Alle soorten › Vleermuizen › Gladneuzen › Myotis davidii
Myotis davidii | Myotis davidii
David's Myotis | Myotis davidii
Myotis davidii is een kleine vleermuis uit de groep van de baardvleermuizen, met een verspreiding van Zuidoost-Europa via Turkije en Centraal-Azië tot China en Korea. Peters beschreef haar in 1869 uit Peking. De Europese en West-Aziatische dieren werden lange tijd als M. aurascens (Kuzyakin, 1935) behandeld, de steppebaardvleermuis; Benda en collega's brachten die in 2012 op grond van morfologie en DNA onder bij M. davidii. Die samenvoeging wordt betwist, en het handboek beschouwt de soort in haar huidige omvang als een complex van twee of drie soorten. Onderarm 31 tot 37 mm.
Van deze soort bestaat geen foto van een levend wild dier met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.
Sporen
De soort verblijft in spleten in rotsen, in boomkronen, in gebouwen en in scheuren in daken; in Azië ook in dijkjes van rijstvelden. Zij verblijft in kleine groepen tot ongeveer 15 dieren, zowel buiten als tijdens de winterslaap. In Europa overwintert zij in grotten. Uitwendige sporen zijn er nauwelijks.
Herkenning
Kop-romp 38 tot 50 mm, staart 30 tot 43 mm, oor 12 tot 15 mm, achtervoet 7 tot 9 mm, onderarm 31 tot 37 mm. De rugvacht is donkerbruin, plaatselijk roodbruin, met lichtere haarpunten; de buik is lichter en grijzer. De oren zijn klein, met een ondiepe inham in de achterrand vlak onder de afgeronde punt; de tragus is lang en smal en reikt tot halverwege het oor. De vleugel is aan de basis van de buitenste teen aangehecht; het spoorbeen is lang. Chromosomen 2n = 44 of 46. De roep is een steile FM-zwaai; de enige gepubliceerde metingen in het handboek komen uit Zuid-Korea: begin 81,1 tot 110,6 kHz, eind 27,3 tot 34,8 kHz, piekfrequentie 42,3 tot 55,4 kHz, duur 1,7 tot 5,9 milliseconden. Of die waarden voor de Europese populaties gelden, is niet onderzocht.
Gelijkende soorten
De soort lijkt sterk op de baardvleermuis (M. mystacinus), met overlappende maten; in de geraadpleegde bronnen wordt geen uitwendig kenmerk genoemd dat de twee betrouwbaar scheidt. In Zuidoost-Europa en Anatolië komen beide soorten voor, en daar is ook M. alcathoe en in het noorden Brandts vleermuis (M. brandtii) mogelijk. Een extra complicatie is dat mitochondriaal DNA tussen de soorten is uitgewisseld: Çoraman en collega's lieten in 2020 zien dat in de contactzone op de Balkan en in Anatolië de oorspronkelijke baardvleermuizen zich hebben gekruist met oprukkende M. davidii, waarbij mitochondriaal DNA van de eerste in de tweede terechtkwam. Een determinatie op alleen mitochondriaal DNA (barcoding) kan daar dus misleiden; nucleaire merkers zijn nodig. Ook de onderlinge verhouding met de baardvleermuis wat betreft areaalgrenzen in het Midden-Oosten is volgens het handboek niet opgehelderd. Met de roep zijn de kleine Myotis-soorten niet betrouwbaar van elkaar te scheiden.
Leefgebied
In Europa en het Midden-Oosten bos en struikgewas, waaronder mediterraan struikgewas; in Centraal- en Zuid-Azië ook droog bergbos, struwelen, graslanden en woestijn, en landelijke tuinen en steden. De soort wordt vaak bij water gevonden, van zeeniveau tot 3015 m. Het handboek noemt haar ecologisch flexibel, met de kanttekening dat dit beeld kan veranderen als het complex taxonomisch wordt opgesplitst.
Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding
Zuidoost-Europa van Albanië en Griekenland, inclusief Kreta, noordwaarts tot Zuid-Oekraïne en Zuid-Rusland, de Kaukasus, Turkije en Noord-Iran, en verder door Centraal-Azië tot West-Mongolië, Noord-, Oost- en Centraal-China en de Himalaya; geïsoleerde populaties in Zuid-Kroatië en Korea. Binnen het gidsgebied valt dus alleen het westelijke deel van het areaal, dat van de vroegere M. aurascens. Exemplaren uit Zuidwest-Syrië zijn mogelijk jonge ingekorven vleermuizen of een andere vorm. De grens met de baardvleermuis in Zuidoost-Europa is onvolledig bekend.
- Inheems
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Levenswijze
De dieren verlaten het verblijf 's avonds en jagen de hele nacht. Het voedsel bestaat uit vliegende insecten; in Turkije vooral tweevleugeligen. In het noorden van het areaal, en mogelijk overal, houdt de soort winterslaap; in Europa in grotten. In Korea waren de leefgebieden van gezenderde dieren gemiddeld 8,4, 89,3 of 106,5 ha groot, afhankelijk van de analysemethode, en overlapten zij weinig. Over de voortplanting zijn geen gegevens gepubliceerd; van de Europese populaties is de levenswijze nauwelijks afzonderlijk onderzocht.
Waar en wanneer kijken
Een kleine baardvleermuis in Griekenland, Bulgarije, op de Krim of in Turkije kan deze soort of de baardvleermuis zijn; zonder nucleair DNA blijft de determinatie open. Noteer de vindplaats nauwkeurig: het verloop van de contactzone tussen de twee soorten is nog onbekend. Vangen en hanteren van vleermuizen is in de Europese Unie vergunningplichtig.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC) op de mondiale Rode Lijst, beoordeeld in 2019; die beoordeling betreft het hele areaal tot in Oost-Azië. Het handboek merkt op dat de taxonomie verduidelijkt moet worden voordat een passende beoordeling mogelijk is. Voor Europa worden verlies van leefgebied en verstoring van ondergrondse verblijven als mogelijke bedreigingen genoemd. In de Europese Unie valt zij, zoals alle vleermuizen, onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn.
Wetenschappelijke naam
Myotis davidii | (W. C. H. Peters, 1869)
W. C. H. Peters beschreef de soort in 1869 als Vespertilio Davidii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Myotis is Grieks, van mys, genitief myos, 'muis', en ous, genitief ōtos, 'oor': 'muisoor'. davidii eert de Franse lazaristenpater Armand David (1826–1900), die als missionaris in China honderden dieren en planten voor het Parijse museum verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit China, Peking.






