Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera alba

Drosera alba

Een witbloeiende rozetzonnedauw van de Kaap, in 1913 beschreven door de Zuid-Afrikaanse botanicus E.P. Phillips. Drosera alba behoort tot de minder bekende Kaapse soorten; zij wordt zelden gefotografeerd en in de literatuur weinig besproken, en staat in de schaduw van bekendere verwanten als D. cistiflora.

Drosera alba
Foto: Dwergenpaartje — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Drosera alba — de standplaats
De standplaats · Foto: Dwergenpaartje — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een kleine basale rozet van beklierde vangbladeren, met een bloeistengel die witte bloemen draagt; de kleur is naamgevend. Gedetailleerde, betrouwbare maten waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven daarom leeg, op de bloemkleur na.

Gelijkende soorten

Drosera trinervia heeft eveneens vaak witte bloemen en is de belangrijkste verwarringssoort; zij verschilt in bladvorm en in de drie lengtenerven. Witte vormen van D. cistiflora hebben veel grotere bloemen en een bebladerde stengel. Voor zekere determinatie is vergelijking met herbariummateriaal aan te raden.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval: gesteelde klieren met kleverige druppels houden kleine insecten vast, waarna tentakels naar de prooi buigen en de klieren verteringsenzymen afscheiden.

Standplaats en ecologie

Zoals de meeste Kaapse rozetzonnedauwen een winterbloeier van in de winter natte, open plekken op zand in fynbos en renosterveld (W7, D1, B5). Specifieke standplaatsgegevens zijn schaars.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor de Kaapprovincies van Zuid-Afrika. Een nauwkeuriger areaal kon uit de geraadpleegde bronnen niet worden vastgesteld. Hoogtegrenzen zijn niet gevonden.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 5 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten onderscheiden. De Kaapse rozetzonnedauwen zijn sinds de jaren negentig grondig herzien (Debbert; Fleischmann en collega's), en de afbakening van weinig verzamelde soorten als deze kan in toekomstige revisies nog veranderen.

Waar en wanneer te zien

Zoek in de late winter en het voorjaar op natte zandige plekken in de fynbos. Witte bloemen op een klein rood rozetje kunnen ook bij D. trinervia horen; fotografeer rozet en bloem van dichtbij.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Door gebrek aan gegevens is de toestand van de populaties onduidelijk; verlies van laaglandfynbos en renosterveld aan landbouw vormt een algemene bedreiging voor Kaapse laaglandsoorten.

Wetenschappelijke naam

Drosera alba | Phillipps, 1913

Beschreven door Edwin Percy Phillips, in Annals of the South African Museum, deel 9, p. 105 (1913). De precieze typelocatie kon niet met zekerheid worden achterhaald. De soort komt voor in de zuidwestelijke Kaapregio, Zuid-Afrika. Van het Latijnse alba ("wit") — verwijst naar de witte bloemen van de plant, in contrast met het roodachtige blad. Engelse volksnaam: "white sundew".

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.