Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera coalara
Drosera coalara
Drosera coalara is een naam met een wankele positie. Allen Lowrie en John Conran beschreven de soort in 2014 in Lowries Carnivorous Plants of Australia Magnum Opus, en de West-Australische plantencensus nam hem in 2018 op. Tegelijk behandelen andere overzichten de naam als synoniem van Drosera citrina, de geelbloeiende dwergzonnedauw uit de zandvlakten ten noorden van Perth. Deze tekst beschrijft de naam zoals hij in de basislijst staat, met die onzekerheid voorop.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
Een eigen beschrijving van de plant was in de toegankelijke bronnen niet te vinden: maten, bloemkleur en bloeitijd blijven daarom leeg. Als de synonymie met D. citrina klopt, gaat het om een kleine, meerjarige dwergzonnedauw met vezelige wortels, een rozet van enkele centimeters met in het hart een kegel van zilverachtige steunblaadjes, en citroengele tot groengele bloemen. De onderscheidende kenmerken die Lowrie en Conran aanvoerden om D. coalara af te scheiden, zijn alleen in de oorspronkelijke beschrijving te vinden.
Gelijkende soorten
De vergelijking die ertoe doet, is die met Drosera citrina en de eveneens gele of witte verwanten Drosera chrysochila en Drosera nivea. Omdat de afbakening van deze namen omstreden is, kan in het veld hoogstens worden vastgesteld dat een plant tot deze groep hoort; de toewijzing aan D. coalara vereist de kenmerken uit de oorspronkelijke beschrijving.
De val en hoe hij werkt
Zoals alle dwergzonnedauwen vangt de plant met een actieve lijmval: kleine bladeren met gesteelde klieren die een kleverige druppel dragen, waarin springstaarten, mijten en kleine vliegjes vastraken. De tentakels buigen zich daarna naar de prooi en scheiden verteringsenzymen af.
Standplaats en ecologie
Over de standplaats van D. coalara zelf is in de toegankelijke bronnen niets vastgelegd. De codes D1 en B5 zijn overgenomen van D. citrina, die op geel zand in open kwongan-heide groeit, en zijn dus voorlopig.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in het zuidwesten van West-Australië; de naam is sinds 2018 opgenomen in de plantencensus van de staat. Een verspreidingsbeeld kon voor deze gids niet worden vastgesteld, omdat het FloraBase-profiel tijdens het schrijven niet bereikbaar was.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen ondersoorten of variëteiten. De belangrijkste vraag is of D. coalara als zelfstandige soort overeind blijft, of samenvalt met D. citrina. Deze gids neemt daar geen standpunt in en voert de naam op zoals hij in de basislijst staat.
Waar en wanneer te zien
Wie in de zandvlakten ten noorden van Perth een geelbloeiende dwergzonnedauw vindt, doet er goed aan de plant zorgvuldig te fotograferen (rozet van boven, steunblaadjes, bloem van boven en opzij) en de waarneming op te geven als D. citrina in brede zin, met een vermelding dat het mogelijk D. coalara betreft.
Staat van instandhouding
De IUCN-code in deze gids is niet bedreigd (LC). Niet in CITES. De taxonomische status is onzeker: de naam wordt in sommige overzichten als synoniem van Drosera citrina behandeld. De oorspronkelijke beschrijving (Lowrie 2014) is de enige goede bron en kon voor deze gids niet worden ingezien; het FloraBase-profiel was niet bereikbaar. Deze tekst is daarom bewust kort gehouden.
Wetenschappelijke naam
Drosera coalara | Lowrie & Conran, 2013
Beschreven door Lowrie & Conran, in "Carnivorous Plants of Australia Magnum Opus", deel 3, p. 1269 (titelpagina december 2013, definitieve afronding volgens de index 19 maart 2014 — vandaar 2013/2014). West-Australië, ten noordoosten van Badgingarra. Verzameld door Allen Lowrie & John G. Conran (collectienr. 3556) op 11 september 2007; holotype in PERTH, isotypen in AD en MEL. De naamsbetekenis kon niet worden achterhaald.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.