Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera chimaera

Drosera chimaera

Een chimaera is in de Griekse mythologie een monster dat uit delen van verschillende dieren is samengesteld, en in de biologie een organisme dat kenmerken van verschillende herkomst combineert. Drosera chimaera werd in 2015 beschreven door Paulo Gonella en Fernando Rivadavia, in de grote revisie van het Drosera villosa-complex. De naam verwijst naar een plant die kenmerken lijkt te verenigen die bij andere soorten van de groep gescheiden voorkomen.

Drosera chimaera
Foto: william_hoyer — CC BY 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een meerjarige rozetplant uit de groep van langbladige, behaarde bergzonnedauwen rond Drosera villosa. Zoals haar verwanten heeft ze half opgerichte bladeren waarvan de jonge top naar binnen is gerold, met een bladschijf vol rode tentakels en een lange bloeistengel. De combinatie van kenmerken die haar van de verwanten onderscheidt, staat beschreven in de revisie van 2015; exacte maten en een bevestigde bloemkleur konden hier niet worden nagegaan, zodat de maatvelden leeg blijven.

Gelijkende soorten

Binnen het D. villosa-complex zijn Drosera villosa, Drosera latifolia, Drosera graminifolia en Drosera ascendens de voor de hand liggende verwarringsoorten; ze verschillen onderling in de verhouding tussen bladsteel en bladschijf, de breedte van de bladschijf, de beharing en de vorm van de steunblaadjes. D. latifolia is veruit de meest verbreide soort van de groep en kan in hetzelfde gebied voorkomen. Determinatie vergt de sleutel uit de revisie.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De tentakels op de bladschijf vangen kleine insecten in hun slijmdruppels, waarna de omringende tentakels naar de prooi buigen en het blad zich gedeeltelijk om de vangst kan krullen. Door de half opgerichte stand worden zowel kruipende als vliegende insecten gevangen.

Standplaats en ecologie

Natte plekken in de campos rupestres van het noorden van Minas Gerais: sijpelzones langs rotsplaten, drassige zandige grond en de natte randen van beekjes, in een landschap van kwartsietbergen met open, grasrijke vegetatie (R1, W4, D2). De foto's bij de beschrijving tonen de typevindplaats in de omgeving van Cristália.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor de deelstaat Minas Gerais in Zuidoost-Brazilië, en volgens de verspreidingskaarten in de Braziliaanse synopsis van 2022 beperkt tot het noordelijke deel van de Espinhaço-keten. Een gepubliceerd hoogtebereik is niet overgenomen.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 4 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten erkend. De soort is een van de nieuwe soorten die bij de revisie van 2015 zijn onderscheiden, toen bleek dat onder de naam D. villosa een hele reeks soorten schuilging. Zoals de naam suggereert, deelt ze kenmerken met meerdere verwanten; de mogelijkheid van een hybride oorsprong wordt in de naamgeving als het ware aangestipt, maar de auteurs behandelen haar als een zelfstandige, stabiele soort.

Waar en wanneer te zien

Het natte seizoen, van november tot maart, is de beste tijd. Zoek op sijpelplekken en langs beekjes in de kwartsietbergen van het noorden van Minas Gerais. Fotografeer bladsteel, bladschijf, steunblaadjes en bloeistengel van dichtbij: dat zijn de kenmerken waarop de soorten van het complex worden gescheiden.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Het areaal is klein en beperkt tot één regio binnen één deelstaat. Bedreigingen voor de campos rupestres van het noorden van Minas Gerais zijn branden, invasieve grassen, eucalyptusplantages, mijnbouw en veranderingen in de waterhuishouding.

Wetenschappelijke naam

Drosera chimaera | Gonella & Rivadavia, 2014

Beschreven door Gonella & Rivadavia in 2014, in Phytotaxa, deel 156, nr. 1, p. 34. Brazilië, Minas Gerais, gemeente Cristália, zandsteenrots naast een zandbank aan de rechteroever van de Rio Itacambiruçu, op 695 m hoogte. Verzameld door Gonella e.a. (nr. 500) op 7 september 2011; holotype in herbarium SPF, isotypen in BHCB, P en RB. De naamsbetekenis kon niet met zekerheid worden bevestigd. "Chimaera" verwijst naar het mythologische hybride wezen uit de Griekse mythologie en zou kunnen duiden op de tussenvorm van deze soort ten opzichte van de nauw verwante D. latifolia en D. tomentosa, maar dit blijft een vermoeden.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.