Alle soorten › Vleermuizen › Gladneuzen › Myotis nustrale

Myotis nustrale | Myotis nustrale

Corsican Myotis | Myotis nustrale

Myotis nustrale is de soort van het franjestaartcomplex die alleen op Corsica voorkomt. Puechmaille, Dool, Beuneux en Ruedi beschreven haar in 2023, met een typelocatie bij Albertacce in Haute-Corse op ongeveer 1100 m. De Corsicaanse dieren bleken eigen mitochondriale haplotypen en nucleaire allelen te hebben die nergens anders gevonden zijn. De soortnaam is Corsicaans voor 'de onze'. In de beschrijving: onderarm 38,4 tot 41,3 mm, gewicht 5,5 tot 9,5 gram. In 2024 is zij op de Rode Lijst als ernstig bedreigd beoordeeld.

Van deze soort bestaat geen foto van een levend wild dier met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Sporen

Alle bekende dagverblijven liggen in rotswanden, rotsuitstulpingen, stenen bruggen of een kunstmatige tunnel. De enige bekende kraamkolonie telde ongeveer 60 dieren. Uitwendige sporen zijn er verder nauwelijks, en de roep is niet op soort te brengen.

Herkenning

Een middelgrote Myotis met relatief lange, ongekerfde oren en een rechte tragus die voorbij de helft van de oorschelp reikt. De rug is grijsbruin en de buik witachtig, met een scherpe scheidingslijn. Langs de rand van het staartvlies staan twee rijen stijve haren, en het spoorbeen is lang en S-vormig. De vleugel is aan de basis van de teen aangehecht. Volwassen dieren hebben een donker gepigmenteerde vlek op de onderlip; volgens de beschrijvers is dat kenmerk binnen deze groep in Europa niet bekend bij de andere soorten. Het holotype, een vrouwtje, meet: onderarm 39,5 mm, kop-romp 42 mm, staart 40 mm, oor 18,5 mm, tragus 10,9 mm, achtervoet 7,8 mm. De roep bestaat uit korte, sterk gemoduleerde pulsen van meer dan 105 kHz tot ongeveer 25 kHz; volgens de beschrijvers is hij te variabel om de soort op te herkennen.

Gelijkende soorten

Op Corsica is dit de enige bekende soort van het franjestaartcomplex; de rand van stijve haren langs het staartvlies onderscheidt haar van de andere Myotis-soorten van het eiland. Haar naaste verwant is M. crypticus, waarvan het mitochondriale cytochroom-b-gen gemiddeld 7,5 % verschilt; de schedel lijkt meer op die van M. crypticus dan op de iets grotere en zwaardere schedel van de franjestaart (M. nattereri). De oren en de tragus zijn verhoudingsgewijs langer dan bij de franjestaart en M. crypticus, maar de beschrijvers wijzen erop dat hun steekproef klein is. De aanhechting van de vleugel aan de teen deelt zij met de franjestaart en M. crypticus; bij M. escalerai en M. zenatius zit die aan de middenvoet. De donkere kinvlek is het enige uitwendige kenmerk dat de beschrijvers als onderscheidend noemen; hoe betrouwbaar het is bij een grotere steekproef, is niet onderzocht. Buiten Corsica berust elke determinatie op DNA.

Leefgebied

De soort is vooral bekend uit bergbossen. Met zenders gevolgde vrouwtjes jaagden in dichte maquis met groenblijvende eik, of in opener bos met Corsicaanse den, zowel hoog in het bladerdak als dichter bij de grond. Voor haar verblijven is zij aan rotsen gebonden; de beschrijvers vergelijken haar ecologie en verblijfplaatsen met die van M. escalerai.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Alleen Corsica. De beschrijvers schatten het bezette oppervlak op 1300 km² en het verspreidingsgebied op 2400 km². Het handboek noemde eerder een mogelijk voorkomen van M. crypticus op Corsica en Sardinië; de Corsicaanse populatie is nu deze soort.

Levenswijze

Met zenders gevolgde vrouwtjes jaagden binnen 8 km van hun dagverblijf. Over voedsel, voortplanting, overwintering en levensduur zijn nog geen gegevens gepubliceerd; de soort is pas sinds 2023 beschreven en er zijn weinig dieren onderzocht. Waarnemingen van winterslaap zijn voor deze soort niet gepubliceerd.

Waar en wanneer kijken

Volgens de huidige kennis is een vleermuis met een rand van stijve haren langs het staartvlies op Corsica deze soort. Verstoring van rotsverblijven, onder meer door klimmen en abseilen, is een van de genoemde bedreigingen; houd bij rotswanden en oude stenen bruggen in de bergen afstand. Vangen en hanteren van vleermuizen is overal in de Europese Unie vergunningplichtig.

Staat van instandhouding

Ernstig bedreigd (CR) op de mondiale Rode Lijst, beoordeeld in 2024. De beschrijvers noemden de soort al 'mondiaal bedreigd' vanwege het kleine areaal, de kleine populatie en de geringe verbondenheid tussen populaties, en achtten haar kwetsbaar voor klimaatverandering. Genoemde bedreigingen zijn bosbranden, die het jachtgebied beperken, en verstoring van verblijven in rotsen door klimmen en abseilen. In de Europese Unie valt zij, zoals alle vleermuizen, onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn.

Wetenschappelijke naam

Myotis nustrale | Ruedi, Beuneux, & Puechmaille in Puechmaille, Dool, Beuneux, & Ruedi, 2023

Ruedi, Beuneux, & Puechmaille in Puechmaille, Dool, Beuneux, & Ruedi beschreef de soort in 2023 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Myotis is Grieks, van mys, genitief myos, 'muis', en ous, genitief ōtos, 'oor': 'muisoor'. nustrale is Corsicaans voor 'de onze, van ons eigen', als voornaamwoord naast de geslachtsnaam gezet: de soort komt alleen op Corsica voor. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Frankrijk, Corsica.