Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera citrina

Drosera citrina

Gele bloemen zijn bij zonnedauwen een uitzondering, en Drosera citrina draagt ze in de naam: 'citroenkleurig'. Allen Lowrie en Sherwin Carlquist beschreven deze dwergzonnedauw in 1992 uit de gele zandvlakten ten noorden van Perth, een landschap dat met zijn kwongan-heide tot de soortenrijkste van het zuidwesten behoort.

Drosera citrina
Foto: Kevin Thiele from Perth, Australia — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
Drosera citrina — de bloem
De bloem · Foto: Kevin Thiele from Perth, Australia — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
Drosera citrina — de standplaats
De standplaats · Foto: Jean and Fred Hort from Perth, Australia — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een meerjarige dwergzonnedauw met vezelige wortels en een kleine rozet, tot 4 cm hoog. In het hart staat de kegel van zilverachtige steunblaadjes die bij alle dwergzonnedauwen hoort. De bloemen zijn citroengeel tot groengeel, zelden wit, en verschijnen in oktober. Nauwkeurige maten van bladeren en bloemen waren in de toegankelijke bronnen niet beschikbaar.

Gelijkende soorten

Binnen de dwergzonnedauwen zijn geelbloeiende soorten schaars, wat de determinatie vergemakkelijkt. De naaste verwant is Drosera nivea, oorspronkelijk als variëteit van D. citrina beschreven, die wit bloeit. De door Lowrie en Conran in 2014 beschreven Drosera coalara wordt in sommige overzichten als synoniem van D. citrina behandeld; wie een geelbloeiende dwergzonnedauw uit dit gebied vindt, moet dus met beide namen rekening houden.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De kleine bladeren dragen gesteelde klieren met kleefdruppels waarin springstaarten, mijten, mieren en kleine vliegjes vast komen te zitten. De tentakels buigen zich naar de prooi en scheiden verteringsenzymen af. Op het arme gele zand is deze bijvangst een belangrijke bron van stikstof.

Standplaats en ecologie

Geel zand (FloraBase), in de open kwongan-heide van de zandvlakten (D1, B5). Het zand is in de winter vochtig genoeg voor groei en bloei; in de hete zomer trekt de plant zich terug in zijn knop van steunblaadjes.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in het zuidwesten van West-Australië. FloraBase noemt de bioregio's Geraldton Sandplains en Swan Coastal Plain, met vondsten in de gemeenten Dandaragan, Gingin en Moora, ten noorden van Perth.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 5 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

De vroegere variëteit D. citrina var. nivea wordt inmiddels als eigen soort, Drosera nivea, opgevat. Omgekeerd worden twee later beschreven namen, D. chrysochila en D. coalara, in sommige bronnen bij D. citrina ondergebracht. Zoals alle dwergzonnedauwen vermeerdert de soort zich ook met broedknopjes (gemmae), wat hem in cultuur geliefd maakt.

Waar en wanneer te zien

Oktober is de maand. Zoek in de open plekken van de heide op het gele zand van de zandvlakten ten noorden van Perth, bij zonnig weer rond het middaguur, als de gele bloemen open staan. Een gele bloem van nog geen centimeter boven een rozet van een paar centimeter is makkelijker te vinden dan de rozet zelf.

Staat van instandhouding

Beoordeeld als niet bedreigd (LC) op de IUCN-Rode Lijst (2020) en in West-Australië als 'Not threatened'. Niet in CITES. De zandvlakten ten noorden van Perth staan onder druk van ontginning, zandwinning en uitbreiding van bebouwing, maar er zijn grote beschermde heidegebieden in de regio. De taxonomische afbakening ten opzichte van D. coalara en D. chrysochila is onzeker.

Wetenschappelijke naam

Drosera citrina | Lowrie & Carlquist, 1992

Beschreven door Lowrie & Carlquist in 1992, in Phytologia, deel 73, nr. 2, p. 99. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort komt voor in West-Australië. Van het Latijnse citrina ("citroenkleurig") — verwijst naar de kleur van de bloemen.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.