweeglijke snuit, zwemvliezen aan de achtervoeten en een zijdelings samengedrukte, gekielde staart.