Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera citrina
Drosera citrina
Gele bloemen zijn bij zonnedauwen een uitzondering, en Drosera citrina draagt ze in de naam: 'citroenkleurig'. Allen Lowrie en Sherwin Carlquist beschreven deze dwergzonnedauw in 1992 uit de gele zandvlakten ten noorden van Perth, een landschap dat met zijn kwongan-heide tot de soortenrijkste van het zuidwesten behoort.



Herkenning
Een meerjarige dwergzonnedauw met vezelige wortels en een kleine rozet, tot 4 cm hoog. In het hart staat de kegel van zilverachtige steunblaadjes die bij alle dwergzonnedauwen hoort. De bloemen zijn citroengeel tot groengeel, zelden wit, en verschijnen in oktober. Nauwkeurige maten van bladeren en bloemen waren in de toegankelijke bronnen niet beschikbaar.
Gelijkende soorten
Binnen de dwergzonnedauwen zijn geelbloeiende soorten schaars, wat de determinatie vergemakkelijkt. De naaste verwant is Drosera nivea, oorspronkelijk als variëteit van D. citrina beschreven, die wit bloeit. De door Lowrie en Conran in 2014 beschreven Drosera coalara wordt in sommige overzichten als synoniem van D. citrina behandeld; wie een geelbloeiende dwergzonnedauw uit dit gebied vindt, moet dus met beide namen rekening houden.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De kleine bladeren dragen gesteelde klieren met kleefdruppels waarin springstaarten, mijten, mieren en kleine vliegjes vast komen te zitten. De tentakels buigen zich naar de prooi en scheiden verteringsenzymen af. Op het arme gele zand is deze bijvangst een belangrijke bron van stikstof.
Standplaats en ecologie
Geel zand (FloraBase), in de open kwongan-heide van de zandvlakten (D1, B5). Het zand is in de winter vochtig genoeg voor groei en bloei; in de hete zomer trekt de plant zich terug in zijn knop van steunblaadjes.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in het zuidwesten van West-Australië. FloraBase noemt de bioregio's Geraldton Sandplains en Swan Coastal Plain, met vondsten in de gemeenten Dandaragan, Gingin en Moora, ten noorden van Perth.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
De vroegere variëteit D. citrina var. nivea wordt inmiddels als eigen soort, Drosera nivea, opgevat. Omgekeerd worden twee later beschreven namen, D. chrysochila en D. coalara, in sommige bronnen bij D. citrina ondergebracht. Zoals alle dwergzonnedauwen vermeerdert de soort zich ook met broedknopjes (gemmae), wat hem in cultuur geliefd maakt.
Waar en wanneer te zien
Oktober is de maand. Zoek in de open plekken van de heide op het gele zand van de zandvlakten ten noorden van Perth, bij zonnig weer rond het middaguur, als de gele bloemen open staan. Een gele bloem van nog geen centimeter boven een rozet van een paar centimeter is makkelijker te vinden dan de rozet zelf.
Staat van instandhouding
Beoordeeld als niet bedreigd (LC) op de IUCN-Rode Lijst (2020) en in West-Australië als 'Not threatened'. Niet in CITES. De zandvlakten ten noorden van Perth staan onder druk van ontginning, zandwinning en uitbreiding van bebouwing, maar er zijn grote beschermde heidegebieden in de regio. De taxonomische afbakening ten opzichte van D. coalara en D. chrysochila is onzeker.
Wetenschappelijke naam
Drosera citrina | Lowrie & Carlquist, 1992
Beschreven door Lowrie & Carlquist in 1992, in Phytologia, deel 73, nr. 2, p. 99. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort komt voor in West-Australië. Van het Latijnse citrina ("citroenkleurig") — verwijst naar de kleur van de bloemen.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.