Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera biflora

Drosera biflora

Een van de oudst bekende zonnedauwen van het noorden van Zuid-Amerika. De naam Drosera biflora, tweebloemig, gaat terug op Carl Ludwig Willdenow en werd na zijn dood in 1820 gepubliceerd door Roemer en Schultes, waarschijnlijk op basis van materiaal uit de Zuid-Amerikaanse reis van Alexander von Humboldt en Aimé Bonpland. Het is een kleine plant van open witte zanden in de savannes van het Orinoco- en Amazonegebied.

Drosera biflora
Foto: teleDaniel — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een kleine, platte rozet van korte, dicht met tentakels bezette bladeren, in de zon rood gekleurd. De dunne bloeistengels dragen weinig bloemen; de soortnaam verwijst naar bloeiwijzen met vaak maar twee bloemen. Betrouwbare maten en een bevestigde bloemkleur konden in de beschikbare bronnen niet worden nagegaan; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

Op dezelfde witte zanden groeien meer kleine zonnedauwen: Drosera esmeraldae in het Venezolaanse Amazonegebied, Drosera sessilifolia met zittende, wigvormige bladeren, Drosera cayennensis met spatelvormige bladeren en meer bloemen per stengel, en in de overstromingsvlakten Drosera amazonica, die een langwerpige stengel vormt. Het geringe aantal bloemen per stengel is een aanwijzing, maar geen sluitend kenmerk.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval op kleine schaal. De tentakels vangen mieren, springstaarten en kleine vliegjes die over of vlak boven het witte zand bewegen; de rozet ligt plat op de grond. Op de sterk uitgeloogde witte zanden levert die prooi een belangrijk deel van de stikstof.

Standplaats en ecologie

Open, zonnige en extreem arme witzandsavannes en zandvlakten in het laagland, met plekken die in de regentijd drassig of ondergelopen zijn en in de droge tijd uitdrogen (D1, B6, W7). De plant groeit er tussen dwerggrassen, Xyris, Eriocaulaceae en blaasjeskruiden.

Verspreiding en hoogte

Het noorden van Zuid-Amerika: Venezuela, Colombia, Guyana, Suriname en het noorden van Brazilië, voornamelijk in de witzandgebieden van het Orinoco- en het noordelijke Amazonebekken. Een gepubliceerd hoogtebereik is niet overgenomen.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 7 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten erkend. Zoals bij veel kleine zonnedauwen van het Guyana-schild is de afbakening tegenover verwante namen niet overal duidelijk, en een moderne revisie van de groep, met DNA-onderzoek, ontbreekt nog.

Waar en wanneer te zien

Zoek in de regentijd op kale, natte witte zandplekken in savannes, bijvoorbeeld langs zandwegen in het binnenland van Suriname of in het Venezolaanse Amazonegebied. Omdat de plant zo klein is, valt ze het meest op als de bloemen open zijn, op zonnige ochtenden. Neem een loep mee.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. De soort is wijdverbreid over het noorden van Zuid-Amerika, zodat er op soortniveau geen directe aanleiding tot zorg lijkt. Witzandsavannes worden lokaal bedreigd door zandwinning, goudwinning en de aanleg van wegen.

Wetenschappelijke naam

Drosera biflora | Willdenow ex Roemer & Schultes, 1820

Manuscriptnaam van Carl Ludwig Willdenow, geldig gepubliceerd door Roemer & Schultes in 1820, in "Systema Vegetabilium", 15e druk (bis), deel 6, p. 763. "In arenosis humidis Rio Atabapo (Orinoco)" — natte zandige grond langs de rivier Atabapo (Orinoco-bekken); lectotype verzameld door Humboldt & Bonpland (nr. 1100). De soort komt voor in Venezuela, Colombia en de Braziliaanse Amazone. Van het Latijnse bi- ("twee") en flora/florus ("bloem") — "tweebloemig"; een transparante naamsvorm, al is de exacte verklaring niet letterlijk in een bron bevestigd.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.