Alle soorten › Vleermuizen › Gladneuzen › Pipistrellus creticus

Pipistrellus creticus | Pipistrellus creticus

Crete Pipistrelle | Pipistrellus creticus

Pipistrellus creticus is een zeer kleine dwergvleermuis die alleen op Kreta voorkomt: onderarm 29 tot 30,3 mm, gewicht 3,3 tot 3,9 gram. Benda en collega's beschreven haar in 2008 als ondersoort Pipistrellus hanaki creticus, naar dieren uit het eikenbos van Rouva in de prefectuur Iraklion, op 940 m hoogte. Genetisch onderzoek plaatste haar later als zustersoort van de kleine dwergvleermuis, en sindsdien geldt zij als aparte soort. Over haar levenswijze is weinig bekend.

Van deze soort bestaat geen foto van een levend wild dier met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.

Sporen

Over verblijfplaatsen, kolonies en sporen van deze soort is niets gepubliceerd in de bron die voor deze gids is geraadpleegd. Wel zijn sociale roepen opgenomen, van twee typen: type A met een piek rond 27,7 kHz en een duur van 19,9 ms, en type B met een piek rond 20,9 kHz en een duur van 24,8 ms. Type B kwam van juli tot oktober het meest voor; het gebruik van type A nam van juli tot november af. Uitwerpselen van acht dieren (55 keutels) zijn op prooiresten onderzocht.

Herkenning

Een zeer kleine dwergvleermuis. De rugvacht is roestbruin, het donkerst langs de rug en op de kruin en lichter op de flanken; de buik is lichter bruin. Gezicht, vlieghuiden, oren en tragus zijn donkerbruin, rond de ogen en aan de oorbasis iets lichter. In de voortplantingstijd zijn de kleuren feller, vooral rond het gezicht en achter de oren, die dan roodachtiger zijn. De oren hebben een afgeronde top; de tragus heeft een ronde punt en buigt bovenaan naar voren. De staartvlieghuid loopt van de spoor bij de enkel tot de staartpunt, die er 0,5 tot 1 mm buiten steekt, en heeft dezelfde kleur als de vleugel. De eikel van de penis is eenvoudig en draagt aan de bovenkant een meer of minder duidelijke lichte middenstreep; de voorhuid is grijsbruin behaard. De zoekroepen zijn frequentiegemoduleerd met een vrijwel constant eind (FM-QCF): de beginfrequentie ligt gemiddeld bij 59,5 kHz (46,2 tot 101,1 kHz), de eindfrequentie gemiddeld bij 48,8 kHz (43,6 tot 55,2 kHz), de duur gemiddeld bij 4,3 ms (1,5 tot 8,6 ms).

Gelijkende soorten

Uitwendig lijkt de soort op Pipistrellus hanaki uit Cyrenaica in Noordoost-Libië, maar zij is duidelijk kleiner van lichaam en schedel (P. hanaki: onderarm 30,8 tot 33,4 mm); omdat beide soorten niet op hetzelfde eiland of vasteland leven, speelt dat verschil in het veld geen rol. Op Kreta komen volgens het handboek ook de ruige dwergvleermuis (P. nathusii, onderarm 32 tot 37 mm, roep rond 38 tot 43 kHz) en Savi's dwergvleermuis (Hypsugo savii, onderarm 31 tot 38 mm, roep rond 30 tot 35 kHz, donkere rug met goudkleurige haarpunten) voor; Kuhls dwergvleermuis (P. kuhlii, onderarm 30 tot 37 mm, roep rond 34 tot 41 kHz, meestal met witte vleugelzoom) leeft op de grote eilanden van de Middellandse Zee. P. creticus is kleiner dan alle drie en roept met een eindfrequentie rond 49 kHz hoger. In de hand geven de onderarm onder ongeveer 30 mm en het gewicht onder 4 gram de doorslag. Het onderscheid van de kleine dwergvleermuis (P. pygmaeus), haar naaste verwant, speelt op Kreta niet, omdat het handboek Kreta niet tot het areaal van die soort rekent.

Leefgebied

Mediterraan bos met eik (Quercus) en cipres (Cupressus), van zeeniveau tot ongeveer 940 m hoogte; de soort is ook gevonden in aanplantingen van tamme kastanje (Castanea sativa). De typelocatie is een weide met een beek bij de kapel Agiou Ioanni in het eikenbos van Rouva, op 940 m.

Waar het dier het meest voorkomt, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding

Alleen Kreta. De soort is endemisch op het eiland en wordt daar volgens het handboek als algemeen beschouwd. Haar naaste verwanten zijn de kleine dwergvleermuis (P. pygmaeus) en P. hanaki uit Noordoost-Libië, die met haar een groep vormen die zustergroep is van de gewone dwergvleermuis.

  • Inheems
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waarnemingsdichtheid, geen areaal: de kaart laat zien waar de soort gemeld wordt en trekt geen grens om zijn leefgebied. De waarnemingen van GBIF (2006-01-01 – 2026-12-31) zijn geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alles wat in datzelfde hokje aan zoogdieren gemeld wordt — zo telt niet mee hoeveel waarnemers er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Wélke van de vier kleuren een hokje krijgt, is per land uit de literatuur beslist en niet uit de waarnemingen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Levenswijze

Nachtactief. Het voedsel bestaat uit insecten, die vermoedelijk in de vlucht in open terrein worden gevangen. In de uitwerpselen van acht dieren overheersten vliegen (Brachycera), cicaden (Auchenorrhyncha) en nachtvlinders; in kleinere hoeveelheden kwamen mieren en sluipwespen, steekmuggen, dansmuggen en kevers voor. Over verplaatsingen, sociale organisatie en voortplanting zijn volgens het handboek geen gegevens bekend, en ook over de overwintering is niets gepubliceerd; de waarde 'winterslaap' in de feitenkaart is een aanname naar de verwante soorten en berust niet op waarnemingen aan deze soort.

Waar en wanneer kijken

Een batdetector op ongeveer 50 kHz vangt de zoekroepen op; zij liggen boven die van de andere dwergvleermuizen van Kreta. Eikenbos en kastanjeaanplant in het binnenland van Kreta, tot ongeveer 940 m, zijn de plekken waar de soort is vastgesteld. Een zekere determinatie vraagt een opname met analyse van de frequenties, of een dier in de hand.

Staat van instandhouding

Niet beoordeeld (NE). Het handboek (2019) vermeldt de soort als niet beoordeeld op de mondiale Rode Lijst; de soort is pas recent als aparte soort bevestigd. Zij is op Kreta algemeen, maar komt alleen daar voor, wat volgens het handboek kan wijzen op een behoefte aan bescherming; verder onderzoek naar haar status is nodig. Op Kreta valt zij, zoals alle vleermuizen in de Europese Unie, onder bijlage IV van de Habitatrichtlijn.

Wetenschappelijke naam

Pipistrellus creticus | Benda in Benda, Georgiakakis, Dietz, Hanák, Galanaki, Markantonatou, Chudárková, Hulva, & Horáček, 2008

Benda in Benda, Georgiakakis, Dietz, Hanák, Galanaki, Markantonatou, Chudárková, Hulva, & Horáček beschreef de soort in 2008 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Pipistrellus is gevormd bij het Italiaanse pipistrello 'vleermuis', dat teruggaat op het Latijnse vespertilio, bij vesper 'avond'. creticus betekent 'Kretenzisch', naar Kreta, waar Benda het dier vandaan beschreef. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Griekenland, Kreta.